Kosovo wil 'een eigen republiek, meer niet'

ROTTERDAM, 28 juli Het belangrijkste, zegt Muharrem Shabani, is het voorkomen van bloedvergieten, in Kosovo, het voorkomen dat de Albanezen, die worden geintimideerd en geprovoceerd en geterroriseerd, die worden afgeranseld op straat, die worden opgesloten en zonder proces worden veroordeeld, naar geweld grijpen.

Maar in Kosovo heerst al geweld, al sinds maart vorig jaar, toen Servie, waarvan het door Albanezen bewoonde Kosovo deel uitmaakt, het parlement in de hoofdstad Pristina met de tanks voor de deur dwong in te stemmen met grondwetswijzigingen waarmee het een groot deel van zijn autonomie opgaf. Maar geweld heerst er pas goed sinds begin deze maand, toen de kwestie-Kosovo in een stroomversnelling raakte. Op 1 juli legde de Servische leiding een nieuwe grondwet aan de bevolking van Servie voor die voorzag in de opheffing van de autonomie van Kosovo. Meer dan 90 procent van de Serviers zei er uiteraard ja tegen. Een dag later, op 2 juli, reageerden de Albanezen in Kosovo met een vlucht naar voren: de Albanese leden van het provinciale parlement, een absolute meerderheid, maakten tijdens een bijeenkomst op het plein voor het parlementsgebouw in Pristina de provincie los van Servie en riepen de republiek Kosovo uit, een Joegoslavische deelrepubliek wel te verstaan.

Muharrem Shabani was een van die parlementariers, jurist, voorzitter van de rechtbank is hij geweest in Vuciterne. Partijlid was hij ook, lid van de Liga van Communisten van Kosovo, de Liga die zich inmiddels met de Servische Liga van Communisten heeft herdoopt tot Socialistische Partij. Maar daar maakt Muharrem Shabani geen deel meer van uit, in die partij van met de Serviers heulende collaborateurs, zegt hij, zitten geen eerlijke Albanezen meer. Partijleider Rahman Morina zit er alleen in, met wat Servische leden: de partij is leeggelopen.

Sinds de ongehoorzame actie van het parlement van Kosovo van die tweede juli zijn de maskers gevallen. Servie heeft het parlement van Kosovo ontbonden, de regering naar huis gestuurd, de vertegenwoordigers van Kosovo in de federale organen tot aftreden gedwongen of weggestuurd, de afgevaardigden van Kosovo in het federale parlement is hun mandaat afgepakt. De gebouwen van radio en televisie in Pristina werden bezet door het leger en de Albanese redacteuren werden voor de draaiende camera's afgeranseld. En aangezien men daar geen collaborateurs heeft kunnen vinden, onder de Albanese werknemers, zenden radio en televisie in Kosovo nu alleen nog maar programma's uit andere Joegoslavische republieken uit. De 150 Albanese werknemers zijn inmiddels ontslagen. Net zoals 1500 Albanese politiemannen die weigeren de bevelen van de nieuwe Servische commandanten op te volgen, en duizenden arbeiders. Shabani: 'Elke dag komen op de bedrijven in Kosovo Serviers met zwarte lijsten met mensen die op straat moeten worden gezet. Arbeiders krijgen de vraag voorgelegd of ze voor de grondwet van Servie of voor die van Kosovo zijn, en wie het verkeerde antwoord geeft vliegt eruit.'

Alle grotere bedrijven in Kosovo hebben inmiddels Servische directeuren gekregen, en er is geen bedrijf meer waar niet is begonnen met het massa-ontslag van Albanese werknemers.

Het Albanese blad Rilindja verschijnt onregelmatig, men heeft getracht er een collaborateur, een 'fatsoenlijke Albanees' dat is de term die officieel voor pro-Servische Albanezen wordt gebezigd tot hoofdredacteur te benoemen, maar dat is mislukt. De Serviers hebben bepaald dat aan de universiteit van Pristina evenveel Servische als Albanese studenten mogen studeren, en omdat er te weinig Servische studenten zijn niet onlogisch in een provincie waar 90 procent van de bevolking uit Albanezen bestaat hebben 1500 Servische studenten van buiten Kosovo opdracht gekregen in Pristina te gaan studeren.

Inmiddels is een nieuwe regering benoemd: twaalf ministers zitten erin, elf Serviers, in meerderheid lid van de extremistische Servische beweging Bozur, en een Albanees, Ahmet Sopa, die minister van transport en communicatie is geworden. Dat althans zeggen de Servische media. Shabani: 'Maar waar is het niet. Sopa zit niet in de nieuwe regering, ze hebben hem benoemd zonder hem te vragen, hij was op vakantie in Griekenland toen ze die nieuwe regering benoemden.'

