Honkbalclubs worden steeds meer kleine ondernemingen

Charles Urbanus speelde van 1972 tot 1986 in de Nederlandse honkbalploeg en is recordinternational met 130 interlands. Hij deed mee aan vijf wereldkampioenschappen, zes Europese kampioenschappen en vijf Haarlemse Honkbalweken. Urbanus is nu voor het tweede jaar coach bij Oranje. Volgens hem is het honkbal in Nederland aan een radicale koerswijziging toe. Een grote stap vooruit maken, zoals die ooit eerder door de volleybalbond is gezet. Urbanus betwijfelt echter of de honkbalbond daar nu al aan toe is.

Is de Haarlemse Honkbalweek veranderd qua sfeer en aanpak? Ik heb Honkbalweken meegemaakt als jonge speler, later als ervaren speler en nu als coach. De beleving is dan steeds anders. Maar bovenal is het voor mij een sociaal evenement gebleven. Een hele week over honkbal praten. Met familie, met spelers, met coaches. Dat was ook wel lastig soms. Je wordt binnen en buiten het stadion op de vingers gekeken. Als je een fout maakt wordt dat je meerdere malen ingepeperd. Daar staat tegenover dat als je wat goed deed je dat ook wel honderd keer te horen kreeg. De inhoud van de Weken varieerde met de deelnemende ploegen. Er waren versterkte clubteams bij, maar ook jaren met de nationale ploegen van Cuba, Japan, Korea, Italie en Canada. Van de commercie merk ik nauwelijks iets. Het hoort er bij en stoort mij absoluut niet. Op het veld mag dat ook geen invloed hebben en dat heeft het ook niet. Ik heb ook niet het gevoel dat ik voor een sponsor optreed, ook al staat dat op mijn pak. Ik coach voor de Nederlandse ploeg.

Wat voor invloed hebben de Honkbalweken op het honkbal en het spelpeil in Nederland? De Honkbalweken, en daarmee ook de Haventoernooien in Rotterdam, zijn onontbeerlijk voor de ontwikkeling van het honkbal. Het spelpeil is er met sprongen door vooruitgegaan. De bezoekersaantallen stijgen niet spectaculair, maar dat is niet bepalend voor het succes. Als ze het stadion groter zou maken, komen er bij topwedstrijden zeker meer mensen kijken. Maar dat is toch niet reeel ten opzichte van de bezoekersaantallen straks bij competitiewedstrijden. Honkbal in Nederland is overigens nog altijd een kleine zomersport. De meeste mensen zijn nu op vakantie. Dat bepaalt ook in hoge mate het bezoekersaantal. Ik geef toe dat ook het ledental van de Bond geen grote vlucht heeft genomen. Maar wat heeft de Honkbalweek niet allemaal opgeleverd voor de nationale ploeg? Dat moet je je afvragen. In iedere wedstrijd kunnen we nu goed partij geven. Dat was vroeger wel anders. Oke, we spelen niet constant genoeg. Een of twee talenten in je ploeg maakt nog niet dat je in totaal op hoog niveau speelt. Veel mensen in Nederland denken bovendien nog altijd, dat, als je de hele dag hebt gewerkt of gestudeerd, je na twee uurtjes trainen even de ploeg van Cuba over de knie kan nemen. Die jongens zijn pure professionals, doen de hele dag niet anders. Dat we toch aansprekende resultaten boeken onder deze omstandigheden is alleen maar razend knap. Wij zitten nu aan de rand. Nu moeten we een gigantische stap nemen om een en ander radicaal te veranderen. Alleen denk ik dat de Bond daar nog niet aan toe is.' Wat zou die stap moeten zijn? Mensen tussen de twintig en de dertig jaar dingen in het algemeen in die periode naar een maatschappelijke positie. Van sport kun je niet leven in Nederland. Maar wil je presteren op het sportveld dan moet je veel trainen, meer spelen, kortom meer tijd hebben. Daarvoor moet je voorwaarden scheppen. Het moet eigenlijk gaan zoals destijds bij de volleybalbond. Daar waren toen ook zo'n acht gekken, want zo zag men dat in die tijd, die het op konden brengen om vijftien uur per week te gaan trainen. Die sport was daar aan toe, net als een aantal Nederlandse honkballers daar nu aan toe is. De volleybalbond is toen het beleid daarop gaan aanpassen. Dat zie ik bij de honkbalbond nog niet een-twee-drie gebeuren.

Wat zal er in jouw ogen als eerste moeten gebeuren? Aan zo'n stap moeten eerst maatschappelijke veranderingen voorafgaan. Studenten zouden, net als in Amerika, meer ruimte voor topsport moeten hebben. Op de Hogeschool in Amsterdam wil men daar bijvoorbeeld een start mee maken. Werkgevers zouden dat ook kunnen doen. Meer tijd beschikbaar stellen voor medewerkers om een grote sportinspanning te kunnen leveren. Zonder dat daarbij de promotiekansen van deze medewerkers afnemen. Je zou dan zo al de honkbalperiode kunnen verlengen met enkele maanden door in Taiwan, Korea of Midden-Amerikaanse landen te gaan spelen. Ook in Zuid-Europa zijn nog talloze mogelijkheden in het najaar. Als je daar dan ook de clubcompetitie op afstemt is dat geen probleem.

