Overhaast eind van gedurfd initiatief

AMSTERDAM, 30 juli Met ingang van vandaag is Museum Overholland definitief gesloten even onverwacht als het enkele jaren geleden werd opgericht. In 1987 was er onder die naam plotseling een nieuw museum voor moderne kunst bij aan het Amsterdamse Museumplein, gespecialiseerd in werken op papier (tekeningen, gouaches, aquarellen, collages en dergelijke), hoofdzakelijk van na 1970. Museum Overholland was een particulier initiatief van de zakenman Christiaan Braun. Het ontleende zijn wat curieuze naam aan de buitenplaats Overholland in Nieuwersluis, waarvan Braun de huidige bewoner is.

Niet bekend

De aanleiding tot de sluiting is een serie conflicten tussen Overholland en de gemeente Amsterdam, waarbij Braun de gemeente verwijt dat hij geen medewerking kreeg voor zijn initiatief. Omdat Overholland een particuliere stichting was, ging het niet om geld of subsidies hoewel in 1988 een geschil ontstond over de weigering van de gemeente gratis 'posterdriehoeken' beschikbaar te stellen voor een tentoonstelling van Cezanne.

De conflicten betreffen vooral het 'tenten-, woonwagen- annex caravankamp met toiletwagens en verder keetmateriaal' (uit een open brief van Braun aan de gemeente) dat gedurende langere tijd voor de museumingang is geplaatst in verband met verschillende manifestaties op het Museumplein. Dit was in tegenspraak met de belofte van de gemeent dat, aldus een persbericht uit 1986, rondom de drie musea (het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum Vincent van Gogh en Museum Overholland) een wandelgebied zou worden aangelegd. Overholland ondervond van de activiteiten op het Museumplein overigens meer hinder dan de andere twee musea die hun ingang immers niet aan het plein, maar aan de Paulus Potterstraat hebben. De conflicten vonden een climax in de aanleg van het Van Gogh-village in maart van dit jaar. Anders dan was toegezegd heeft de gemeente hierover met Overholland geen overleg gevoerd. Het museum probeerde met een kort geding de bouw van het Village te verhinderen, maar deze poging leed schipbreuk. Op 21 augustus dient het hoger beroep tegen de uitspraak in deze zaak.

De sluiting van Overholland betekent een gevoelig verlies voor het kunstpubliek en de stad Amsterdam. Een museum voor hedendaagse werken op papier is een uniek instituut. De tekening is nog steeds een ondergewaardeerd medium; ten onrechte krijgen schilderijen altijd, als vanzelfsprekend, meer aandacht dan tekeningen. De afgelopen dertig jaar is het tekenen, mede onder invloed van meer immateriele kunstuitingen als de conceptuele kunst, geleidelijk aan geemancipeerd tot een zelfstandige kunstvorm en aan deze ontwikkeling deed Museum Overholland recht.

Geen techniek is directer dan het tekenen en hiermee geeft de beeldend kunstenaar zich dan ook vaak het meest bloot. Tekeningen van iemand die vooral bekend staat als schilder werpen vaak een nieuw licht op zijn schilderijen, en bij beeldhouwers komt hetzelfde voor. Schetsen van beeldhouwers vormen min of meer een apart genre dat bij een klein publiek zeer geliefd is. De spaarzaamheid van de middelen dwingt tot grote trefzekerheid, terwijl de uitdrukkingsmogelijkheden onuitputtelijk zijn. Museum Overholland heeft hiervan tal van voorbeelden laten zien.

Intimiteit

Ik kwam er altijd met veel plezier. De architecten Crouwel en Benthem verbouwden het fraaie pand, in 1925 als woonhuis gebouwd door De Bie Leuveling Tjeenk in een stijl die is ontleend aan Frank Lloyd Wright, op een bescheiden maar doeltreffende manier tot 'huismuseum'. Het oorspronkelijke karakter lieten zij daarbij zoveel mogelijk onaangetast. Zij handhaafden de originele huisdeur, de radiatoren, het zwarte marmer van trap en vensterbanken en de glas-in-loodramen in de hal. Het daglicht valt door matglas gefilterd naar binnen en iedere kamer, zaal of kabinet heeft zijn eigen sfeer. Het is een intiem museum, zoals dat ook bij tekeningen past, zonder dat het er benauwd of te huiselijk is.

