NOS-voorzitter Joop van der Reijden: 'De politici hebben dezaak absoluut niet meer in de hand'

Joop van der Reijden (63), ex-staatssecretaris Volksgezondheid, wordt als voorzitter van de NOS voortdurend geconfronteerd met de huidige woelingen in het omroepbestel: de kwestie Veronica-Veronique en de pressie van WVC op de omroepen. Hij houdt van steeds nieuwe 'adventures' - of het nu in zijn werk is of in zijn prive-leven. 'Elke nieuwe poging is een poging om te kijken of ik op mijn bek kan gaan.' Een openhartig interview met een man die van zichzelf vindt dat hij 'geen kwartje' is geworden.

Vroeger werd ik altijd door mijn vrouw geredresseerd. Laatst verviel ik in een tv-uitzending, in gesprek met Yvonne Keuls, in mijn oude fout. Ik zat weer met mijn hand voor mijn mond te praten. Daarvoor kreeg ik altijd van mijn vrouw op m'n bliksem. Tot voor kort werd het gezin door haar bestierd, maar nu ze overleden is besef ik pas hoe rijk ik eigenlijk was. Geluk beleef je, zonder eigenlijk te beseffen dat dat geluk is. Je kan dat pas echt waarderen als je in een dal terecht komt, als je verdriet beleeft. Als Yvonne, die mij en mijn vrouw van vroeger kent, was gaan prikken, dan had ik het er heel erg moeilijk mee gehad. Bij mij is dat beeld van Wiegel bijgebleven, die voor de camera's over de problematiek rond zijn overleden vrouw geinterviewd werd, en ineens in snikken uitbarstte. Yvonne heeft mijn vrouw heel goed gekend. Als ze over haar was gaan vragen, dan waren oude herinneringen teruggekomen. Dan had ik niet geweten of ik het letterlijk wel droog gehouden had. Je moet je voorstellen dat ik mijn vrouw kende vanaf d'r tiende, elfde jaar. Toen ik zwemcoach was, was ze mijn pupil. We waren 31 jaar getrouwd, hebben drie kinderen gekregen en zij heeft die kinderen opgevoed. Een man stelt zijn leven, zijn activiteiten, daarop in. Hij weet dat 't vertrouwd is en maakt daar als het ware 'misbruik' van. Dat merk je pas als die vrouw er niet meer is.

De tweede laag: we deden vrijwel alles samen. Zij nam zelfs dingen van mij over als ik verhinderd was: prijsuitreikingen, openingen. Mijn vrouw was ook emotioneel in mijn werk geinvolveerd. Zij had het misschien nog wel veel moeilijker met het feit dat ik geen staatssecretaris meer was dan ik. Ik had niet meer gerekend op een kabinetsfunctie, maar zij wel. Ik was daar erg koel en nuchter over, heb lang tevoren mijn bureau helemaal opgeruimd. Ik heb gezegd dat ik op WVC alleen nog maar als minister terug wilde komen, maar dat ik geen enkel probleem had met het staatssecretariaat op EZ; internationale handelsbevordering was mijn eigen vak. Ik vond het wel jammer dat dat niet doorging. De politiek kijkt niet altijd naar de grootste deskundigheid, zie je dan, maar heel toevallige elementen spelen een rol.

Als ik gewoon mijn werk doe ben ik vrij emotioneel, vrij aandringerig. Maar ik kan ook schoon-analytisch zijn en afstand nemen van elke emotie. Bij de zaak Veronica/Veronique vind ik de koelheid van de uitwegzoeker.

Veronica speelt altijd in op de Nederlandse volksaard. Het Calimero-effect, wat grote onzin is, want ze zijn de allergrootste van allemaal, met 1,3 miljoen abonnees op dat blad. Maar altijd: de underdog die groot onrecht wordt aangedaan. Dat is een gevoel dat bij het Nederlandse publiek heel diep zit. Het hele Nederlandse volk heeft kennelijk altijd het idee: er wordt mij onrecht aangedaan. Iets verongelijkts: ik word niet voldoende gewaardeerd. Daar appelleren ze al vijftien jaar aan, en dat heeft ze geen windeieren gelegd.

