'MILITARY MOET KORTER EN ZWAARDER'

Een record aantal deelnemers van 84 aan het WK-military heeft de oude vragen over mogelijke en onmogelijke eisen aan paard en mens weer actueel gemaakt. De cross-country, het zwaarste onderdeel van het wereldkampioenschap military, leverde 27 vallen op, 95 wijzigingen, 16 uitsluitingen en een bezweken paard. Welke kant gaat het op met de militarysport? Wanneer je een paard hebt als de schimmel Murphy Himself, moet je improvisatietalent van paardezijde kunnen waarderen. Dit karaktervolle dertienjarige dier heeft zo zijn eigen ideeen over het nemen van bepaalde hindernissen. De wereldkampioene van 1986 en winnaresse van Europees goud in 1987 en 1989 Virginia Leng ruilde de schimmel twee jaar geleden tegen Griffin van Ian Stark omdat de strapatsen van Murphy haar voorstellingsvermogen en kracht te boven gingen. 'Je kunt maar beter niet met hem in discussie gaan', zo zegt ook zijn huidige ruiter Stark, 'een betere naam voor hem zou zijn 'Murphy's Law': hij houdt zijn eigen wetten aan die spotten met alle bekende wetten die je in het terrein- of de springsport kunt hebben. Twee jaar werken met een paard is in deze veelzijdige tak van sport ongelooflijk kort. Ik verbaas me nog elke dag over zijn eigenzinnigheid, zijn bravoure en zijn enorm ruime galoppeervermogen. Zijn onverwachte spectaculaire acties bezorgen toeschouwers ongetwijfeld hartkloppingen, maar geven een fantastisch gevoel als je erop zit.'

De zilveren medaillewinnaar van Seoul, Ian Stark, weet waarover hij praat. Na zorg gedragen te hebben voor een van de slechts drie foutloze ritten binnen de tijd en na een springparcours met uitsluitend een klein tijdfoutje, veroverde de Brit opnieuw zilver tijdens het wereldkampioenschap military in Stockholm. Het goud liet hij aan de Nieuw-Zeelander Blyth Tait, een vrolijke ruiter die begon in de springsport en eveneens thuis is in het trainen van renpaarden. Zijn paard Messiah is er ook een van het onverschrokken soort dat niet warm of koud wordt van een onverwachte aanblik of van een sprong meer of minder.

Leeuwehart

Maar hoeveel ruiters beschikken over onverschrokken leeuweharten met durf, uithoudingsvermogen en eigen initiatief? De meesten moeten het met mindere paarden doen en dat is nu juist het probleem. Hoeveel ruiters hebben bovendien zelf dat noodzakelijke leeuwehart? De geur van gevaar vormt nu eenmaal een essentiele prikkel bij de militarysport. Ruiters en paarden bij wie het adrenalinegehalte niet schrikbarend stijgt voor aanvang van de cross, zijn onvoldoende warmbloedig en te weinig geconcentreerd voor de military. Met 27 valpartijen kregen de 2,5 miljoen mensen die zaterdag op de geur van gevaar en opwinding afkwamen royaal hun zin. Er was zelfs een paard dat bezweek onder de inspanningen en extreem warme temperaturen van een onverwachtse Zweedse zomer: het paard October van de 52-jarige Deen Johan Iversen. Na een wijziging eerder in de cross, nam Iversen zijn paard na hindernis 28 uit de strijd omdat hij voelde dat het dier niet meer kon. Nadat hij het paard aan de hand weggevoerd had, kreeg het een hartstilstand in het bos en stierf. Meer vraagtekens dan bij dit individuele geval moeten gezet worden bij de cijfers van de teams die uitvielen: achttien complete landenteams kwamen aan de start, uiteindelijk bleef er na de uitval in de cross-country, de veterinaire inspectie en het slotspringparcours slechts acht landenteams over. Nederland was hekkesluiter van de geplaatste teams.

Er zijn al veel voorstellen gedaan om het niveau van de militarysport te verbeteren. Een betreft het veranderen van de aard van de wedstrijd. Jack Le Goff, vijftien jaar geleden trainer van de Verenigde Staten, in Stockholm nu coach van de Canadezen, pleitte indertijd al voor het verlichten van het uithoudingskarakter van de uithoudingsproef. In zijn opinie zou dit onderdeel, dat normaal gesproken bestaat uit twee in draf af te leggen wegparcoursen van ongeveer zes en elf kilometer, een steeple-chase van ongeveer drie kilometer en een cross-country met een lengte van ruim zeven kilometer, teruggebracht moeten worden tot uitsluitend een wegparcours en een kortere cross-country met eventueel zwaardere hindernissen. Het afsluitende springparcours, dat in de ogen van echte springruiters tot een van de betere komische shownummers wordt gerekend, getuige hun reacties op de tribunes in het oude stadion van Stockholm, zou wat Le Goff betreft verzwaard kunnen worden. De Engelsen, Fransen en Nieuwzeelanders, kortom de landen die wat voorstellen in de militarysport, hebben zich nooit enthousiast achter dit voorstel geschaard. Met hun van nature fantastisch galopperende volbloeden zijn zij juist degenen die geen moeite hebben met de zware aanslag op het uithoudingsvermogen van hun paarden.

Crossbouwer

De discussie over kortere wedstrijden met zwaardere hindernissen is weer opgelaaid sinds het plan ontstond om een wereldbeker voor de militarysport voor dit soort wedstrijden in het leven te roepen. Het beste antwoord op het probleem van het verbeteren van het niveau werd misschien wel gegeven door de crossbouwer van dit WK, de Nederlander Jan Stokkentre: 'In de eerste plaats moeten de kwalificatie-eisen voor deelname aan internationale kampioenschappen worden opgeschroefd. In de tweede plaats heb ik hier in Stockholm een ander accent op de crossbouw gelegd, namelijk dat van de wat meer technische moeilijkheden met afstanden. Het is niet alleen dapperheid en galoppeervermogen waar het op aankomt. Dit scheidt het kaf van het koren: ruiters die deze trend van bouwen overleven kunnen gewoon goed paardrijden.'