As en slakken funderen blonde duinen

ROTTERDAM, 30 juli Bestaat er zoiets als milieutoerisme? Dan wordt het tijd. Vandaag maken we een tochtje langs de verschillende stortlokaties van Rotterdam. Toeristische tips komen van de dienst gemeentewerken, om precies te zijn van milieukundig medewerker ir. W. H. Piersma en van coordinator reststoffen ir. G. B. Meijer. Het is ondoenlijk alle soorten afval binnen een dag te bekijken, zeggen de heren, peinzend kijkend naar een lange gestencilde lijst. Er is verontreinigde grond, singelslib, baggerspecie, bouw- en sloopafval, vliegassen, slakken, chemisch afval. We heben monodeponie en gemengde stort. Er is zelfs mobiele verontreiniging.

Wel, in deze hitte beperken we ons tot afval dat bijft liggen waar het ligt en dat min of meer typisch is voor Rotterdam. Naar de Maasvlakte! Onderweg passeren we, tegenover Maassluis, de AVR en AVR Chemie, waar respectievelijk huisvuil en chemisch afval worden verbrand. Onthouden. Ook de Maasvlaktecentrale, op de vlakte zelf, speelt straks een rol. De centrale was vorige maand nog in het nieuws omdat hij wordt uitgebreid met een derde kolen-eenheid.

De tocht begint pal tegenover het strand van Hoek van Holland. Daar ligt, ten oosten van de Maasvlakte Olie Terminal (MOT) die terwille van de Hoekse badgasten door een wal aan het oog wordt onttrokken, de 'Papegaaiebek', een omdijkte vlakte waar klasse 4 havenslib ('baggerspecie') wordt gestort. Klasse vier is de meest verontreinigde soort. Klasse 1 havenslib wordt als niet verontreinigd beschouwd: die gaat grotendeels gewoon de Noordzee in. Voor de klassen 2 en 3 is een aparte stortlokatie gereserveerd in de 'Slufter', ook een omdijkte vlakte maar nu een met een natuurlijke bodem. (De Papegaaiebek heeft een bodem van plastic folie.)Vanaf de dijk rond de Papegaaiebek hebben we een mooi uitzicht over de monding van het Calandkanaal. Tussen Calandkanaal en Waterweg ligt de Noordzeeweg en aan het eind van deze 'landtong' ligt een deponie van AVI-vliegas, vliegas van de Afval Verbrandings Installaties van AVR en Roteb. AVI-vliegas is een moeilijke vliegas: het staat stijf van de dioxinen dus sight-seeing valt buiten reguliere recreatie.

We gaan naar de Slufter. We passeren de MOT met zijn MOT-wal en volgen de kustlijn, de Verlengde MOT-wal als het ware. Veel stellen de duinen hier niet voor maar dat wordt beter. Rotterdam gaat hier namelijk van reststoffen kunstmatige duinen aanleggen en ter hoogte van het 'kustlicht' is het al zover. Duin hier is kunstduin. Het bestaat uit AVI-slakken, ook van AVR en Roteb.

Gemeentewerken noemt deze duinen een vangnetvoorziening voor afval waar zo gauw niets beters mee gedaan kan worden. In het vangnet komt als het nodig is ook poederkoolvliegas van de Maasvlaktecentrale te liggen, er is al een vergunning.

In de Slufter stort men alle licht verontreinigde baggerspecie uit rijkswateren en havens in gemeentelijk beheer. Ach, er valt niet veel te zien, daarom gaan we wat meer landinwaarts naar het gebied dat bij Gemeentewerken als 'Taartschep' wordt aangeduid, een vlakte van ongveer 24 hectare. Daar ligt de hard stuff: chemisch afval. De beruchte C2-deponie, beheerd door AVR Chemie die er zijn onverbrandbaar afval stort. Maar ook het gevaarlijke chemische afval dat nooit ter verbranding aan AVR Chemie is aangeboden vindt er zijn bestemming: de C2 deponie heeft landelijke betekenis. (Gewoon afval wordt per provincie verwerkt, chemisch afval is nog steeds een rijksaangelegendheid.) De C2 deponie is een gedeeltelijk overdekte bak met een zware betonnen bodem. Men hoopt er nog 5 a 10 jaar terecht te kunnen maar de bak loopt sneller vol dan werd voorzien.

Naast de deponie ligt de VBM, de Verwerking Bedrijfsafvalstoffen Maasvlakte, in eigendom bij AVR, Troost en Grontmij en beheerd door de Grontmij. Op een bodem van plastic folie worden hier bedrijfsafvallen gestort: bouw- en sloopafval, allerlei slibs, straalgrit noem maar op.

C2 en VBM liggen als Taartschep binnen een gebied waar vroeger klasse 1 havenslib werd gestort. Na twee jaar drogen en rijpen ontstond daaruit 'Euroklei' die zijn weg vond als dijkbekleding, zoals normale klei. 't Is niet echt wat geworden met Euroklei, misschien ligt het aan het voorvoegsel 'Euro'. Toch brengt de Euroklei ons op het thema waar Meijer en Piersma het liefst over praten: de nuttige toepassing. Uiteindelijk moeten we toch naar een kringloop-economie met preventie, hergebruik en nuttige toepassing van afval.

Voor veel reststoffen is een nuttige toepassing geen probleem. Poederkool-vliegas vindt, schrijft de Vliegasunie, moeiteloos zijn weg in cement en kunstgrind ('Lytag'). Rotterdam heeft die toepassing sterk bevorderd door in de gemeentelijke betonbestekken dwingend gebruik van vliegas voor te schrijven. AVI-vliegas wordt tegenwoordig al voor zo'n 50 procent als vulstof in asfalt opgenomen, maar de rest wordt gestort. In de toekomst zou men er ook kunstgrind van kunnen maken, toe te passen in beton of in asfalt. Koninklijke Wegenbouw Stevin maakt al 'Eco-grind' uit habenslib en zuiveringsslib en zou daar misschien ook vliegassen in kwijt kunnen. AVR, Roteb, Shell, Troost, Grontmij en de firma Aardelite zijn al vier jaar bezig de bruikbaarheid van 'Indas-grind' te onderzoeken. Indas-grind (van: industrie-as) wordt volgens een procede van Aardelite uit vliegas en water gevormd. Een stukje weg op de Maasvlakte heeft al asfalt met Indas-grind.

Nuttige toepassing van reststoffen wordt, zegt coordinator Meijer rood aanlopend, ernstig vertraagd door de laksheid waarnmee de rijksoverheid werkt aan het nieuwe Bouwstoffenbesluit (van de Wet Bodembescherming). 'Het blijft te lang onduidelijk wat wel mag en wat niet. Daardoor kunnen wij niet investeren.' Wat er allemaal mogelijk is zien we op de terugweg naar Rotterdam. Als we bij Rozenburg weer het Calandkanaal oversteken passeren we het vermaarde 'Windscherm': een stevige wal, opgetrokken uit AVI-slakken en bekleed met Euroklei. Op en naast de wal staan intrigerende betonplaten waarin poederkoolvliegas en puingranulaat zijn verwerkt. Ze kregen destijds de Betonprijs.

Dat er puingranulaat genoeg is voor nog meer betonprijzen bewijst de 30 meter hoge berg puin ten zuiden van Pernis. De 'Recycling Combinatie' kraakt daar met een puinbreker bouw- en sloopafval uit renovatiewijken tot granulaat met het formaat van grind. Het wordt nog grotendeels als wegfunderingsmateriaal gebruikt, maar de vervanging van grind (dat schaars wordt) in beton behoort tot de mogelijkheden.