De omroep is beland in de fase van de massaconsumptie, waarin altijd een zekere degeneratie plaatsvindt. Daarvoor ging iedereen van een doelgroep uit. De nieuwe omroepen richten zich met populistische programma's dwars door die oude doelgroepen heen op mensen die gewoon geentertaind willen worden, pogend om hoog te scoren in de kijkerswaardering. Geleidelijk zijn de andere omroepen ook steeds meer amusement gaan brengen. Uit de jongste cijfers blijkt dat de Vara nu het meeste amusement brengt; mede daardoor zijn ze er weer bovenop gekomen. Daartegen ten strijde trekken is hopeloos. Als je het Amerikaanse aanbod terug wil dringen, zal je met soortgelijk hoogwaardig Nederlands aanbod moeten komen. Het ministerie richt tegen de vervlakking subsidiepotjes op voor hoog-kwalitatieve culturele programma's. Ben ik het niet mee eens. Je moet juist het Amerikaanse aanbod aanpakken door Nederlandse produkties te maken, die in datzelfde consumptiepatroon passen.

Te spreken van 'infantilisering' is eigenlijk hovaardig. Men poogt zich aan te passen aan de smaak van het publiek. Dat mag je best infantilisering noemen, maar het blijft hovaardig. Persoonlijk vind ik het ook infantilisering, wat het aanbod voor negenen en na vijven betreft. Het is ongelofelijk wat een stommigheid er op het scherm komt! Maar ik ben niet degene die de eerste steen mag werpen, want als ik 's avonds om elf uur thuis kom, ben ik wel zo infantiel dat ik een film wil zien die mij zo min mogelijk probeert te leren.

Over de betrokkenheid van Veronica bij de oprichting van Veronique hadden we van Veronica-voorzitter Bordewijk al wel wat gehoord. Weliswaar wat geserreerder dan nu door het Commissariaat voor de Media naar buiten is gebracht. Hij zei dat hij indertijd was benaderd door Luxemburgse autoriteiten. Hij heeft ons ook verteld dat hij gevraagd was daar commissaris te worden. Hij heeft ons niet verteld dat er ook financiele relaties met Veronique waren over het effect daarvan twistten Veronica en enkele NOS-bestuursleden. Ik constateer die ogenschijnlijke feiten, maar het verbaast me niet. De vraag was in het NOS-bestuur: kunnen we Veronica nu nog wel vertrouwen en beschouwen als een loyale partner? We hebben de zaak kunnen klaren, nadat ik er namens het bestuur op af ben gegaan. Natuurlijk was de eerste reactie van Veronica: hier gaan we nog eens lekker tegenaan. Een tv-spot in de sfeer van: we pikken het niet langer. Toen ben ik gaan praten. Weg spotje, de zaak is onder controle. We gaan weer gewoon verder met elkaar, praten niet over het verleden. Ik heb geen oordeel over de hoogte van de straf, de zeven weken uitzendverbod, die het Commissariaat Veronica wil opleggen. Dat heb ik pas als de Raad van State straks zegt: de aard en de ernst van de overtredingen zijn zoals het Commissariaat heeft ingeschat en de Raad tegelijkertijd een uitspraak doet over de strafmaat. Het Commissariaat is zowel koddebeier, Officier van Justitie als rechter. Het klaagt aan en veroordeelt. Ik zal toch even moeten afwachten wat een volstrekt onafhankelijke rechter er van vindt.

