Nul op (het?) rekest

Geleidelijk aan verandert de taal, dat is een onontkoombare wet. We kunnen ons ertegen verzetten, maar er helpt geen lieve moedertje aan.

Een paar weken geleden werd ik opgebeld door een verslaggever van Radio Noord. 'Mogen wij u een taalkundige vraag voorleggen?' 'Ja, natuurlijk. Ga uw gang.'

'Wilt u de volgende zin aanvullen: we hadden een verzoek ingediend voor een ontheffing van het parkeerverbod, maar we kregen nul op ... '

'Rekest', vulde ik onmiddellijk aan.

Even later begon ik te twijfelen. Wat zei ik eigenlijk, normaal gesproken? 'Nul op rekest krijgen' of 'nul op het rekest krijgen'? Geen van twee kwam mij als onmogelijk voor en het zou mij waarschijnlijk ook niet opvallen dat iemand het lidwoord het al dan niet gebruikte.

Toch is de oorspronkelijke verbinding 'nul op het rekest' krijgen en dat is enigszins begrijpelijk. Rekest betekent 'verzoek' en je krijgt 'nul op je of het verzoek' en niet 'nul op verzoek'. In een kleine steekproef onder mensen uit mijn omgeving bleek het merendeel de voorkeur te geven aan 'nul op rekest'. De Noordelijke verslaggever overigens was op het idee gekomen te bellen omdat hij zich gestoord had aan de krantekop: Studenten krijgen van minister nul op het rekest. Dat zei je niet, volgens hem. Het lidwoord moest eruit. Wat is nu de correcte vorm van de uitdrukking? Dat is moeilijk te zeggen. Wat correct is wordt niet bepaald door hoger scheidsgerecht, zoals in Frankrijk de Academie Francaise. Het hangt af van het oordeel of de gewoonte van de bewuste taalgebruiker. Een hogere instantie zoals een woordenboek of een grammatica kan een verandering hooguit sanctioneren.

Brui

Van zo'n sanctie zal ik een voorbeeld geven. Ik denk dat vrijwel alle Nederlanders zullen zeggen 'de brui geven aan', terwijl de oorspronkelijke vorm was: de brui geven van. De precieze verklaring van deze uitdrukking is vrij lastig, maar in het befaamde boek van F. A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden is daarover iets te vinden. Brui schijnt vroeger 'mengelmoes van allerlei dingen van geringe waarde' betekend te hebben. 'De brui geven van iets' was derhalve zoveel als: de rotzooi van iets van zich afschuiven en dat werd: iets opgeven, laten varen.

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal wordt de originele vorm nog gebruikt in het boek Studien en schetsen (1886) van H. P. G. Quack, schrijver ook van de reeks 'De socialisten'. Quack schrijft: 'Het vlugge heen en weer springen, het coquet masqueeren, het den brui geven van alle eenigszins zware wetenschap ... van den tegenwoordigen Parijschen trant.' Waarom werd van vervangen door aan? Een van de oorzaken kan zijn geweest dat de uitdrukking niet meer begrepen werd en vervolgens onder invloed kwam te staan van andere, soortgelijke verbindingen. Mogelijk is 'maling hebben aan' de aanleiding voor de verandering geweest. Met zekerheid is daar echter niets over te zeggen. Vaststaat wel dat niemand zich nu nog zal storen aan 'de brui geven aan' terwijl het toch een afwijking is van de oorspronkelijke norm. Het tegendeel is het geval. Als iemand zou zeggen of schrijven: 'daar geef ik de brui van' dan zou hij erop gewezen worden dat hij een taalzonde beging.

De 'gewone' taalgebruiker heeft de taal veranderd en de woordenboeken hebben hem langzaam maar zeker gelijk gegeven. Voor zover ik kan nagaan hebben alle Nederlandse woordenboeken de brui geven aan als norm aangegeven. Alleen Van Dale vermeldt dat daarnaast, weinig gebruikelijk, ook nog de variant met van bestaat.

Met het Nu terug naar 'nul op (het) rekest krijgen'. Het is te bewijzen dat de oudste vorm die is waarin het lidwoord het verschijnt. Doodeenvoudig omdat alle citaten die in het Woordenboek der Nederlandsche Taal voorkomen dit lidwoord vermelden. De oudste vindplaats stamt uit het vijfde deel van F. Valentijns boek Oud en Nieuw Oost-Indien dat werd gepubliceerd van 1724-1726: 'Hy verzogt hier toe wel onze hulp, maar kreeg nul op dat geveinst request. 'De laatste bewijsplaats die het grote woordenboek geeft dateert uit 1942. In Leonard Huizinga's Tien Glazen Wijn komt de volgende passage voor: 'Het Russische geld, dat ik meehad, trachtte ik in Charkow in te wisselen, maar ik kreeg nul op het rekest. 'Het lijkt een kleine wijziging, want wat gebeurt er nu helemaal? Het kleine woordje het wordt weggelaten. Maar al die kleine wijzigingen veranderen de taal. Langzaam, maar onvermijdelijk. En het woordenboek verandert langzaam mee, als het goed is. Het probleem voor de woordenboekenschrijver is alleen altijd: wanneer is een wijziging zo gestandaardiseerd dat ze norm is geworden?