DE THERAPEUT, DE PATIENT EN SEX

Door de 'affaires' van de afgelopen jaren zal ook de meest progressieve psychotherapeut doordrongen zijn geraakt van het taboe op sex met clienten. Het 'moet kunnen' van weleer is in zijn tegendeel verkeerd. Einde discussie? Dat zou jammer zijn; de grens tussen betrokkenheid en distantie in psychotherapie is immers nooit scherp te trekken. Er doemen ook nieuwe vragen op. Bestaat er een kans dat therapeuten zich, uit angst voort het taboe, angstvallig steriel gaan opstellen zodra hun eigen betrokkenheid of intimiteit in het geding komt? En zo ja, zijn hun clienten daarmee dan gediend, of worden zij er juist door geschaad? Voor Robert Bosnak, een 'Jungiaans' therapeut van Nederlandse afkomst, werkzaam in Boston, blijft de 'innerlijke strijd tussen ingehouden beroepsformaliteit en directe, persoonlijke, menselijke intimiteit' zeer actueel. Hij vraagt zich af: hoe ver behoort dat 'moet niet kunnen' eigenlijk te gaan? Moet het taboe op sex tussen therapeut en client zich ook uitstrekken tot intimiteit van niet-fysieke aard? In Dromen met een aidspatient stelt Bosnak die vragen aan de orde, maar beantwoordt ze niet in algemene zin. Het boek is eerder te lezen als een poging om in een geval de grenzen van therapeutisch verantwoorde intimiteit te verkennen. Als hij een tijd bij hem in therapie is, blijkt een van zijn clienten aan Aids te lijden. Deze 'Christopher' is een homoseksuele man, afkomstig uit een fundamentalistisch milieu. Zijn familie en vrienden hebben hem in de steek gelaten, en in de kerk moeten ze hem ook niet meer.

Christopher is niet alleen ziek, maar ook nog eens verstrikt in religieuze vragen. In weerwil van zijn homoseksualiteit had hij eigenlijk fundamentalistisch predikant willen worden. Nu voelt hij zich ook door God verlaten. 'Als ik vroeger bad, luisterde God, 'schreeuwt hij op een keer. 'Nu is Hij doof. Ik zal die genade nooit meer voelen! Ik ben verdoemd.' Het is het geluid van 'een aan flarden gescheurde ziel', schrijft Bosnak. Hoe in zo'n geval de grens te trekken tussen betrokkenheid en distantie? Geconfronteerd met zo'n extreme conjunctie van sex, dood en godsdienst zouden veel hedendaagse theapeuten waarschijnlijk voor een terughoudende opstelling kiezen. Aan de andere kant: dat iedereen zich van hem distantieert, dat is nu juist Christophers probleem!DROOMANALYSEHet grootste deel van Bosnaks boek is gewijd aan de droomanalyses die in Christophers therapie centraal stonden. De Jungiaanse symboolduiding, compleet met onbewuste woordspelingen en alchemistische overpeinzingen, wordt hier gebracht vanuit de zekerheid des geloofs.

Hoewel ik niet tot de liefhebbers van dit genre behoor, vind ik Dromen met een aidspatient een pracht van een boek. Bosnak beschrijft met volstrekte openhartigheid zijn relatie met Christopher en zijn keuze om in dit 'geval' niet terug te schrikken voor een hoge mate van intimiteit.

Bosnak droomt inderdaad 'met' zijn client. Samen dromen ze aanvankelijk een happy end. Bosnak is ervan overtuigd dat Christopher niet zal sterven. Bij de ontwikkeling van Aids spelen psychosomatische factoren een belangrijke rol, denkt hij. 'Zolang we je geestelijk sterk kunnen houden, staan we sterk, 'houdt hij zijn client voor. 'Je moet nu geestelijke afweerstoffen smeden! Een psychologisch immuunsysteem!' Bosnak beperkt zijn therapeutisch handelen niet tot de droomanalyses in zijn spreekkamer. Hij realiseert zich dat Christopher 'de sacramenten, het bloed en het lichaam van zijn Verlosser, net zo hard nodig heeft als het AZT-programma.'

Via vrienden probeert hij hem op een seminarie ingeschreven te krijgen. Ook stuurt hij hem naar zijn vriend Will, een zwarte dominee. 'Stel je voor: een jood die een flikker naar een nikker stuurt om zijn christenziel te redden.' Met Will praat Christopher over biecht en absolutie, en hij gaat bij hem naar de kerk. 'Ik ontving de hostie, ik gaf de beker door en ik voelde me een met de anderen, 'vertelt hij later. 'Dat heb ik heel lang niet gevoeld.'

