Visumaanvragen voor 30 procent uit Oost-Europa

DEN HAAG, 28 juli Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) wil nog voor het eind van dit jaar tot een vrijwel volledige automatische behandeling komen van de visumaanvragen uit Polen. Jaarlijks zijn er circa 70.000 Polen die Nederland of een ander Benelux-land willen bezoeken. Bovendien heeft de minister besloten de visumplicht voor Hongaren en Tsjechoslowaken binnenkort op te heffen.

Met Polen kan dat volgens het ministerie nog niet omdat daar nog altijd een groot gevaar van illegale immigranten zou bestaan. Het gaat dan om mensen die clandestien in Nederland komen werken of niet bereid zijn tezijnertijd naar hun land terug te keren. De circa 500.000 visumaanvragen a 48.50 gulden per behandeling leveren Nederland in totaal ruim 24 miljoen gulden op. Dertig procent van de aanvragen komt uit Oost-Europa en daarvan plusminus de helft uit Polen. Buitenlandse Zaken constateert dat onder Oosteuropeanen de lust tot reizen bijzonder groot is geworden sinds de meeste landen in Midden- en Oost-Europa het marxisme hebben afgezworen en hun burgers er nu in alle vrijheid op uit kunnen trekken. Zo moesten de Nederlandse ambassade in Berlijn (DDR), het bureau vreemdelingenzaken van Buitenlandse Zaken en het het bureau visadienst van het ministerie van justitie, dat op gezette tijden samenwerkt met de Binnenlandse veiligheidsdienst van het ministerie van binnenlandse zaken, in de eerste zes maanden van dit jaar al 29.000 Oostduitse visumverzoeken behandelen. In het hele jaar 1989 waren dat er minder dan de helft, namelijk 12.861.

Blijvertjes

Nu de visumplicht tussen Nederland en de DDR is opgeheven en daaraan, in navolging van de Bondsrepubliek en deels om praktische redenen ook spoedig een eind komt met Hongarije en Tsjechoslowakije, hebben alleen Albanezen, Bulgaren, Polen, Roemenen en Sovjet-burgers nog een toelatingsvisum voor Nederland nodig. Voor Tsjechoslowaken en Hongaren wordt die verplichting beeindigd omdat er naar verluidt toch al vrijwel geen enkel visum werd geweigerd. Voor de Sovjet-Unie, Bulgarije, Roemenie en Albanie blijft de visumplicht echter gehandhaafd omdat die landen nog niet voldoende gedemocratiseerd zijn of omdat Nederland met reizigers uit die landen het gevaar loopt dat het 'blijvertjes' zijn. Bij de behandeling van de 500.000 visumaanvragen vanuit de hele wereld wordt over ongeveer de helft door Nederlandse ambassades in het land van aanvraag beslist. Per koerier (telex- en telefaxsafhandeling stuit op het bezwaar van vaak slechte telefoonverbindingen) gaan er circa 140.000 direct naar het ministerie van justitie waar de behandeling twee tot zes weken, soms nog langer in beslag neemt. Of vreemdelingen worden toegelaten wordt onder meer gecheckt aan de hand van een Benelux-lijst met ongewenste buitenlanders. Vijf tot tien procent van de aanvragers krijgt nul op het request, deels om politieke redenen, deels omdat zij 'onvoldoende middelen van bestaan' zouden hebben. Buitenlandse Zaken behandelt zelf ongeveer 110.000 visumaanvragen per jaar. Daarbij gaat het vooral om reizende diplomaten, zakenlieden en mensen die op 'dienstreis' naar Nederland willen komen. Onder de 500.000 visumaanvragen telt Buitenlandse Zaken er, naast de 150.000 uit Oost-Europa onder meer 35.000 uit Taiwan, 6.000 uit de Volksrepubliek China, 35.000 Surinaamse aanvragen, 11.000 Philippijnse verzoeken, 8.500 uit Libie, vele duizenden uit andere Noordafrikaanse landen en enkele tientallen van Noord-Koreanen. Bovendien nemen de consulaten en ambassades in Dusseldorf, Londen en Parijs in totaal zo'n 46.000 aanvragen in behandeling. Ieder verstrekt visum geeft tenzij aan de grens de binnenkomst alsnog wordt geweigerd, toegang tot zowel Nederland als Belgie en Luxemburg.

    • Frits Groeneveld