Fujimori erft in Peru failliete boedel Garcia

ROTTERDAM, 28 juli Als ineens het licht uitgaat en de microfoon het niet meer doet, dan zal geen van de aanwezigen raar opkijken vandaag bij de plechtige installatie van de 52-jarige Alberto Fujimori als president van Peru. Aan elektriciteitstekorten is men in Lima inmiddels wel gewend. Maar het middelpunt van het dubbele feest Fujimori viert tegelijkertijd zijn verjaardag staat voor de weinig benijdenswaardige taak aan de concrete en de spreekwoordelijke duisternis van zijn land een einde te maken.

Inflatie, guerrillaterreur en narcohandel heten de drie vloeken van het 22 miljoen inwoners tellende Andesland. Aan de landbouwingenieur en politieke outsider Fujimori, een Peruaan met Japanse ouders, is het nu om na vijf jaar mislukt sociaal-democratisch beleid waarin Peru met duizelingwekkende vaart is afgegleden naar de economische afgrond, het land er weer bovenop te helpen. Dat wil zeggen: de economie saneren, het binnenlandse geweld van zowel guerrilla als leger beheersen en de cocateelt een halt toeroepen. Maar het sleutelwoord is economisch herstel.

In juni kreeg Fujimori een ruim mandaat van de Peruaanse kiezer. Na een verrassende opkomst uit het niets in de eerste ronde van presidentsverkiezingen in april, nam de anti-politicus Fujimori het in de tweede ronde in juni op tegen een andere anti-politicus: de schrijver Mario Vargas Llosa. Behalve dat zij als twee outsiders grote overeenkomsten vertoonden, verschilden hun programma's niet wezenlijk van elkaar. Het was eerder een kwestie van accenten. Vargas Llosa propageerde een 'shock-therapie' voor de Peruaanse economie, Fujimori koos voor de weg van de geleidelijkheid. En met hem de Peruanen, bevreesd als zij zijn voor drastische ingrepen.

Maar nog geen maand voordat hij zou worden geinstalleerd als president van Peru bleek Fujimori ineens een andere behandeling van de patient Peru voor te staan: die van dr. Vargas Llosa, de shock-therapie. Internationale economen steunen harde ingrepen in de Peruaanse economie onder het motto 'zachte heelmeesters maken stinkende wonden'. De daling van het bruto nationaal produkt van 8,8 procent in 1988 en (geschat) 12,2 procent vorig jaar, en de inflatie van 1700 procent in '88 en ruim drieduizend procent in '89 lijken de weg van geleidelijkheid uit te sluiten. De waarde van de nationale munteenheid, de inti, ten opzichte van de dollar halveerde de afgelopen twee maanden.

In de acht miljoen inwoners tellende hoofdstad Lima heerst een tekort aan elektriciteit wegens de aanhoudende, extreme droogte waardoor waterkrachtcentrales niet meer functioneren. Maar ook aanslagen van de twee linkse guerrillabewegingen, de Revolutionaire Beweging Tupac Amaru en het maoistische Sendero Luminoso ('Lichend Pad'), op de elektriciteitsmasten dragen regelmatig bij aan ontijdige duisternis in de hoofdstad. Daarnaast is er, ook door de droogte, in toenemende mate gebrek aan (drink)water. Voor de benzinestations staan lange rijen auto's te wachten voor het rantsoen van twintig liter per voertuig. Aan voedsel is doorgaans geen gebrek, maar de meeste limenos hebben te weinig intis om het in voldoende hoeveelheden te kunnen kopen.

Fujimori heeft zich na zijn spectaculaire verkiezingsoverwinning beziggehouden met het kweken van goodwill in de internationale gemeenschap, die Peru had uitgestoten wegens het eigenzinnige beleid van de vertrekkende president Alan Garcia. Deze nationaliseerde onder andere de banken en staakte de aflossing van Peru's buitenlandse schuld.

Fujimori werd welwillend ontvangen in de Verenigde Staten en zijn 'tweede vaderland' Japan, de twee landen die bij uitstek het arme Andesland de helpende hand kunnen bieden. Maar de boodschap in Washington en Tokio was dezelfde: eerst orde op zaken in eigen huis stellen, dan zien we wel verder.

Dat moet een teleurstelling voor Fujimori zijn geweest en vooral voor de miljoenen die hun hoop op de succesvolle 'chinito' (Chineesje, zoals Fujimori's koosnaampje onder de Peruanen luidt) hadden gevestigd. Meer teleurstellingen zouden volgen. Begin deze maand verlieten twee prominente adviseurs van Fujimori het regeringskamp, omdat ze het niet eens waren met de koerswijziging en het impliciete kiezersbedrog van de man die met volle overtuiging tijdens de verkiezingscampagne 'no shock' had beloofd. Twee weken later stelde Fujimori zijn kabinet voor: een premier (Juan Carlos Hurtado Miller), tevens minister van economische zaken, met Conservatieve antecedenten en maar liefst drie (oud-)militairen op ministersposten.

Ondanks deze slechte 'warming-up' heeft Fujimori voorhands het voordeel van de twijfel. Er is nu ook geen alternatief meer voorhanden in Peru. Althans, geen democratisch alternatief.