De zelfvernietiging van Suriname

Wat is er mis met Suriname? Die vraag zal minister Pronk zich ook tijdens zijn recente bezoek voortdurend gesteld hebben. Een ding staat vast: de stagnatie in de politieke cultuur van Suriname is compleet. De 'oude' politieke leiders hebben de greep op de ontwikkelingen verloren, mogelijke opvolgers worden tegengewerkt. In die sfeer kan de corruptie opbloeien. De kritiek op de machteloze regering groeit, maar wat is het alternatief? Als legerleider Bouterse president Shankar wil pesten, trekt hij bij een bezoek aan het presidentieel paleis een keurig pak aan met de blote voeten in smerige schoenen. Hij neemt dan demonstratief met de benen over elkaar plaats tegenover de Surinaamse president, die tevens opperbevelhebber is van het leger. Wanneer Desi het gesprek niet bevalt, gaat hij weg en laat de voortzetting aan stafchef Graanoogst over. Shankar laat zich zulke schofferingen nog steeds welgevallen.

De kritiek op de uiterst voorzichtig operende Surinaamse regering neemt toe, ook in de gelederen van de eigen partijen in het Front voor Democatie en Ontwikkeling. 'Deze regering is er nog niet van overtuigd dat ze de soevereine rol van het volk kan uitdragen', zegt dr Arty Jessurun. De 42-jarige kinderarts in het Sint Vincentius-ziekenhuis te Paramaribo is lid van de Nationale Assemblee en onder-voorzitter van de NPS (Nationale Partij Suriname), de tweede man in de partij dus na vice-president Henck Arron. Jessurun, die zich rekent tot de groep van 'kritische' NPS'ers, laakt de situatie van machteloosheid waarin de regering zich bevindt. 'Het is als met het verhaal van dat jongetje en Dracula. Het monster komt op hem af, maar het jongetje houdt een kruis stevig in de hand geklemd en Dracula verschrompelt. Een professionele jager houdt ook een kruis in de hand, maar Dracula neemt het af, omdat de jager er niet in gelooft. De regering beschouwt zich te veel als een kleine groep van alleen de president en dertien ministers.' De crisis waarin de Front-regering verkeert, raakt vrijwel alle aspecten van de Surinaamse samenleving. De sanering van het door patronage tot monsterachtige omvang gegroeide overheidsapparaat blijft uit. En de gezondmaking van de economie laat ook op zich wachten. Corruptie bloeit tot in hoge politieke kringen.

Corruptie

President Shankar getuigde er onlangs zelf van in een wel zeer openhartige rede in de Nationale Assemblee. 'Dikwijls zijn corruptieve gevallen van dien aard dat repressief optreden niet mogelijk is, zodat het Openbaar Ministerie niet bij machte is iets tegen dergelijke personen te ondernemen', zei Shankar toen hij zich verdedigde tegen het feit dat de regering op dit gebied zo weinig onderneemt.' De structuren op de verschillende departementen zijn van dien aard, dat corruptie in de hand wordt gewerkt en zelfs aangemoedigd. (...) Een omstandigheid die corruptie begunstigt is het feit, dat burgers te lang op antwoord zijdens de overheid moeten wachten, waardoor een corruptieve sfeer wordt gecreeerd. Indien er een goed systeem van administratieve controle op de departementen zou bestaan, kon dit euvel de kop worden ingedrukt. In de praktijk blijkt vaak dat mensen die wegens corruptie zijn veroordeeld, in dezelfde functie worden gehandhaafd of zelfs bevorderd. Ook komt het voor dat telefoontjes zijdens hooggeplaatste personen of politici worden ontvangen om een bepaalde persoon niet uit zijn functie te ontheffen.

Dikwijls komt het voor, dat degenen die aanleiding tot het plegen van corruptieve daden hebben gegeven, vrijuit gaan en alleen de kleine ambtenaar wordt bestraft; de aanzetter blijft op zijn post, zodat de corruptiehaard blijft bestaan.' De voorzitter van de Surinaamse Rekenkamer, drs. Hans Prade, is verheugd over de rede van Shankar. 'De president heeft het goed begrepen', zegt de voormalige ambassadeur in Nederland. De Rekenkamerverslagen zijn in Suriname veelgelezen lectuur. Zwart op wit staat nu wat iedereen eigenlijk al wist: hele overheidsdiensten blijken niet te werken; mensen hebben dubbele banen, krijgen salaris zonder te verschijnen; ministers zijn betrokken bij dubieuze deals.

