'Moet het soms voor tienen, die wereldstad?'

AMSTERDAM, 30 juli Om kwart voor twee 's nachts krijgt de lijkbleke punker voorin de zaal de geest. Een uur lang had hij in de blues-bar aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht op een stoel gehangen en naar de zwarte gitarist op het podium gestaard. Nu waggelt hij naar voren, zakt voor het podium in elkaar en begint met beide handen het blues-ritme mee te bonken. De gitarist kijkt hem van onder zijn brilleglazen verstoord aan, maar begint dan met een voet het juiste ritme te stampen, om de vrijwilliger in de maat te houden. Op dit uur van de nacht kan een blues-gitarist maar beter van de nood een deugd maken.

De drukte in het Amsterdamse uitgaansleven heeft zich de laatste jaren verplaatst naar de kleine uurtjes. Laat uitgaan is een manier van leven geworden. In populaire clubs en discotheken stroomt de dansvloer pas na middernacht vol. De topdrukte ligt nu tussen middernacht en drie uur 's ochtends.

Het verschuivende gedragspatroon van het uitgaanspubliek heeft de overlast vergroot voor omwonenden van het Leidseplein en het Rembrandtplein, een gebied dat met circa 20.000 bewoners en zo'n 600 'mogelijkheden tot recreatief vermaak' door de gemeente is bestempeld tot 'horeca-concentratie-gebied'. De overlast varieert van lawaai op straat tot de aanblik van honderden weggegooide hamburgerdoosjes voor de deur.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, die in opdracht van de gemeente de 'milieu-problematiek' rond de hoofdstedelijke horeca inventariseerden, tekenden vorig jaar 'schrijnende verhalen' op van omwonenden van de uitgaansgebieden. 'Ik slaap hier al 23 jaar op mogadon', klaagde een pensionhoudster in de Rembrandtplein-buurt bij de onderzoekers van het universitaire Centrum voor Milieurecht. Een ander: 'Het is vaak een gebral alsof de Franse Revolutie opnieuw aan het uitbreken is.'

Een bewoner van de Korte Leidsedwarsstraat: 'De meesten zijn zo dronken, die stoten alleen maar een soort dierlijke kreten uit, waar mijn vriendin en ik vaak niet van kunnen slapen.'

Ook in een andere uitgaansbuurt, de Jordaan, klagen bewoners over overlast, maar daar wegen de klachten niet op tegen het woonplezier in het schilderachtige stadsdeel. 'Als ik hier wegga, dan is het met mijn voeten vooruit', houdt een bewoner van de Westerstraat vol.

Overlast

Eind juni besloot de gemeenteraad duidelijkheid te scheppen in het zeer diverse stelsel van sluitingstijden, vooral om de overlast in te perken. Het aantal zaken met een vergunning om tot 04.00 uur en in het weekeinde nog een uur langer open te blijven, wordt bevroren. Het extra uur zomertijd voor de horeca ('avondzaken' mogen in de zomermaanden tot 03.00 uur en in het weekeinde tot 04.00 uur open blijven) komt volgend jaar te vervallen. Non-alcoholische zaken, veelal snackbars, moeten zich op termijn aanpassen aan de sluitingstijden van de cafe's, wat meestal betekent: een uur eerder dicht. De controle op de openingstijden wordt verscherpt.

In de Korte Leidsedwarsstraat is het nu de beurt aan de horeca-ondernemers om te klagen. M. Theunissen, secretaris van de horeca-belangenvereniging Leidseplein-buurt citeert in zijn L en B-bar geergerd uitspraken van burgemeester Van Thijn over de plaats van Amsterdam als wereldcentrum voor toerisme, cultuur en zakenleven. 'Moet dat soms op den duur allemaal voor tienen 's avonds, die wereldstad?', wil hij weten, met een vinger drummend op de tapkast. De klachten over het straatrumoer maken weinig indruk op Theunissen en voorzitter van de vereniging F. Denker, tot voor kort eigenaar van de 50/50-club in de buurt. 'Wie hier komt wonen, weet toch dat hij niet in een rustig nieuwbouwflatje zit?', meent Denker. Het aantal klachten valt nog mee, aldus Theunissen, die meent dat klagen wordt 'gestimuleerd en geanimeerd, met allerlei steunpunten, meldingspunten en speciale telefoonlijnen'. En het lawaai? Denker: 'Ik vraag mijn klanten altijd om een beetje stil te zijn op straat. Maar ja, het heeft ook te maken met de verruwing van het publiek. Toen ik twintig jaar jonger was haalde ik het niet in mijn hoofd op straat te gaan lopen schreeuwen.'

Theunissen wil dat 'nog wel wat agressiever aanpunten': 'Als een stelletje bolleboeren gaat lopen krijsen en mensen maltraiteren, dan zeg ik: daar hebben we in Nederland toch de politie voor?' 'Me dunkt van niet', zegt de woordvoerster van de gemeente, gevraagd of de positie van Amsterdam als wereldstad nu in het geding is. 'Deze regeling is een compromis, tot stand gekomen na jarenlang overleg, waarbij ook de horeca betrokken is.'

Toch onderzoekt de vereniging Horeca Nederland de mogelijkheid van juridische stappen tegen de gemeente. Het liefst wil de bedrijfstak onbeperkte openingstijden, zoals in Rotterdam en Utrecht. Die optie is in Amsterdam, met 4.000 horeca-zaken waarvan 2.149 in de binnenstad, als onwerkbaar verworpen. Misschien niet voor iedereen een gemis. Om drie uur 's nachts staat een fietser stokstijf stil in de Ferdinand Bolstraat. De jongen in spijkerpak hangt dubbelgeklapt over het stuur, zijn ogen zoeken houvast bij de rechte tramrails. Hij moet moeite doen om niet om te vallen.