Sommige clubs willen dat misschien wel. Er zijn al ideeen over vormen van semi-professionalisme. Er komt een topliga, waarbinnen promotie en degradatie is afgeschaft, en er wordt al gesproken over een Europese competitie. Maar er zijn nog maar nauwelijks spelers aan de top te vinden die weten wat clubliefde is. Massaal wordt er per seizoen van club gewisseld.

Een aantal plannen bij clubs kan daarbij inderdaad helpen. In ieder geval moet de top kleiner. Er is naar mijn mening slechts plaats voor acht teams in de hoofdklasse. Het beschikbare talent, de wil van een aantal en de tijd die men in het tophonkbal wil steken rechtvaardigt dit. Hoe smaller de top des te makkelijker is het ook om een en ander te realiseren. Ook het wegvallen van promotie en degradatie maakt de zaak stabieler en kan dus helpen. Straks, met het verdwijnen van de grenzen binnen Europa, komt er zeker een Europese competitie van de grond. Vliegen naar andere landen is nog slechts een kwestie van tijd. Er zijn vast wel concerns die dat willen financieren en ook profclubs in Amerika hebben belangstelling. De Dodgers en de Mets hebben al een balletje in die richting opgegooid. Men heeft immers behoefte aan talent. Dat zou een van de nieuwe kweekvijvers kunnen worden. Wat die clubtrouw betreft ben ik van mening dat dat inderdaad bij topspelers nog nauwelijks leeft. De hoofdklasseclubs profileren zich steeds meer als kleine onderneminken, die regelmatig schuiven met coaches en spelers, die zich ook steeds zakelijker gaan opstellen.

Als er ooit iemand kans heeft gehad in Nederland om profhonkballer in Amerika te worden was jij dat wel. Je hebt dat nooit gedaan. Je hebt voor zekerheid gekozen.

Profhonkballer heb ik nooit willen worden omdat me dat te eenzijdig is. Er zijn meer belangrijke dingen te doen. En ook binnen het kader waarin we ons nu bewegen binnen de clubs en de Bond zou ik niet snel kiezen voor een professionele coachfunctie. Daarvoor moet er eerst een heleboel veranderen.

Volgend jaar tijdens het Europees kampioenschap in Italie moet Nederland zich kwalificeren voor de Olympische Spelen in 1992 in Barcelona, waar honkbal voor het eerst in de geschiedenis op het programma staat. Zal het deelnemen aan de Spelen helpen het imago van deze tak van sport te verbeteren? De Olympische Spelen helpen het honkbal ongetwijfeld. Het bedrijfsleven is er in geinteresseerd. Daarmee kun je allerlei zaken regelen die nodig zijn om het honkbal professioneler aan te pakken. Of we ons zullen plaatsen is nog maar de vraag. Uitgerekend moeten we weer in Italie spelen, net als in 1983 toen we ons moesten kwalificeren voor het demonstratietoernooi in Los Angeles. Dat is toen ook niet gelukt. Ik begrijp trouwens niet waarom de Europese bond niet beslist om in jaren waarin je je moet kwalificeren voor de Olympische Spelen het Europees kampioenschap op neutraal terrein te laten verspelen.

Na de Honkbalweek gaat de Nederlandse ploeg naar het wereldkampioenschap in Canada. Een plaats bij de eerste vijf is dan het doel van hoofdcoach van Jim Stoeckel. Is dat redelijk als je bedenkt dat Nederland meestal een bescheiden plaats inneemt op dergelijke toernooien? We zitten de laatste jaren zo'n beetje op een zevende, achtste plaats. Wij zijn ooit zelfs een keer zesde geworden. Als je een perfect toernooi speelt kun je inderdaad een vijfde rangschikking halen onder de gegeven omstandigheden. Als je betere randvoorwaarden schept, waarover ik het al heb gehad, dan komt dat zeker binnen bereik. Bij de Olympische Spelen is een en ander overigens een stuk eenvoudiger. Als je daar in een poule twee keer weet te winnen, heb je meteen kans om voor een medaille te spelen.

Nederland speelt wisselvallig, zeg je zelf ook.

We spelen inderdaad nog niet stabiel genoeg, maar ik heb ook gezegd dat we op de rand staan. Als we op onze top spelen kunnen we een aantal zaken realiseren.

Geloof je nu echt in al die radicale veranderingen? Honkbal is al 78 jaar in Nederland op vrijwel dezelfde manier bezig. Dan moet er toch eerst revolutie komen? De zaken komen langzaam maar zeker anders te liggen. De clubs willen, zij het schoorvoetend, anders. De Bond is toch ook een nieuwe koers ingeslagen. Veel topspelers zijn er zeker aan toe. Het opengaan van de Europese grenzen, de ontwikkelingen in Oost-Europa en de belangstelling van bedrijven en profclubs neemt toe. Het klimaat wordt anders. Ik ben zelf altijd voorzichtig geweest. Heb ik van mijn vader. Eerst bekijken, afwegen en dan op zeker spelen. Ik heb graag veel zwembandjes om voordat ik in het diepe spring. Daarom moet je niet zomaar wat roepen en beloven. Je moet zaken echt realiseren. Het roer echt omgooien. Randvoorwaarden scheppen. Het geld, het kader, de besturen boven tafel brengen en dan reele voorstellen doen aan de topspelers. Die pakken dan hun kansen. De meesten zijn er klaar voor.