Bordewijk heeft in het openbaar gezegd dat zijn uitspraak, dat Veronica 'de bijl zet aan de wortel van het omroepbestel', ongelukkig was. Dat is op zichzelf iets meer dan het lijkt: een uitvlucht om van die uitspraak af te komen. Ze verwijzen naar de Mediawet, die het gezamenlijke commerciele initiatief van omroepen en uitgevers mogelijk maakte: 'We hebben toen ook getracht het bestel te verlaten, en dus eigenlijk op te blazen.' Er is over gediscussieerd of dat een redelijke vergelijking is of niet. De Mediawet wordt tenslotte gewijzigd, er komt Nederlandse commerciele tv en er komt straks een regeling voor het publieke bestel. De vraag was: Hoe ziet Veronica dat in het licht van die toekomst? Bij de Raad van State loopt ook nog altijd de bodemprocedure, die moet gaan bepalen of Veronique nu toch een pseudo-Nederlandse zender is, of een buitenlandse zender. Ik denk dat de Raad van State in een lastig parket zit, want eigenlijk hebben ze nu alles op radio- en tv-gebied in handen. Stel je nou eens voor dat ze Veronique van de kabel halen, een zender die 25 procent kijkdichtheid heeft! Als het definitief als een buitenlandse zender wordt erkend, heeft dat ook verregaande consequenties, bij voorbeeld voor de aan- en verkoop van programma's. De Raad van State zit nu in het hart van de media. De minister wil dat de omroepen de verenigingsgelden en de opbrengsten uit de gidsen aanspreken om middagtelevisie te financieren. De relatieve rijkdom van sommige omroepen wordt door de regering nu als excuus gebruikt om niet te doen waartoe ze zich verplicht heeft, namelijk het publieke bestel overeind te houden met de omroepbijdragen en de STER-gelden. Dat heeft te maken met het feit dat de regering klem zit. Ik verdenk ze van het toepassen van puur eigenbelang. De STER dreigt in te zakken, met de komst van commerciele tv. Dan is er nog maar een weg:verhoging van de omroepbijdrage. Maar dat is een te impopulaire maatregel. Onze eerste reactie op het plan van de minister was natuurlijk: haalde uw ministerie niet onder Brinkman 250 miljoen omroepreserve van ons weg? Ze voelt zelf de nattigheid, maar vlucht door eerst op het erf van de buurman te kijken. Maar in de Mediawet is nooit gezegd: omroep, u moet uw eigen geldje erbij betrekken. Ik heb zelf in zo'n kabinet gezeten, dus ik weet precies hoe dat spelletje wordt gespeeld.

Voor de toekomst van het bestel wordt gedacht aan een concessiesysteem: de omroepen krijgen tien jaar, dan zien we wel weer eens. Maar hoe gaan we daarna verder met omroepen die niet 1,3 miljoen leden hebben, en die tussen de de status van A- en B-omroep terecht komen? Hoe moet het verder als de omroepen het monopolie op de bladen verliezen? Hoe denkt de politiek de positie van de NOS te regelen? Gaan we na pak weg acht jaar ineens weer concurreren? En met welk geld? Al dat soort vraagstukken zijn helemaal niet aan de orde geweest. Regeren is nog altijd vooruitzien, niet vooruitschuiven.

Ik voorspel dat naarmate de verenigings- en STER-gelden meer moeten worden ingezet, de drang om populaire programma's te maken groter wordt. Wij zijn al verslaafd aan het kijkcijfer, we meten er alles aan af. Het enige systeem waarin dat niet gebeurt is, o ironie, het systeem waarbij we louter uit omroepgelden zouden worden gefinancierd, met dikke overheidsvingers in de pap. Scylla is: alles op het kijkcijfer en de STER. Charibdis is:alles voorschrijven. Als je de laatste brief van d'Ancona goed op je in laat werken, dan is dat van een bemoeienis die niet meer te filmen is. Ik heb voor mijn bestuur een life-cycle getekend en beschreven van de omroep. We zijn aan aan het eind van de life-cycle van het gereguleerde omroepbestel. De politici hebben de zaak absoluut niet meer in de hand. Enerzijds is het verworden tot een vijfde macht, van ambtenaren die het tot in detail moeten regelen. Anderzijds is er de onmachtige politiek: zie het debat over de zondagsreclame. Ik ben daar banger voor dan voor wat dan ook. Uit de brief van mevrouw d'Ancona leid ik af: de politiek weet het niet meer. Het enige onderscheid dat de minister daarin maakt tussen publieke en commerciele omroep is nog, dat onze reclametijd 'substantieel' kleiner is en dat onze programma's niet worden onderbroken door commercials. Gelukkig hebben wij daar andere ideeen over. Het is toch niet te geloven! Ze schrijft mij ook met zoveel woorden: meneer, u moet met mij geen zaken meer doen, dat moet met de ambtenaren gebeuren. Dat staat er. Dan denk ik: jemig, jongens... Bij alle initiatieven van Radio 10, TV10 en de Veronique-constructie heeft de politiek niet ingegrepen. Ze hebben gezegd: laat het Commissariaat het maar uitzoeken.