Is de regering van goede wil? Als het gaat om de verhouding tot de militairen bestaan vooral meningsverschillen over het tempo waarin de burgerregering de staatsmacht dient te monopoliseren. De 'oude' politieke leiders van voor de coup van 1980 reageren weinig alert op de recente ontwikkelingen. Jessurun: 'Ze denken nog steeds in het consensus-model. Maar je kunt niet alles met praten oplossen. Ze realiseren zich onvoldoende dat we te maken hebben met een gemene tegenstander die heel andere normen heeft.' De Frontregering, waarin naast de overwegend creoolse NPS ook de Hindoestaanse VHP (Verenigde Hervormings Partij) en de Javaanse KTPI (Boerenpartij) samenwerken, is volgens veel critici al meteen na de verkiezingen van november 1987 verkeerd begonnen. In plaats van de electorale monsterzege politiek te verzilveren, werd gas teruggenomen. De militairen moesten vooral niet worden geprovoceerd.

Die lijn wordt nog steeds gevolgd. Toen minister Mungra (financien) een kwart miljoen dollar per maand aan het leger beschikbaar wilde stellen voor buitenlandse aankopen, besliste vice-president Arron dat het een half miljoen moest zijn. Die afspraak was nu eenmaal met Bouterse gemaakt. Uit een Rekenkamerrapport blijkt dat financiele aangelegenheden van het ministerie van Defensie buiten de vakminister om door het leger worden behartigd. De vice-president beschikt ook al geruime tijd over keiharde informatie dat het gewapende commando van de Tucajana-indianen een creatie is van de militairen, wat overigens voor geen enkele Surinamer een geheim is. De Nationale Assemblee kreeg slechts te horen dat het leger er naar eigen zeggen niets mee van doen heeft.

Initiatieven

In de zogenoemde Nationale Dialoog van vertegenwoordigers van politieke en functionele groepen zijn inmiddels initiatieven genomen om de positie van de burgerregering te versterken. 'Er moet snel een wet op het militair gezag komen, waarin vastligt dat de president de legerleiding benoemt en ontslaat. Tot zo'n organieke wet verplicht ook de grondwet', zegt Jessurun.

Maar wat in het geval Bouterse bij ontslag weigert op te stappen? Jesserun: 'Dan hebben we een coup. Dat zou in elk geval duidelijkheid scheppen. Maar ik ben daar niet zo bang voor. De militairen hebben hun les geleerd.'

Jessurun neemt namens de NPS zelf deel aan de Nationale Dialoog een Surinaamse variant op de brede maatschappelijke discussie. Hij verwacht dat de Nationale Dialoog de regering in elk geval tot enige spoed kan bewegen bij het nemen van moeilijke beslissingen. 'Als de regering op dit punt niets doet, moet de Nationale Assemblee het initiatief nemen.' Suriname is een economisch-politiek-etnisch-militair complex dat tot zelfvernietiging lijkt te neigen. Voor politici is het daarin uiterst moeilijk manoeuvreren. Dat verklaart de aarzelingen van de regering in Paramaribo over een economisch aanpassings- en herstelprogramma. Door de scheefgroei in de volslagen kreupele economie met een florerende zwarte markt zijn tegenstellingen verscherpt. Toegang tot de schaarse deviezen, dat is waar het in Suriname om draait.

Vooral de militaire en Hindoestaanse elite hebben grote belangen te verdedigen. Dat de Hindoestanen handel en landbouw volledig domineren, is historisch gegroeid. De creolen gingen hen voor in de emancipatie. Zij trokken het eerst naar Paramaribo en bezetten daar nog steeds de meeste overheidsbanen.

Elke economische beslissing heeft een zware etnische lading. De verhouding tussen NPS en VHP is direct in het geding. 'Ik heb intern wel eens gewaarschuwd dat de Hindoestanen zich wat moeten intomen, laat ze wat minder schraperig zijn. Eigenlijk is ons grote struikelblok dat we overactief zijn', zegt een top-politicus uit de VHP. Dergelijke zelfkritiek kan in de VHP tegenwoordig vaker worden gehoord. Lid van de adviesraad van de VHP, drs. Ben Mitrasing: 'Het is een heel systeem rond partijleider Jagernath Lachmon. Die houdt het feitelijk in stand. We zijn afhankelijk van rijke geldschieters. En die kunnen je natuurlijk chanteren.'