Braun heeft de afgelopen drie jaar vijftien tentoonstellingen georganiseerd, waarvan het niveau over het algemeen hoog was. Bij enkele van deze tentoonstellingen ging het om toonaangevende kunstenaars en sommige exposities waren bijzonder omdat men van de betreffende kunstnaars zelden tekeningen te zien krijgt. Een hoogtepunt was het overzicht van tekeningen van de befaamde Amerikaanse 'colour field'-schilder Ellsworth Kelly. Het was fascinerend te zien hoe Kelly's abstracte doeken geworteld blijken te zijn in de alledaagse, zichtbare werkelijkheid. Zijn tekeningen toonden hoe bij voorbeeld het verglijden van een schaduw op een blad papier de basis kan zijn voor een schilderij. Ook de expositie van Roy Lichtenstein, pionier van de Amerikaanse pop-art, is nog levendig in mijn herinnering. Voor weinig schilders zijn tekenen en schilderen zo nauw met elkaar verweven als voor Lichtenstein, van wie ook enkele prachtige Van Gogh-interpretaties te zien waren.

Beide tentoonstellingen nam Braun over van het Museum of Modern Art in New York (als ook verscheidene andere, zoals van Cezanne en Philip Guston). Tentoonstellingen die hij in eigen beheer samenstelde waren onder meer die van Gerhard Richter (de openingsexpositie) en de Belg Jan Fabre, waar enkele mooie collages te zien waren, Marlene Dumas en Black U. S. A. Met Black U. S. A., de laatste tentoonstelling, gaf Braun blijk van een persoonlijke betrokkenheid bij de rassenproblematiek. Op de groepsexpositie Hollands Landschap, een staalkaart van 'de hedendaagse tekenkunst in Nederland' gemaakt in samenwerking met de Rijksdienst Beeldende Kunst, was bij wijze van uitzondering een aantal tekeningen opgenomen uit de collectie van Braun. Vooral de tekeningen van Schoonhoven en Akkerman trokken de aandacht. De catalogi en brochures die bij de tentoonstellingen verschenen waren alle mooi vormgegeven en met zorgvuldigheid gemaakt. Wie het geheel overziet moet concluderen dat Overholland een lacune in het landelijke tentoonstellingsbeleid opvulde.

Met zijn voorspellingen dat het Van Gogh-dorp een 'commercieel circus' en een 'onheilspark van lawaai en onrust' zou zijn heeft Braun gelijk gekregen. Het dorp zelf was al snel verloederd en het veld er omheen bezaaid met rommel. Ook teisterden af- en aanrijdende transportwagens het museum. Dit alles neemt niet weg dat er vragen aangaande de sluiting van Overholland onbeantwoord blijven. De geruchten dat Braun die beslissing had genomen voordat er sprake was van een Van Gogh-dorp zijn hardnekkig. Bovendien blijkt uit het bezwaar dat de eigenares van het pand, M. Kerkut, al eerder tegen het bestemmingsplan aantekende (het pand moet gebruikt worden voor 'maatschappelijke doeleinden', een voorwaarde waar het museum aan voldoet) met het gebouw andere plannen heeft.

Ook blijft het een vraag waarom de collectie van het museum, die overigens door niemand in zijn geheel is gezien, zo slecht uit de verf is gekomen. Die collectie was immers het 'hart' van het geheel, waaromheen de andere activiteiten zouden worden georganiseerd. Braun wilde bij voorbeeld, zo zei hij in een interview dat ik in 1986 met hem had, gastconservatoren uitnodigen om tentoonstellingen te maken uit de verzameling. Ook was hij van plan Europese verzamelaars uit te nodigen in Overholland iets met hun tekeningen te doen en om buitenlandse kunstenaars te combineren in groepsexposities. Bovendien wilde hij af en toe samenwerken met bij voorbeeld het Stedelijk Museum. Van al deze plannen is weinig terecht gekomen. Misschien kreeg Braun niet onmiddellijk de medewerking waarop hij had gerekend, maar dan is zijn beslissing het museum te sluiten wel wat overhaast. Een dergelijk initiatief heeft een langere adem nodig om op gang te komen. Dit betekent dat Museum Overholland nog niet echt een eigen gezicht heeft laten zien. De consequente weigering van Braun om in de openbaarheid te treden heeft hieraan ongetwijfeld bijgedragen.