Dat kiest dan: Radio 10 niet, TV10 niet, Veronique wel. En de Raad van State moet maar uitmaken of de wet zuiver is toegepast. Maar dit is toch geen detail van de wetgeving, men had het toch kunnen voorzien? Deze weg is een absoluut heilloze. Elke keer weer die rechter d'r bij, dat is de realiteit. Daarom zeg ik: laat Hilversum zijn eigen omroepbijdrage ophalen, geef ze toch die STER en laat ze 't verder alsjeblieft zelf uitzoeken. In Hilversum zijn we koortsachtig bezig te trachten het bestel te vernieuwen. We zouden het alleen kunnen. Als ze Hilversum dan ook maar werkelijk lieten barsten. Bemoei je d'r niet meer mee! Ik kom uit een middenstandsgezin. Daarvoor zijn het generaties lang fabrieksarbeiders geweest. Mijn vader was de eerste die een andere positie innam en een wasserij is begonnen. Dat was dus mentaal vechten. Ik werd door mijn vader van de middelbare school gehaald als het sneeuwde, om even met het sleetje het wasgoed bij de mensen rond te brengen. Heel vernederend. In de wasserij deed ik smerige karweitjes, niet al dat vuile goed is even fris. Op het moment dat anderen plezier hadden, trapte ik op de bakfiets tegen de regen in.

Het was elke dag aanpakken en drie keer per dag hetzelfde doen. Vuil wasgoed vijf keer schrobben, met groene zeep, in een teil met een plank erin. Urenlang met mijn vader lakens door de mangel draaien en vervolgens opvouwen. Vijfhonderd lakens opvouwen, daar word je helemaal gek van. Het begint heel plezierig, je praat gezellig met elkaar. Bij het vijfhonderdste laken heb je blinde ruzie. Fantastisch geestdodend! Mensen die dat niet hebben meegemaakt, hebben er geen idee van hoe onrustig en gedeformeerd je karakter daarvan wordt. Dan neem je je voor te proberen een kwartje te worden. Dat was blazen tegen de wind in. Ik had nog nooit buiten de deur gegeten. Er kwam een lichting jongens uit Indie, die vrijwel allemaal uit gegoede kringen kwamen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat wij bij Maison Berntzen in de Breestraat gingen eten. Als ik er nu langs loop denk ik: hoe heb ik dat ooit iets bijzonders kunnen vinden! Het was iets, voor de oorlog, als je naar de HBS ging. Mijn klasseleraar zei tegen mijn vader: hij kan veel beter bij je gaan werken, hij haalt de tweede klas niet. Ik was vroeger streberig, ik wilde er toch komme. Dan moet je dus doorzetten. Ook als je op je gezicht gaat.

