Verwantschap

Dit stukje schrijf ik in gezelschap van twee vleermuizen. Het is dus avond. De twee aartsvijanden van de buitenschrijver zijn weg, de ene is onder en de andere gaan liggen en in plaats daarvan zijn de vleermuizen gekomen, bondgenoten die de muggen opeten en daarbij geen lawaai maken. Hoogstens, als ze in een snelle wending heel dichtbij komen, hoor ik het rubberen geklapper van hun vleugels, maar dat doet me goed. Intussen is er een uil bij gekomen. Dat heb ik gezien, hij zat met het compacte silhouet van zijn romp tegen de late avondlucht. Ik zou hem nooit gehoord hebben, want uilen hebben een fluwelen wiekslag. Overdag deel ik dit gebiedje onder de blote hemel met een paar eksters bij wier gezelschap horen en zien je vergaan, maar nu zijn er alleen de vleermuizen en in de verte het getik van eetgerei op borden en het af- en aangolvend gesprek van een groot gezelschap dat buiten zit te eten. De natuur doet vanavond zijn best in vredige poezie.

Ik was van plan, wat mondaine berichtgeving te verzorgen: waarop moet men dit jaar letten aan de Cote d'Azur? Maar nadat ik om te beginnen er zelf vijf minuten op had gelet, merkte ik al dat er op niet veel anders te letten viel dan het vorig jaar. Alleen de Lambada is verdwenen, daar is tot mijn verbazing geen noot meer van over. Als je hem nog eens wil horen, kun je beter naar Amsterdam gaan en daar een beetje wachten bij een draaiorgel. Binnen een kwartier weet je weer hoe deze snel gefossiliseerde tophit ongeveer moet hebben geklonken. De Lambada op een draaiorgel is heel in de verte zoiets als een pterodactylus uit een meccanodoos. Zo kom ik vanzelf weer op de vleermuizen wier geluid in de vlucht me zo goed doet omdat we hier het geluid van vliegende zoogdieren horen. Het zijn luchtwaardige beesten die toch levende jongen werpen. De twee die hier voor mij de muggen opeten zijn eigenlijk verre naneefjes van heel verre achterooms. Ik voel verwantschap en ik hoop dat zij dat ook doen.

Aan de Cote d'Azur moet je altijd op hetzelfde letten omdat de mensen hier minder kleren aanhebben. Zo word je in staat gesteld, de evolutie van de Europese mens te volgen. Ik geloof trouwens dat ik er al eerder de aandacht op heb gevestigd. De jonge Europeaan wordt eerst groter en daarna snel dikker dan de oude. Echte vetzakken zag je vroeger alleen in grote aantallen in de Verenigde Staten. Nu zie je hier ook steeds meer van dat worstig vet, dikwijls daarbij ook nog ongezond hard-rose, marsepeinig, dat het gevolg is van de consumptiedrift die weer voortvloeit uit de angst te kort te komen. De jonge Europeaan loopt steeds groter gevaar, in snel tempo de volgende fase door te maken: van gewoon via volslank, mollig, vlezig, dik, vet, naar onherstelbaar vormloos.

Wat is de diepere oorzaak? Hebzucht natuurlijk! Alles moet groter worden om er meer in te kunnen krijgen. De auto's worden groter omdat de mensen dikker worden en meer met zich meeslepen, en de automotoren worden groter opdat ze dan met harder gebrul sneller de honderd meter zullen kunnen afleggen. Verder dan honderd meter kom je nergens snel, maar er is een enorme behoefte om die een tiende kilometer in ieder geval in minder dan tien seconden te kunnen rijden. Er is een grens aan de omvang van de motoren. Daarom zijn er compressors, afgekort turbo. In de science fiction is het wezen dat de mens opvolgt voorzien van dunne beentjes en een veel groter hoofd met sprieten. Degenen die dat hebben verzonnen, zijn er dus van uitgegaan dat we slimmer worden: zullen evolueren tot een dan normale toestand die we nu nog hypergeniaal noemen.

Ik verdedig een andere opvatting. Bij de volgende mutatie zal opeens blijken dat we zijn uitgerust met een kleiner hoofd, dikkere benen en een soort stofwisselingscompressor en misschien ook een katalysator tenzij het de bedoeling van die mutatie zal zijn, de aarde definitief onbewoonbaar te maken. Dat er een 'laatste mutatie' zal komen ligt voor de hand, of liever gezegd: dat is wel zeker. Maar over de aard daarvan zullen we onze opvattingen moeten bijstellen. Is bij de volgende mutatie geen katalysator inbegrepen dan is het einde der dagen nabij. Kijkt u zelf maar om u heen op het strand. Nog niet zo lang geleden was daar de 'dikke Duitser' een standaardmaat. Nu is het 'vette Westerling'. Merk, lezer die tot hier gekomen is, hoe merkwaardig dit stukje zelf zich ontwikkelt: van een arcadisch begin, via een paar wereldse opmerkingen naar moralistische gevolgtrekkingen die weer uitdraaien op een eschatologisch slot. Waar moeten we deze zomer aan de Cote d'Azur op letten? De Lambada is weg en heeft nog geen opvolger - maar bedenkt wel dat het vorig jaar dit nu vergeten liedje nog geen twee weken oud was en dat toen geen mens kon vermoeden wat er nog allemaal ging gebeuren. Dat was een romantische tijd! Piet Grijs en ik hebben precies een jaar geleden als eersten ex aequo gemerkt dat er iets bijzonders op de hitparade aan de hand was. Bij gebrek aan nieuws heb ik nog even het aanbod op de kunstmarkt bekeken. De zigeunerinnetjes met een traan op haar wang handhaven zich goed. Er zijn dit jaar meer naakten in silhouet op een rots aan zee bij zonsondergang. Verder veel schemerlampen in van artistieke spleten voorzien baksteen, die me een beetje deden denken aan de uitgeholde suikerbieten met een kaarsje erin waarmee ik vroeger m'n moeder verraste. Inspiratie ontspringt aan de onverwachtste bronnen. Toch kun je, als kunstenaar van de seizoensstraatmarkt volgens mij nog het beste een voorbeeld nemen aan de impressionisten. Een kade, overschaduwd door dik lover, de blauwe zee en een paar vissersbootjes en ook een bootje op de kade omdat er nog wat moet worden gebreeuwd, dat doet me wel iets.

Als alles goed gaat is er volgende week meer nieuws van de Cote.