Oude garde in China weet nog van geen wijken

PEKING, 28 juli De top van de Chinese 'machts-pagode', de kliek van tachtigers, is vastbesloten de opperste macht die zij vorig jaar bij de studenten-rebellie heroverden voor onbepaalde tijd in handen te houden. Dat is de boodschap die een aantal van China's 'acht onsterfelijken' de afgelopen weken in het openbaar of achter de schermen heeft gegeven.

President Yang Shangkun (83), na Deng Xiaoping (85) en Chen Yun (85 of 90) de machtigste man van China, is deze week na een maand in het ziekenhuis voor een blindedarm-operatie weer in het openbaar verschenen. Om te bewijzen dat hij 'gezond' was, ontving Yang zijn oude buren die zich tien minuten lang op het televisie-journaal kinderlijk verheugd toonden over zijn herstel. 'De operatie is goed gegaan. Ik ben afgevallen, maar ik ben sterk en ik denk dat ik wel 90 word', zei Yang. Niettemin zal hij nog een hele tijd rust nemen voordat hij zijn ceremoniele taak als staatshoofd weer op zich neemt.

De functie van Yang wordt waargenomen door vice-president Wang Zhen, een schriel mannetje van 82 in een zwart Mao-pak, met wandelstok en luiers dragend wegens incontinentie. Deze week ontving Wang de premier van Zambia, M. N. Masheke, en liet via hem de wereld weten dat het Chinese leiderschap rondom Jiang Zemin, de 64-jarige nominale partijleider, 'sterk en machtig' is. Wang kan zijn hoofd niet rechtop houden en in de vertaalpauzes zat hij van briefjes op de leuning van zijn fauteuil af te lezen wat hij verder moest zeggen: 'Tegelijkertijd zijn enige van voorzitter Mao's wapenbroeders, onder wie Deng Xiaoping, Chen Yun, Li Xiannian en Peng Zhen, nog in goede gezondheid. Hoewel Deng Xiaoping zich geheel heeft teruggetrokken is zijn prestige onder het Chinese volk nog steeds groot. Kameraad Deng Xiaoping heeft bewezen een van de beste leerlingen van voorzitter Mao te zijn.' Volgens het in Hongkong gepubliceerde maandblad Jing Bao (Spiegel) dat een semi-officieel karakter heeft, heeft Wang Zhen zich in juni gekeerd tegen een hernieuwd voorstel van Deng Xiaoping om de hoogbejaarden voorgoed met pensioen te sturen en hun machtsbasis, de Centrale Adviescommissie (CAC), uiterlijk in 1992 te ontbinden. 'Nadat wij terugtreden moeten we ophouden ons te mengen in de zaken van de nieuwe leiding (van 60 tot 75 jaar, red.). Ik ben een uitzondering geweest, maar deze uitzondering zal in de nabije toekomst, in twee tot drie jaar, worden beeindigd', aldus Deng. Wang Zhen werd in 1982 al door Deng terzijde geschoven, maar na de val van de liberale partijleider Hu Yaobang, begin 1987, volgde de eerste 'hermobilisatie van de oude garde' waarop de tamelijk obscure Wang voorjaar 1988 vice-president werd. Chinese intellectuelen noemen hem een 'model-warlord'. In 1949 trok hij aan het hoofd van het volksbevrijdingsleger het westelijke moslim-gebied Xinjiang binnen en was daar vijf jaar de 'satraap'. Tijdens zijn non-actieve periode, van 1982 tot 1988, riep hij eens uit: 'Zij die hemel en aarde hebben veroverd, hebben het recht daarover te heersen.'

Wang wierp Deng Xiaoping tegen dat de verjonging van de partijleiding de laatste jaren veel te snel was gegaan. 'De stem van de ouderen moet voortaan intensiever worden beluisterd', aldus Wang. Zijn kwalificatie dat Deng Xiaoping 'een van de beste studenten van Mao' was, is alleen begrijpelijk voor fijnproevers in de dialectiek, met kennis van de 'eenheid van tegenstellingen'. Behalve dat hij niet scrupuleus was in het willekeurig doden van mensen had Deng weinig met Mao gemeen. Deng heeft het maoisme bijna tot de grond afgebroken. Wangs omgekeerde compliment ('oxymoron') betekent dat Dengs ketterij van de hervormingen is mislukt en dat China terugmoet naar Mao, iets wat Wang en andere bejaarden wel graag zien, maar wat Deng met alle macht die hij nog kan opbrengen wil voorkomen. Na de grote dwaling van vorig jaar tracht Deng sinds enige maanden weer de schijndode hervormingen nieuw leven in te blazen, maar er zijn nog machtiger opponenten dan Wang Zhen, zoals Chen Yun die als conservatieve 'tegen-patriarch' een terugkeer naar de planeconomie nastreeft. Chens economische filosofie wordt populair samengevat als de 'leer van de kooi'. De Chinese economie is een kooi. Naarmate zij groeit maak je de kooi groter, maar de deuren zet je niet open, want dan vliegen de vogels weg.