Als ik nu op mijn leven en carriere terugkijk, vind ik dat ik helemaal geen kwartje geworden ben. Ik ben nog steeds niet verder dan een dubbeltje. Ik vind dat ik het helemaal niet zo vreselijk 'gemaakt' heb. Heb ik dan iets bijzonders gedaan? Ja, staatssecretaris geweest. En nou ben ik bij de NOS. Heel leuk. Maar er zijn honderden, duizenden mensen die nog wel spectaculairder dingen gedaan hebben. Twee huizen verder woonde een directeur-generaal van het ministerie van Sociale Zaken. Mijn vader zei altijd: van jou komt niks terecht, je bent nu dertig jaar en je hebt nog geen baantje. Kijk eens naar die man hier, twee huizen verderop. Die is di-rec-teur-ge-ne-raal van een ministerie. Toen ik staatssecretaris was zei ik wel tegen mijn moeder: als mijn vader dit nog eens had mogen meemaken, dat ik vijf directeuren-generaal onder me heb! Het is maar net hoe het balletje rolt. Voor hetzelfde geld was ik een soort Jan Wolkers geworden, een streek- en leeftijdgenoot. Mijn vrouw hield op beslissende momenten de richting vast. Mijn ouders wilden niet dat ik de zaak zou voortzetten. Had ik dat wel gedaan, dan was ik nou was-in-dus-tri-eel geweest. Met meer geld dan ik nu heb, maar waarschijnlijk ook iets meer in de richting van Wolkers.

Ik heb de dood van mijn vrouw verdrongen door alles aan te pakken. Mensen die zich afvragen waarom ik naast de NOS bij Feijenoord insprong, begrijpen er echt helemaal niets van. Anderen zijn drie maanden van de kaart. Daar heb ik alle respect voor. Maar ik heb het verwerkt door twee maal zoveel werk op me te nemen. Nu het langzamerhand een beetje wegebt, zit ik wel met een hoeveelheid werk waar ik bijna niet overheen kan kijken. Maar het is een bewust verdringingsproces geweest. Kijk, in een vorig leven heb ik altijd een paar dingen naast elkaar gedaan, omdat het nooit in iedere organisatie tegelijkertijd ellende is. Maar toen er dit incident bij kwam, was het: kijken of je nou echt van 8 tot 11 bezig kunt zijn, elke dag. En dan inderdaad 's avonds neerzakken, twee glazen whisky en bom, omvallen tot de volgende morgen zes uur.

Mij blijft altijd het beeld bij van een bezoek dat ik als staatssecretaris bracht aan een verpleeghuis. Daar was een demente pastoor die niets anders deed dan vloeken en aan vrouwen zitten. Het interessante is: was dat nou een reactie op het leven, of juist op dat leven dat zich aan hem opdrong en waar-ie zich geen raad mee wist. Met Yvonne Keuls sprak ik over de euthanasie-kwestie; zij heeft haar moeder twee jaar lang naar de dood begeleid. Ik ken voorbeelden van mensen die op hun ziekbed tot het allerlaatste moment aanspreekbaar waren, maar geen euthanasie wilden. Maar dat waren wel mensen, die zich gedurende hun gezonde leven sterk gemaakt hadden voor het recht op euthanasie. Mede door die ervaringen deel ik het uiterst pragmatische standpunt van Lubbers: we moeten het niet regelen, want we weten niet hoe het mot. Met alle juridische gebrekkigheid die daar aan zit. Als je politiek iets niet kunt regelen, blijf er dan met je fikken af!De life-cycle die je van de omroep of een bedrijf kan tekenen, kan je ook toepassen op een mens. Die 5-fasen-theorie ontleen ik aan de econoom Rostow: hij onderscheidt fases van take-off, van sterke groei, van consolidatie, van massalisering, en van de neergang waarin alle waarden langzamerhand verdwijnen.

Een mens ontwikkelt zich almaar verder, maar fysiek begint na je 45ste de aftakeling. Geestelijk begint het iets later, zo bij 55, 65 misschien. Die aftakeling kan je terughouden, door er steeds een nieuwe life-cycle op te stapelen. Ik zie bij mijn vriendjes die dat niet doen, dat ze met Vut gaan en in de neerwaartse knik terecht komen. Ze hebben niets meer om aan te pakken, zichzelf op te sarren. Ik heb heel bewust geprobeerd om steeds nieuwe adventures aan te gaan. Elke nieuwe poging is een poging om te kijken of ik op mijn bek kan gaan. Ook Feijenoord was een poging om mijn grenzen af te tasten. Het is mijn methode om de vergrijzing, de langzame neergang en dementie, tegen te gaan. Ik weet dat ik daarmee een vreselijk beslag op mijn lichaam leg. Maar het houdt me bij de tijd. Elke dag is een langzamerhand niet meer te dragen uitdaging. Never a dull moment.