Lachmon zelf heeft nooit enige moeite gedaan de schijn van belangenvermenging te vermijden. De 72-jarige VHP-leider ontketende vorige week een storm van protest met een pleidooi voor een maandelijkse openbare-dollarveiling. Ondanks felle tegenstand in de Nationale Dialoog is het sterk omstreden plan nog niet van de baan. Een pleidooi van Lachmon om een cementfabriek op te nemen in de door Nederland te financieren projecthulp wordt in verband gebracht - en niet alleen door zijn politieke tegenstanders - met het feit dat hij commissaris is bij de betonfabriek van zijn boezemvriend. Elk besluit rond een aanpassing- en herstelplan zal vanuit de Frontpartijen met grote argwaan worden bekeken. Stafleden van semi-overheidsinstellingen suggereren dat het Hindoestaanse deel van de overheid hun bedrijven bewust verwaarloost, om ze straks bij privatisering voor een appel en een ei te kunnen overdoen aan de gevestigde geldelite. 'Politiek in Suriname gaat over financiele machtsstructuren', zegt Jessurun zonder omhaal. Harde middelen worden daarbij niet geschuwd. Nog niet zo lang geleden werd het ministerie van Economische Zaken in Paramaribo door brandstichting verwoest. Alle dossiers met gegevens over vergunningen gingen verloren.

Dominant

Vanuit de NPS-achterban klinkt al luider het gemor over de dominante positie van de VHP. Hindoestanen beheersen niet alleen de economie, zij zijn er de afgelopen jaren ook in geslaagd belangrijke politieke posten te veroveren. De belangrijkste ministeries zijn in handen van VHP'ers, de president en de voorzitter van het parlement zijn van de VHP; hetzelfde geldt voor de belangrijke ambassadeurspost in Den Haag. Dat veroorzaakte een verstoring van het wankele evenwicht in de plurale Surinaamse samenleving dat nog wel bestond in de jaren zestig ten tijde van wijlen 'Jopie' Pengel. Veel NPS'ers verwijten de partijleiding dat zij het zover heeft laten komen. Het speelt de NPS zeker parten dat de VHP in cultureel-religieus opzicht een veel hechtere samenhang vertoont.

De Surinaamse politieke partijen zijn de kiesverenigingen gebleven die zij vroeger waren. Bij NPS en VHP ontbreekt zelfs een ledenadministratie, wat in strijd is met de wet die het democratisch functioneren van de politieke partijen regelt.

Een poging van voorzitters van enkele partijkernen in de NPS om de gebrekkige interne democratie aan de kaak te stellen, haalde niets uit. Toen zij zich aan de poort van het partijterrein aan de Wanicastraat meldden, werd hun de toegang geweigerd. 'In de partijraad beslist alleen het hoofdbestuur. We hebben strijd geleverd, maar het is niet gelukt', zegt voorzitter Rudy Bottse van Paramaribo-Centrum. Een motie om de opstandige kernvoorzitters te royeren hangt hem nog steeds boven het hoofd. Voorzitter Arron heeft alleen door de instelling van een adviesraad de zeer gebrekkige interne democratie enigszins opgevijzeld.

Van interne democratie in de VHP is al helemaal geen sprake. 'Eigenlijk hebben enkele miljonairs de partij gekocht', zegt Mitrasing. 'En de adviesraad waarvan ik lid ben, is een wassen neus.'

Toch stapt Mitrasing niet uit de partij; hij blijkt zelfs bijna dagelijks actief in het partijcentrum. 'Als ik naar de NPS ga, word ik daar gezien als een intrigant.'

Over vernieuwing van het politieke leiderschap in de VHP wordt slechts in stilte gesproken. Maar van een werkelijke aflossing van de wacht is voorlopig nog geen sprake. Dr R. M. Nannan Panday(61) zou de beste papieren moeten hebben. Hij is voorzitter van de hindoegemeente Sanatam Dharm. En daartoe behoren de meeste hindoestanen: potentiele kiezers die zich gemakkelijk laten mobiliseren. De werkelijkheid is ingewikkelder. Lachmon heeft nooit een troonpretendent naast zich geduld. Wie zich als zodanig aandienden, kon rekenen op alle mogelijke tegenwerking.

Nannan Panday: 'In 1962 vroeg men me voor de VHP aan de verkiezingen mee te doen. Ik haalde in mijn district veel meer stemmen dan Lachmon daarvoor had gedaan. In de partij ging men mij toen als zijn opvolger zien. Maar Lachmon veegde dat direct van tafel.'

Nannan Panday bracht het in 1965 tot fractievoorzitter van de VHP toen Lachmon voorzitter van het parlement werd. Maar daarna raakten de twee gebrouilleerd.

Nannan Panday: 'Vlak voor de laatste verkiezingen bezocht ik een verkiezingsbijeenkomst van de VHP. Behangen met mala's werd ik door een enthousiast publiek op de schouders naar het podium gedragen. Daar werd me gewoon de toegang geweigerd.'

