Gijzelingszaak teken aan de wand voor regering Trinidad

ROTTERDAM, 30 juni De poging tot staatsgreep in Trinidad en Tobago lijkt te zijn verworden tot een ordinaire, maar daarom niet minder gevaarlijke gijzelingszaak. Een incident dus, dat evenwel uiting geeft aan een sterke onderstroom van ontevredenheid in het land van de calypso. Op het hoofdeiland Trinidad, en met name in de hoofdstad Port of Spain, hebben de plunderaars dit weekeinde massaal toegeslagen, nadat de zwarte-moslimrebellen onder leiding van hun Imam Yasin Abu Bakr vrijdagavond het kabinet in het parlementsgebouw in gijzeling hadden genomen en wat voortijdig de val van de regering aankondigden.

De nog vrij rondlopende autoriteiten in Trinidad zeggen de situatie onder controle te hebben; gezien de omvang van de plunderingen eveneens een voorbarige bewering. Weliswaar zijn de rebellen met hun gijzelaars vastgepind op een, door politie en leger afgegrendelde plek, het aantal van driehonderd doden en gewonden zoals dat door woordvoerders van ziekenhuizen in Port of Spain wordt genoemd, geeft aan dat achter de rug van de ordebewaarders om de chaos regeert.

De situatie in de Caraibische twee-eilandenstaat heeft tot grote bezorgdheid geleid bij de buurlanden in het gebied en bij de Verenigde Staten. Terwijl de waarnemend president van Trinidad en Tobago, Emmanuel Carter, de noodtoestand afkondigde, een uitgaansverbod instelde en de vijfduizend man tellende strijdkrachten en de 1.500 politie-agenten in verhoogde staat van paraatheid bracht, kwamen in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston de Caraibische staatshoofden bijeen voor hun economische topontmoeting. De regeringsleiders veroordeelden de situatie in Trinidad, en Jamaica en Barbados brachten hun legers in verhoogde staat van paraatheid voor het geval er een verzoek om bijstand zou komen uit Trinidad.

Ook in Washington wordt gewacht op een eventueel verzoek om bijstand uit het Caraibisch gebied. Een woordvoerder van president Bush liet weten dat de VS bereid zouden zijn militaire assistentie te leveren 'indien daarom zou worden gevraagd'.

Zeven jaar geleden werd onder andere vanaf Barbados de invasie van het Caraibische eiland Grenada ondernomen door Amerikaanse mariniers en een klein contingent Caraibische politiemannen.

Maar de Trinidadse autoriteiten lijken er niets voor te voelen de gijzelingscrisis meer gewicht te geven dan dat van een forse binnenlandse rel. Het gezag en de stabiliteit van de regering in Port of Spain zijn niet aangetast, zo luidde de boodschap van waarnemend minister van buitenlandse zaken Edden Shand, die zaterdag door de rebellen is vrijgelaten uit het parlementsgebouw. Buitenlandse interventie is niet nodig, aldus Shand, en 'zo denkt iedereen erover in het parlementsgebouw'. Het lijkt inderdaad niet al te moeilijk voor leger en politie om de paar honderd rebellen de baas te worden en evenmin om een einde te maken aan de plunderingen op het hoofdeiland. Maar om dit te doen zonder dat het aantal slachtoffers nog veel verder oploopt, en zonder dat de rebellen hun dreigement tot uitvoer brengen om de gevangen zittende ministers op te blazen, vereist een andere aanpak dan alleen de inzet van geweld. Met behulp van onder andere de kerk probeert men daarom via onderhandelingen tot een akkoord met Abu Bakr en zijn aanhangers te komen.

Ook als de Trinidadse regering deze crisis tot een goed einde weet te brengen, zijn de problemen nog lang niet opgelost. De actie van Jamaat al-Muslimeen wordt weliswaar niet gesteund door een meerderheid van de bevolking in Trinidad en Tobago, maar dat is niet dankzij de populariteit van de regering-Robinson. Teruglopende olie-inkomsten hebben de economie van de eilanden ondergraven en dat heeft geleid tot grootscheepse ontevredenheid onder de bevolking. De tot gijzelingszaak verworden poging tot staatsgreep is daarom meer dan een incident: het is een teken aan de wand voor de regering van Trinidad en Tobago.