Volgens Amerikaanse en Japanse biografieen is Chen 90 jaar, volgens Chinese 85. Hij kan al jaren niet meer lopen en nauwelijks praten en eind vorig jaar vertelden Chinese functionarissen aan Westerse ambassadeurs dat hij in de eindfase van leukemie was en nog een of twee maanden te leven had. Volgens Zheng Ming, een ander, wat speculatiever Hongkong-blad, heeft Chens gezondheid zich midden april op wonderbaarlijke wijze hersteld. 'De dood heeft mij gratie gegeven', zou Chen hebben gezegd. Chen is voorzitter van de CAC, die als een super-politburo functioneert. De voormannen van de CAC wonen doorgaans de vergaderingen van het politburo bij en waken ervoor dat er nooit iets wordt besloten dat tegen hun vooroorlogse opvattingen indruist. Chen Yun heeft drie beschermelingen in het zes man tellende staande comite van het politburo, premier Li Peng (62) en twee apparatsjiks van 73, vice-premier Yao Yilin en Song Ping, een voormalige baas van het Centraal Planbureau. Deng Xiaoping beschikt niet meer over eigen loyalisten, want die heeft hij onderuit gehaald. Hij steunt min of meer op de secretaris-generaal, Jiang Zemin, die als een gewichtloze overgangsfiguur geldt en op het politburo-lid voor ideologie en propaganda, de tamelijk liberale Li Ruihuan (55). Li ligt echter permanent onder vuur van maoistische ultra's en heeft zijn handen alleen al vol aan het blussen van deze branden.

De afgelopen maand is er voor het eerst een systematische geruchtenstroom geweest dat de vorig jaar afgezette liberale partijleider Zhao Ziyang (71) een politieke wedergeboorte zou beleven. Hij zou twee uur met Deng Xiaoping hebben gesproken, die hem zou hebben opgedragen inspectie-reizen door het hele land te maken ter voorbereiding op zijn politieke terugkeer in de loop van volgend jaar. Regeringswoordvoerder Jin Guihua zei desgevraagd vorige week dat er veel geruchten circuleren en adviseerde die niet zomaar te geloven. Na enig aandringen zei hij echter niet te weten of de inhoud van de geruchten juist was. Een paar uur later verscheen er een verklaring van het persbureau Nieuw China die de geruchten over Zhao verwierp als 'volkomen uit de lucht gegrepen'.

Prive-commentaren van Chinezen zijn dat Deng-aanhangers de geruchten wel degelijk hadden verspreid om de reactie te testen. Die van de 'hardliners' was snel en negatief. Het dominerende cliche in China is dat 'stabiliteit boven alles gaat'. Zhao was de leider die instabiliteit wilde aanvaarden als een onvermijdelijk bijverschijnsel van snelle sociale en economische ontwikkeling. Dat staat lijnrecht tegenover de kooi van Chen Yun. Deng Xiaoping heeft daar altijd tussenin gedraaid en gelooft nog steeds in 'alchemie', het samengaan van socialistische orthodoxie en een markteconomie.

In opmerkingen, gepubliceerd in het communistische dagblad Wen Wei Po in Hongkong, nam hij zijn toevlucht tot 'apocalyptische' chantage om het socialisme te redden: 'Als wij het socialisme opgeven zal China in chaos worden gedompeld. Als China instabiel is zal de wereld instabiel zijn. Als er in China burgeroorlog uitbreekt zal niemand die kunnen bedwingen. Tien miljoen mensen zullen uitwijken naar Thailand, 100 miljoen naar Indonesie en een half miljoen naar Hongkong', aldus de patriarch die over drie weken 86 wordt.