Het uiteindelijke doel van de Serviers, zegt Shanabi, is de Albanezen tot emigratie te dwingen en de provincie te koloniseren met Serviers.

Veel machtsmiddelen hebben de Albanezen niet, om zich te weer te stellen tegen het grove geweld: zonder parlement, zonder politie, laat staan een leger, beginnen ze weinig. De vraag dringt zich op waar ze in de fout zijn gegaan. De proclamatie van de tweede juli, zo geeft Shabani toe, was een wanhoopsdaad: de republiek werd uitgeroepen voordat de voorspelbare uitslag van het referendum over de nieuwe Servische grondwet bekend zou worden. Wanneer werd dan de fatale fout gemaakt? Op 23 maart vorig jaar, toen het parlement in Pristina instemde met de Servische oekaze? Shabani: 'Maar er was geen keus. Het parlement kon niet anders dan instemmen met de nieuwe grondwet, de opgave van de autonomie. De tank stonden voor de deur! Bovendien: hebt u het woordelijk verslag van de zitting gelezen? Ik wel. Er stond niet in hoeveel parlementariers er eigenlijk waren, hoeveel er voor en hoeveel er tegen stemden, er stond niets in over amendementen. En hebt u het televisieverslag gezien? Ik wel. Ik weet dat er in de zaal werd gestemd door lieden die niet eens lid van het parlement waren. En daarom is het volk naderhand de straat op gegaan, in de lente van vorig jaar, daarom de demonstraties, de stakingen, de gewonden, de doden, de isolatiefolter, de duizenden ontslagen.' Misschien, zegt Shabani, is het te laat. 'Maar er is geen andere weg. En we hebben geen middelen. Er zijn alternatieve oppositiebewegingen, waarvan de besturen illegaal werken, die belanden straks allemaal achter de tralies. Maar ze kunnen niets doen.'

Shabani maakt zich zelf weinig illusies: Belgrado heeft al de juridische vervolging aangekondigd van alle 112 parlementariers die hebben gestemd voor de proclamatie van 2 juli. Hij zal zelf na terugkeer wel worden aangehouden, zegt Shabani. 'Ze hebben me al verhoord. Ook al beschik ik over parlementaire immuniteit.'

En hij laat zijn pasje zien. Het parlement is ontbonden, door de Serviers, hoewel die daar het recht niet toe hebben, volgens hun grondwet niet, volgens de onze niet en volgens de federale ook niet: 'We zijn door het volk gekozen. Alleen het volk kan ons naar huis sturen. Ik ga straks gewoon verder met mijn werk, 'zegt Shabani. 'Desnoods in de illegaliteit.' Daarbij, zegt hij, willen de Albanezen van Kosovo wat de andere volkeren van Joegoslavie al hebben: een eigen republiek, niets meer en niets minder. 'De Albanezen zijn met drie miljoen het derde volk van Joegoslavie. We willen geen andere grenzen. We willen alleen een eigen republiek. We zijn beschuldigd van separatisme. Maar al tien jaar wordt elke Albanees die niet pro-Servisch denkt van separatisme beschuldigd. We zijn uitgemaakt voor alles wat lelijk is, voor nationalist, voor separatist, terrorist, alleen voor kannibaal zijn we nog niet uitgescholden. Maar als er al separatisten zijn, in Kosovo, dan hooguit een handvol. De overgrote meerderheid wil binnen Joegoslavie blijven, maar wel in een eigen republiek. Om dat te bewijzen eisen we een referendum, onder VN-toezicht. Maar dat durft Servie niet aan.' Hij hoopt nog altijd op een dialoog met de Serviers, Muharrem Shabani. Een dialoog? Met een man als president Slobodan Milosevic, die al drie jaar onvermoeibaar campagne voert om Kosovo weer Servisch te maken en nu eindelijk de kroon op het werk zet? 'Ik weet dat het moeilijk is. Maar daarom zijn we hier, daarom reizen we door West-Europa: het Westen moet Joegoslavie onder druk zetten, politiek en economisch. Het Westen moet Servie aan de onderhandelingstafel dwingen. Desnoods met een economische boycot', zegt Muharrem Shabani. 'Waarom? Omdat het alternatief bloedvergieten wordt. Hoe lang denkt u dat mijn volk zich nog laat ontslaan, zich nog laat terroriseren? Elk volk heeft een grens. De kans op bloedvergieten is heel groot. Om dat te voorkomen hebben we hulp nodig, de hulp van het democratische Europa', zegt Muharrem Shabani, uit Vuciterne, in Kosovo, lid van een ontbonden parlement. 'Want mijn volk zal de Servische eisen nooit accepteren. Nooit.'