Mijn nieuwe life-cycle is ook, dat ik inmiddels een nieuwe relatie heb met een vrouw. Die overigens bij de NOS werkt. En die 25 jaar jonger is dan ik. Daar hebben een heleboel mensen het vreselijk moeilijk mee. 'Relatie' vind ik zo'n gek woord. Maar ze is ook mijn 'verloofde' niet. 'Vriendin' klinkt zo oppervlakkig, terwijl het helemaal niet oppervlakkig is... 't is emotioneel. Vorig jaar was het helemaal emotioneel. Toen was mijn vrouw net zes maanden overleden. Nog steeds is het moeilijk, want je komt overal op plaatsen, waar ik zo vaak met mijn vrouw geweest ben. Het is nog steeds moeilijk in kringen, waar ze ons altijd samen hebben gezien. 'Mot dat nou zo nodig, op die leeftijd, kan-ie zich niet bedwingen... 'Mensen denken: 'Die had-ie natuurlijk allang op het oog.' Terwijl ik haar nog nooit had gezien; in november liep ik tegen haar aan. Het hoort niet meer. Ik heb toevallig vanmorgen in de gang nog tegen haar gezegd: You're my new life-cycle. Het is riskant, want ik heb een oud lichaam. Ik heb een zwembad liggen, maar ik ga er nooit in. Naarmate je Broeder Ezel zwaarder belast, moet je echt gaan kiezen; het is The Jogger's Dilemma; joggen is geweldig goed, maar je weet nooit wanneer de belasting fataal wordt.

In een verpleeghuis te eindigen, lijkt me het ergste dat er is. Ik heb het natuurlijk niet voor het kiezen, maar ik hou er rekening mee. Het idee van verlaten worden door alles en iedereen; niet eens omdat men de liefde niet meer kan opbrengen, maar omdat je positie niet meer houdbaar is. 'Vader is eigenlijk niet meer te handhaven.' Als je het elke dag in je broek doet, bij voorbeeld. De moeder van een vriendje van mij is gestorven aan het feit dat dat ze met luiers in bed moest liggen. Dat vond ze zo een schande. Die was binnen zes maanden boem weg, van verdriet en verontwaardiging. Ik kan me zo goed voorstellen dat je daar zit, met allerlei mensen waar je vroeger nooit iets mee te maken wilde hebben. Jonge mensen, die zich liefdevol over je buigen, terwijl je helemaal niet meer wil worden aangeraakt door jonge mensen.

Ik kan in een neerwaartse spiraal terecht komen, bij voorbeeld omdat je op je zeventigste geen commissaris meer mag zijn. Nou, five years to go... Op dit moment zeg ik: belachelijk! Ik kan alles nog an: Raad van Commissarisen van de VAM, drie zwakzinnigenorganisaties die ik probeer samen te smeden; geen enkel probleem. Ik voel me helemaal niet bijna 64; ik durf en kan elke jonge knul nog aan. Je kijkt naarmate je ouder wordt vaker naar de leeftijd van mensen die overlijden. Eerst dacht ik dat mijn vrouw met 51 al vroeg was overleden. Maar ik zie steeds meer jonge mensen die aan kanker of een hartaanval overlijden. Ik ben reuze begenadigd dat ik op praktisch 64-jarige leeftijd nog zo kan functioneren. Voor hetzelfde geld was het niet gelukt. Je ziet aan Ruding hoe moeilijk het is. Hij was een veel grotere kei dan ik in het kabinet. Ik was toch maar een kiezeltje. Hij is niet teruggekeerd naar de top van het bankwezen, niet naar een internationale organisatie. Hetzelfde geldt voor Gijs van Aardenne, was toch maar vice-minister-president van dit land... Een hoop mensen zie ik snel verouderen. En je ziet ze om je heen wegvallen. Bij bosjes! Veel jongens ook uit mijn omgeving, die op 58-jarige leeftijd roepen: Ik ga met Vut. Nou, ze liggen al.