Nauwelijks plaats in Afrika voor rechten individu

NAIROBI, 28 juli De Ghanees Kwame Nkrumah kwam had de dubieuze eer om als eerste Afrikaanse leider de preventieve detentie-wet in te voeren. Onder deze speciale veiligheidswet kon hij politieke tegenstanders zonder vorm van proces en voor vrijwel onbeperkte tijd gevangen zetten. In 1964 volgde na een referendum de invoering van de eenpartijstaat in Ghana. Iedere vorm van legale oppositie werd de mond gesnoerd. Twee jaar later volgde het bijna onvermijdelijke: het leger greep onder gejuich van de bevolking de macht van de eens zo razend populaire Nkrumah.

Het merendeel van de Afrikaanse staten volgde in de jaren zestig Nkrumahs voorbeeld, legaliseerde gevangenisstraf zonder vorm van proces en voerde de eenpartijstaat in. Landen in zuidelijk Afrika, zoals Zambia en Zimbabwe (tot afgelopen woensdag), riepen de noodtoestand af waardoor de regering buitengewone bevoegdheden kreeg.

In Kenia kwamen bij de onafhankelijkheid in 1963 de door de Britse kolonisten ingestelde maatregelen onder de noodtoestand te vervallen. Drie jaar later introduceerde de onafhankelijke regering opnieuw speciale veiligheidswetten. De wetten geven de autoriteiten extra bevoegdheden, zoals detentie zonder vorm van proces, beperking van bewegingsvrijheid, censuur of een algeheel verbod op communicatie, het verbod bijeenkomsten te organiseren, gedwongen arbeid en confiscatie van goederen.

Wanneer naar de mening van de regering de staatsveiligheid in gevaar komt, kan ze een beroep doen op deze wetten. Herhaaldelijk vielen in de rechtszaal Keniaanse advocaten de speciale wetten aan. Geen enkele keer slaagden zij in hun opzet de wetten ongeldig te laten verklaren en zo hun clienten vrij te krijgen.

De tegenstanders menen dat de speciale wetten alleen bedoeld zijn voor extreme omstandigheden, zoals oorlog. Bovendien handelen ook gewone wetten over de staatsveiligheid. Verder, zo blijkt volgens sommige juristen, worden de speciale wetten vaak misbruikt door de openbare aanklager wanneer hij onder een normale rechtsgang onvoldoende bewijzen kan aandragen tegen politieke verdachten.

Terwijl de tegenstanders betogen dat er in moderne democratische samenlevingen geen plaats is voor dergelijke draconische wetten, zeggen de machthebbers dat de handhaving van de openbare orde de allerhoogste prioriteit verdient. Niet de mensenrechten van het individu staan voorop, maar de bescherming van de massa. Met een verwijzing naar de recente arrestaties van zijn politieke tegenstanders betoogde de Keniaanse president Moi vorige week: 'Het is de plicht van de regering de mensenrechten te garanderen van de meerderheid en niet de rechten van enkelen. Hoe kunnen we spreken over de mensenrechten van enkelen die de rechten van anderen schaden?' Moi liet begin deze maand onder de preventieve detentiewet enkele prominente voorstanders van de invoering van het meerpartijenstelsel oppakken. De president wil handhaving van het eenpartijstelsel, om de fragile eenheid van de natie niet te schaden. Na de arrestaties braken rellen uit. De leiders van de campagne tegen de eenpartijstaat kregen de schuld. Mois tegenstanders hielden zich naar eigen zeggen strikt aan de wetten. Pas toen hun politieke ideeen steeds meer aanhang kregen en een bedreiging gingen vormen voor de regering volgens de officiele versie voor de staatsveiligheid werden de speciale detentiewetten toegepast. In het handvest van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) over mensenrechten worden, naast de individuele, de collectieve mensenrechten benadrukt. Ieder volk heeft bijvoorbeeld recht op economische, sociale en culturele ontwikkeling. Bovendien heeft iedereen plichten tegenover zijn familie, de samenleving en de staat. Hij dient bijvoorbeeld te streven naar sociale en nationale solidariteit. De Keniaanse jurist Amos Wako zei over het OAE-handvest: 'Het hele concept van mensenrechten in Afrika onderstreept niet zoals in andere landen het recht van het individu tegenover de samenleving. In Afrika geloven we dat de rechten van het individu en diens verplichtingen tegenover de samenleving onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden.' Het zoeken naar een typisch Afrikaans rechtssysteem is begrijpelijk op een continent waar in veel culturen het individu ondergeschikt is aan de groep. Evenzo logisch is de prioriteit die de verpauperde Afrikaan geeft aan het recht op voedsel en sociale vooruitgang. Tegelijkertijd voert Afrika echter de moderne bureaucratie in, waardoor vele mogelijkheden voor machtsmisbruik en repressie ontstaan.

In Afrika blijken de zichtbare machthebbers niet altijd de ware machthebbers. In de eenpartijstaat bestaan vele machtscentra binnen het regime. In het kabinet blijken veelal lagere ministers, zoals ministers zonder portefeuilles of in het bureau van de president, veel meer invloed en macht uit te oefenen dan hun in naam superieure collega's.

Naast de politie opereert de ongrijpbare geheime dienst, die de bevolking en alle machthebbers behalve de president in de gaten moet houden. Dan is er de super-geheime dienst die de geheime dienst moet controleren. Vervolgens beschikt de hoogste leider over een speciale dienst die meestal is opgebouwd uit zijn eigen stamleden en zorg draagt voor zijn persoonlijke veiligheid en machtspositie. Ook bestaan er in veel landen nog geheime diensten voor het leger en de eenheidspartijen beschikken veelal over 'stoottroepen' in de vorm van jeugdafdelingen.

Onder dit vrijwel onzichtbare net van machtscentra dreigt het individu vertrapt te worden. In de nasleep van de rellen in Nairobi vorige week vroeg een lid van een geheime dienst aan een lid van een andere geheime dienst zich te identificeren. Maar wat moet een burger doen wanneer hij bij de geheime dienst gaat informeren of een familielid is gearresteerd? Wat doet hij als hij te horen krijgt dat niet deze geheime dienst maar mogelijk een andere zijn familielid vasthoudt? Kent hij al deze diensten en geniet hij de rechten om bij deze geheime diensten te intervenieren? En durft, als uiterste maatregel, een moedige advocaat voor hem het hele veiligheidsapparaat ter verantwoording te roepen? De controle van de rechterlijke macht of het parlement op de talrijke duistere machtscentra ontbreekt vrijwel geheel in veel Afrikaanse landen. Politieke moorden worden daarom vaak niet opgelost. 'Zeker', merkte een afgevaardigde van een pan-Afrikaanse religieuze organisatie onlangs op, 'ons continent onderscheidt zich op dubieuze wijze als de grootste schender van de mensenrechten in de wereld, en als de grootste producent van vluchtelingen.'