Onlangs moest Nannan Panday een vergunning voor de bouw van een crematorium bij de VHP-minister Radakishun inleveren. Dit geschenk aan de Sanatam Dharm werd Nannan Panday om politieke redenen misgund. Hij is nauwelijks verbaasd. 'De VHP is een archaische partij gebleven, die een vorm van politiek voert waarin de prive-belangen prevaleren.' De priesters van de Sanatam Dharm zijn volgens Nannan Panday zo ontevreden over de VHP, dat wordt overwogen een andere partij op te richten. 'We hebben er bezwaar tegen dat de VHP alleen voor commerciele belangen gevoelig is', zegt hij. 'We keren ons ook tegen de corruptie. Voor belangrijke benoemingen moet een aparte staatscommissie komen.'

Nannan Panday spreekt van een 'a-materialistische' partij. 'Maar het moet in geen geval een godsdienstige partij worden.'De voorzitter van de Sanatam Dharm beseft hoe moeilijk het is in Suriname een nieuwe levensvatbare partij van de grond te krijgen. In de naoorlogse geschiedenis is het nog nooit gelukt. De persoonlijke risico's zijn dan ook groot in een maatschappij, waar patronage nog steeds tot de belangrijkste politieke tradities behoort. Gesprekken over mogelijke samenwerking met de NPS zijn in dit stadium niet goed mogelijk, omdat dit het eind van de Frontregering kan betekenen.

Lachmon zal dus nog wel even blijven. NPS-leider Arron heeft al eens meegedeeld dit jaar te willen opstappen, maar daarvan is sindsdien weinig meer vernomen. De opvolgingskwestie is niet acuut. Kandidaten zijn er wel. De twee meest genoemden zijn onder-voorzitter Arty Jessurun en minister Ronald Venetiaan van Onderwijs. De eerste heeft een lichte huidskleur - een behoorlijke handicap in de partij waarin Pengel reeds in de jaren vijftig de macht voor de zwarte volkscreolen opeiste. Zowel in VHP als NPS hebben de etnisch-politieke tradities zich moeiteloos gehandhaafd; de 'oude' politieke leiders evenzeer. En de Surinamers? Die zijn nog steeds een 'toevallig' volk.' Alle ministeries hebben natuurlijk een personeelsafdeling, alleen, die doen niet aan personeelsbeleid. De medewerkers hebben er ook geen opleiding voor; zij zijn vaak als schrijver binnengekomen. Personeel wordt zelden geworven, iemand word je toegewezen.'

Drs. A. Silos(58) is al lang niet meer verbaasd. Silos (sociaal psycholoog met specialistie organisatiekunde) is op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Paramaribo hoofd van het Centraal staforgaan formatiezaken en efficiency, al is hij aan het laatste nog nooit toegekomen. Hij is met andere woorden de hoogste ambtelijke baas van alle overheidsdienaren: een Surinaamse Hans Pont dus. Silos keerde zes jaar geleden vanuit Nederland terug naar Suriname na goed betaalde personeelsfuncties bij onder andere Unilever en de PTT. 'Ik had na 35 dienstjaren niet meer zoveel te verliezen, 'zegt hij.

Silos stelde zich tot taak alle departementen door te lichten: vastleggen van doelstelling en taken alsmede omschrijven van alle functies. 'Het is tot nu toe alleen met het ministerie van Buitenlandse Zaken gelukt', zegt hij. 'Je moet afspraken maken met de minister en zijn staf. Dat duurt soms een jaar. En ach, men vergeet je ook weleens.'

Het doorlichten van de diensten neemt in Suriname ongeveer drie keer zoveel tijd als in Nederland.

Over tegenwerking heeft Silos inderdaad niet te klagen. Als hoofd van het Centraal staforgaan formatiezaken en efficiency moet hij alle beschikkingen voor ambtelijke benoemingen op zijn bureau krijgen. In werkelijkheid ontvangt hij maar 85 procent van de beschikkingen. 'De overige 15 procent die ik niet krijg, betreft ambtenaren in de hoogste schalen.' Silos ziet het als een van zijn belangrijkste taken ervoor te zorgen dat de 'juiste man op de juiste plaats komt'. Dat blijkt vooralsnog een bijna onmogelijke opgave. Van de dertien departementsdirecteuren zijn er volgens Silos maar enkelen berekend voor hun taak. 'Er wordt vaak gezegd door politieke leiders dat we te weinig of niet op de juiste wijze gebruik maken van ons aanwezig potentieel. Zo'n uitspraak veroorzaakt hoge bloeddruk. Je weet hoe er gehandeld wordt. Degenen die een juiste bijdrage willen leveren worden links gelaten of ontheven. Dat veroorzaakt veel ellende en demotivatie.'

Drs. Silos heeft onlangs toch een kleine overwinning geboekt. Hij kreeg toestemming cursuspakketten voor personeelsambtenaren aan te schaffen bij de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Enkele mappen liggen opgestapeld in zijn werkkamer, vlak naast de delen van dr. L. de Jong over het Koninkrijk der Nederlanden.