Laatste bussen, batig saldo, gesloten deuren op het Museumplein

AMSTERDAM, 30 juli 'Tickets 75 dollar', roept de zwarthandelaar, zwaaiend met een envelopje. Een Amerikaans stel blijft verbijsterd staan.

Zijn laatste poging om een graantje mee te pikken van de Vincent van Gogh-tentoonstelling mislukt. Ook de straat-violist krijgt nauwlijks meer geldelijk medeleven. Op de museumtrappen slenteren de last minute-bezoekers de trappen af, richting terras. Het wemelt er weer van de blauwe plastic tassen, met het hortend en stotend geschreven vignet 'Vincent'. Souvenirs van een vloeiend verlopen evenement. 'Het is mooi geweest', moet de directie van het Rijksmuseum Vincent van Gogh gistermiddag hebben verzucht. Nog nooit kregen ze zo veel mensen over de vloer in zo'n korte tijd: 825.000. De stad Amsterdam is er door allerhande bestedingen, naar verluidt, 650 miljoen gulden beter van geworden. De Stichting Vincent van Gogh 1990 heeft, ondanks de 200.000 mensen die volgens de berekening niet kwamen opdagen, een flink batig saldo overgehouden, waarvan de bestemming nog onbekend is. Gistermiddag liep het feest met een sisser af. Om de hoek van het museum, bij het Village van Gogh verveelde het horeca-personeel zich bij de koffiebar. Op een verzoek om een kop koffie kreeg de klant te verstaan dat vooral niet te vragen aan de man achter de bar, maar aan een van de zeven kelners en serveersters, die in de tropische hitte, onder het tentdak, verkoeling zochten bij de uitgang.

Er was veel lef voor nodig om de bediening te storen. Terwijl de laatste bus Amerikanen zich met gesloten beurzen vergaapte aan de Van Gogh-wijnen, voltrok zich om de hoek in stilte de sluiting van Museum Overholland. Nou ja, in stilte. Op de valreep, om kwart voor vier, mochten nog een paar bezoekers, van verre gekomen om de mooie tekeningen, collages en foto's van de zwarte Amerikanen te zien, na protesten, naar binnen. De kassa ratelde. Twee, drie catalogi, geef maar vier posters. 'Heeft u nog affiches van Thomas Schutte, van Marlene Dumas?' De laatkomers spoedden zich door de zalen van wat sommigen in het gastenboek het mooiste museum van Amsterdam noemen. Er viel geen onvertogen woord. Enkele dames discussierden uitvoerig over de kwaliteiten van kunstenaar Benny Andrews. Een man van middelbare leeftijd liep peinzend en zwetend door het grijs gestoffeerde trappenhuis, van boven naar beneden, en weer terug. Hij nam de gezichten van de bezoekers onderzoekend op. Elk moment leek hij iets van hen te verwachten.

En toen was het klokke vier. Een ieder werd vriendelijk verzocht Overholland te verlaten. Geen zichtbare teleurstelling, geen verontwaardiging, geen ontgoocheling. Een televisie-camera, achter de ingang opgesteld, registreerde alleen nog stilzwijgen. Buiten startte de hot-dog leverancier de motor van zijn karretje. Bij het Van Gogh-museum reden de allerlaatste autobussen voor, uit Frankfurt, Italie en Brabant. Een dame deed op verzoek van de cameraman de deur van Overholland toe. Het moest wel vier keer geoefend worden. En toen sloten zich knarsend de ijzeren hekken. Eindelijk: een teken van onwil.