Spanjaard vreest bloedwraak bij uitlevering aan vaderland

ARNHEM, 28 juli Jorge dreef samen met zijn Nederlandse vrouw Ans een goedlopende bar in het Catalaanse Granollers. Het ging hem voor de wind, totdat op 18 mei 1983 tegen sluitingstijd twee mannen binnenkwamen. Een van hen trok een stiletto en eiste de inhoud van de kas op. Jorge greep van onder de bar een pistool. Dat lag daar op advies van de politie sinds een vorige gewelddadige overval. Jorges idee om een alarmpistool te kopen had de politie destijds afgewezen: dat zou professionele misdadigers niet afschrikken.

De twee bezoekers van die avond waren van een echt vuurwapen ook niet onder de indruk; de man met het mes kwam op Jorge af. Er ontstond een worsteling en opeens vond Jorge zichzelf met de rug tegen de muur, de twee mannen tegenover zich, nu allebei met een mes en op het punt toe te steken. Jorge vuurde twee keer, de ene man werd gedood, de ander zou levenslang invalide blijven.

Jorges stem hapert nog nu hij het vertelt op het kantoor van de Arnhemse advocaat mr. B. J. M. van Meer, zeven jaar later. Een ooggetuige heeft deze versie van de gebeurtenissen destijds tegenover de Spaanse justitie bevestigd, maar zijn verklaring later afgezwakt.

Jorge meldde zich direct op het politiebureau. Na twee weken werd zijn voorlopige hechtenis zonder enige beperkende voorwaarde opgeheven. De twee slachtoffers bleken bekend te staan als gewetenloze misdadigers. Hun medestanders of familieleden uitten al tijdens zijn verblijf in de politiecel bedreigingen, vertelt Jorge. Ook werd in die dagen zijn bar door een groep dronken bezoekers overhoop gehaald en loste een onbekende er enkele geweerschoten. Bij zijn vrijlating kreeg Jorge van de rechter-commissaris het advies onder te duiken. Hij vertrok naar zijn ouders in Madrid en kort daarna, toen ook daar bedreigingen klonken, naar Nederland. Sindsdien werkt de Spanjaard hier als gerechtstolk. Hij heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Begin 1984 werd Jorge opgeroepen om te verschijnen voor de instructierechter in Barcelona. Met geverfd haar, een zonnebril en een afgeschoren snor om mogelijke wraakzuchtigen te misleiden, reisde hij naar Barcelona. Met toestemming van de Spaanse justitie keerde hij na het verhoor terug naar Nederland. Daarna hoorde hij niets meer.

Totdat ruim vier jaar later, op vrijdagavond 18 oktober 1988, de bel ging. Met de theedoek nog in de hand opende Jorge de voordeur. Twee politieagenten met in de hand een papier van Interpol uit Madrid: hij werd gezocht wegens moord. Jorge werd opgesloten op het politiebureau. Maandagmorgen oordeelde de rechter-commissaris dat er 'volstrekt onvoldoende basis is om verantwoord te kunnen komen tot een voor betrokkene zo ingrijpende maatregel als vrijheidsbeneming.'

Stropdas

Vanaf dat moment is het bergafwaarts gegaan met Jorge. Hij is gespannen, sluit 's avonds al vroeg de gordijnen en hij heeft uiteindelijk zijn baan verloren omdat hij zich niet meer kan concentreren. 'Angst, veel mensen weten niet wat dat betekent; ik nu wel.' In mei 1989, zes jaar na de schietpartij in Granollers, verzocht de Spaanse rechtbank Nederland uiteindelijk om uitlevering. Een verklaring waarom dit zo lang heeft geduurd, is nooit gegeven. De officier van justitie in Arnhem gelastte de gevangenneming van Jorge, die vervolgens een zelfmoordpoging ondernam. De stropdas, waaraan hij zichzelf ophing in zijn cel, brak. Jorge werd psychiatrisch onderzocht en een week later uit voorlopige hechtenis ontslagen.

Over uitlevering beslist in Nederland de staatssecretaris van justitie, nadat de rechtbank heeft beoordeeld of de uitlevering formeel toelaatbaar is. Buitenlanders mogen in beginsel worden uitgeleverd als zij worden verdacht van een feit dat zowel in Nederland als in het verzoekende land strafbaar is met ten minste een jaar gevangenisstraf.

Jorges raadsman Van Meer heeft voor de Arnhemse rechtbank betoogd dat in dit geval uitlevering een schending van mensenrechten is. De Spaanse justitie kwam zonder enige reden pas zes jaar na het gebeurde in actie en dat is volgens Van Meer in strijd met artikel zes van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat bepaalt dat berechting 'binnen een redelijke termijn' moet geschieden. Ook heeft de advocaat aangevoerd dat moord weliswaar strafbaar is in beide landen, maar dat Jorge handelde uit noodweer. Dat zou hier reden zijn voor ontslag van rechtsvervolging en dus moet Jorge niet worden uitgeleverd, aldus Van Meer.

De rechtbank en, op 29 mei, ook de Hoge Raad hebben geoordeeld dat uitlevering wel toelaatbaar is. Nederland en Spanje zijn beide partij bij het Europese uitleveringsverdrag en bij het EVRM. Het is aan de Spaanse rechter om te oordelen over schending van artikel zes van het EVRM. De Hoge Raad heeft in zijn arrest gewezen op het interstatelijke vertrouwensbeginsel: Nederland moet ervan uitgaan dat Spanje als partij bij het EVRM de mensenrechten zal respecteren.

Misbruik

De beslissing is nu aan staatssecretaris Kosto. Die moet kiezen tussen het belang van Nederland bij nakoming van internationale afspraken en het recht van een individu zoals dat onder meer is vastgelegd in het EVRM, aldus Van Meer. De raadsman heeft Kosto gewezen op een overweging uit de conclusie van de advocaat-generaal van de Hoge Raad. Ondanks het feit dat de Nederlandse rechter geen oordeel toekomt over de vraag of de Spaanse autoriteiten de redelijke termijn hebben overschreden, kan het langdurige verblijf van Jorge in Nederland, dat aan de Spaanse autoriteiten bekend was, meewegen in de beoordeling van de staatssecretaris.

Van Meer heeft er ook op gewezen dat Jorge bij uitlevering voor de tweede maal voor hetzelfde delict voorlopige hechtenis moet ondergaan, hetgeen de Nederlandse wet niet toestaat tenzij er nieuwe belastende feiten zijn. De man loopt daarbij bovendien groot risico te worden opgesloten in de beruchte Catelaanse gevangenis La Modello. Daar kan hem allerlei onheil overkomen, behalve de gezworen bloedwraak bijvoorbeeld ook seksueel misbruik. Anders dan in Nederland slapen de gevangenen in de ouderwetse gevangenis in groepen bij elkaar.

Kosto heeft intussen informatie gevraagd bij de Spaanse autoriteiten en een nieuw psychiatrisch onderzoek naar de gesteldheid van Jorge gelast. Uitlevering is volgens de Uitleveringswet niet toegestaan in gevallen waarin naar het oordeel van de staatssecretaris de gevolgen voor de betrokkene 'van bijzondere hardheid zouden zijn in verband met diens jeugdige leeftijd, hoge ouderdom of slechte gezondheidstoestand'.

Een woordvoerder van het ministerie van justitie noemt de zaak Jorge G. ongewoon.

Jorge zelf heeft zijn besluit al genomen. 'Als ik word uitgeleverd word ik vermoord. Ik laat mij niet als een schaap naar de slachtbank brengen. Dan pleeg ik liever in vrijheid zelfmoord.'