STEMMEN

Tuinieren leidt net als veel ander fysiek werk gemakkelijk tot een bepaald soort doelloos en in herhalingen vervallend denken; het opnieuw uitvoeren van dezelfde handelingen bij graven, wieden of planten lijkt het brein te stimuleren (als dat woord niet te positief is) om aan te komen met de gedachte die zich de vorige keer dat die handeling werd uitgevoerd ook al had aangediend. Het kan ook gebeuren dat dezelfde gedachte tijdens die handeling niet eens, maar herhaalde malen terugkeert; en erger nog, in precies dezelfde bewoordingen.

Ik ken iemand die geen mais in blik kan zien zonder dat hij de woorden hoort, uitgesproken door een fruitige Amerikaanse stem: 'Rich (pause) Golden (pause) Corn.'

Zo hoor ik, telkens wanneer ik bezig ben iets te planten, een wat zwierige mannenstem die waarschuwt: 'Denk er om! Al die aarde moet weer in dat gat terug!' Ik heb er geen idee van waar ik dat vandaan heb; kennelijk is het iets dat ik heb gehoord en niet gelezen, zodat het wel van de radio of de televisie afkomstig zal zijn. De boodschap komt altijd op precies hetzelfde moment door: wanneer ik de aarde naar de kuil veeg; en iedere keer doe ik ook dezelfde halfslachtige poging om met die stem in debat te gaan. Heeft de stem wel gelijk? Merkwaardig, dat terwijl er talloze boeken zijn die instructies geven omtrent het planten van de gewassen die je met zoveel zorg hebt uitgekozen, geen enkele zulke dogmatisch adviezen geeft als die stem doet. En eigenlijk is dat juist wat je nodig hebt: er is goedbeschouwd niet een boek dat je precies vertelt hoe dat planten in zijn werk gaat, of tenminste zo dat je er wat aan hebt. Het lijkt niet het soort handeling te zijn waar een boek voor nodig is; dat denk je tenminste totdat je voor het eerst met een plant en een schop voor een bloembed staat. Theoretische kennis blijkt dan tamelijk nutteloos.

Aangezien maar weinig schrijvers van tuinboeken zich schijnen te herinneren dat zij zelf ook eens beginners zijn geweest, is het een opluchting iemand tegen te komen die weet te beschrijven hoe je werkelijk verkeerd van start kunt gaan: 'Op een dag zag ik het gezicht van een man door het raam; hij had een pot met een rhododendron, die totaal bedekt was met knoppen. Hij bood mij de plant aan voor vier shilling; ik beloofde hem er vijf als hij mij zou laten zien hoe hem te planten, hetgeen hij zo vriendelijk was te doen. (...) Aangezien hij geen tuingereedschappen bij zich had krabbelde hij met zijn vingers een kuil in de lichte zandige grond en we plantten de rhododendron in het bos, waar ik er twee dagen later in het donker op trapte en een slachting aanrichtte. Daar ik het tuinieren toen nog lang niet ernstig nam verdroot het verlies van de fraaie plant mij minder dan het verspilde geld.'

(Mrs George Cran, The Garden of Ignorance, voorwoord gedateerd 1917)Hoe Mrs Cran haar eerste rozen plantte, is een niet minder leerzaam verhaal en komt misschien dichter in de buurt van iets dat ook vandaag nog zou kunnen gebeuren (mannen die voor het keukenraam met rhododendrons van vier shilling zwaaien zijn tegenwoordig nogal zeldzaam): 'Ik wandelde dwars over het land (...) om een paar rozestruiken op te halen. Tot mijn verwondering hoorde ik dat juli niet de beste maand is om dingen uit de volle grond te verplanten. (...) De moeizame weg terug over de eindeloze velden met hop, vier zware bloempotten dragend, zal me nog lang bijblijven. En ook zal ik niet gauw vergeten hoe het planten in zijn werk ging: er werd een klein kuiltje gegraven in het droge zand, de plant werd uit de pot gehaald, in de kuil gezet en in de gloeiende zon kwistig besproeid met een flinke gieter vol ijskoud kraanwater.' Onze eerste aanwinst voor de tuin, een fraaie bamboe (Arundinaria murielae om precies te zijn) werd in feite geplant door de schenker, die mijn totale onkunde op dit gebied al snel had opgemerkt. Misschien was ik ook wat geintimideerd door de afmetingen van de plant; hoe het ook zij, de operatie leek op zo'n beschrijving van een bevalling, waarin de ongeruste aanstaande vader uit de weg wordt gehouden door hem voor grote hoeveelheden kokend water te laten zorgen. Ik mocht de gieter vasthouden.

Niet dat de moeilijkheden voorbij zijn wanneer men de daad van het planten onder de knie heeft; maar al te vaak blijkt de nieuwe plant wat te keurig in het gelid te staan met andere planten, of op een of andere manier de verkeerde kant uit te kijken. Voor de beginner is dat natuurlijk een oefening van onschatbare waarde, omdat je dan gedwongen bent alles weer uit te graven en opnieuw te planten, maar het blijft irritant. Helaas heb ik nooit gehoord van iemand anders die dit is overkomen, en tot dusver is er geen stem geweest om mij van te voren te waarschuwen. Wat ik helaas wel ben gaan horen is een droefgeestige echo van de stem van E. H. Jenkins, die opmerkt (in een wat ander verband maar hier zeer goed van toepassing): 'It is the over-anxious - often impetuous - and too enthusiastic amateur who invariably does this kind of thing.' Dat is de ellende met die stemmen, ze vertellen je nooit iets dat je echt wil horen. E. H. Jenkins, in: Gertrude Jekyll, Annuals and Biennials, 1916

    • Sarah Hart