Samen met zijn gemeente brengt Will ook geld bijeen om Christopher godsdienstpsychologie te laten studeren. SAPPENDe droomervaringen die Christopher opdist zijn nogal eens seksueel getint. Bosnak beschrijft hoe zijn 'sappen' dan subiet 'in een stroomversnelling raken'. Hij hangt aan Christophers lippen, of het nu om de billen van een atletische jongen gaat die zwembroeken past, of over een koele Romeinse dame op een drijvend paleis. Ook in dit opzicht droomt hij mee; soms 'kwijlt' hij bijna bij de verhalen. Niet alleen tot deze droomtypes voelt de therapeut zich aangetrokken, ook tot zijn client van vlees en bloed, dat langzamerhand plaats maakt voor vel over been. 'Ik vraag me af, 'schrijft hij bijvoorbeeld, 'hoe het zou zijn om met hem te vrijen, zelfs nu hij er zo skeletachtig uitziet.' Als Christopher vertelt dat hij eertijds iedere man kon krijgen die hij wilde, vraagt Bosnak: 'Heb je een grote?' Christopher 'grijnst flirterig'. Die dag realiseert Bosnak zich bij het afscheid 'hoe sensueeel zijn handpalm aanvoelt.' Daarna gaat hij naar de achterkamer om zorvuldig zijn handen te wassen 'als een chirurg na een operatie'. Een andere keer beschrijft Christopher een droom waarin hij een enorme hond van de achterbank van zijn auto schopt: 'Hij is gewoon te groot. Ik kan zijn formaat niet aan.' 'Je kunt zijn formaat achterin niet aan, 'grapt Bosnak, 'tegelijkertijd mijmerend hoe het zou zijn om het grote beest bij hem van achteren te zijn.'

Ook nu 'grijnst Christopher samenzweerderig' en raakt de sfeer 'verhit'. Op een keer nodigt Christopher Bosnak uit bij zich thuis. 'Ik zou het graag willen, maar ik kan niet, 'antwoordt hij. En tegenover de lezer vervolgt hij: 'De seksuele dans die we dansen wordt nooit in werkelijkheid uitgevoerd, alleen maar gedroomd.' TUINBROEKTAALIn het ziekenhuis, tijdens een van hun laatste gesprekken, geeft Christopher met duim en wijsvinger aan hoe nietig zijn penis is geworden, waaruit nu een catheter komt.' Is hij zo klein geworden?' vraagt Bosnak. 'Christopher knikt en grijnst triest. Ik herinner me zijn trots op zijn grote hanekam. We vinden het fijn samen man te zijn.' Zo'n laatste uitspraak doet onwillekeurig denken aan de tuinbroektaal van mannenpraatgroepen, zeker in de context van deze behoorlijk wollig overkomende droomtherapie. Maar het 'samen man zijn' van deze twee is helemaal niet zo zacht. De droombeelden waaraan ze zich gezamenlijk verlustigen zijn zwaar 'pikgericht', en daarmee goed afgestemd op het soort homo-scene waar Christopher zijn identiteit als onweerstaanbaar versierder opbouwde.

Bosnak bewerkte langs deze onconventionele weg dat zijn client iets terugkreeg van het gevoel begeerlijk te zijn, en daarmee een belangrijk deel van zijn eigenwaarde. Gedurende de therapie begon Christopher weer een sociaal leven te leiden; ook kreeg hij weer een vriend.

De vraag dringt zich op of Bosnaks deelname aan Christophers fantasieen voortkwam uit authentieke geilheid of eerder uit professionele empathie. In hoeverre maakte zijn gekwijl onderdeel uit van zijn streven naar verhoging van Christophers psychologisch immuunsysteem? Bosnak coquetteert op z'n minst met een zeker exhibitionisme. Is dat erg, zolang hij de grenzen van de therapeutische situatie respecteert? Is het in sommige gevallen zelfs op therapeutische gronden aan te bevelen? Het antwoord wordt aan de lezer overgelaten.

Vragen vallen ook te stellen over de activiteiten die Bosnak buiten de spreekkamer ten behoeve van Christopher onderneemt. Laten zijn pogingen om Christopher met de kerk te verzoenen zich onder de noemer 'therapie' rangschikken? Ook hier doet Bosnak geen moeite om uit hetgeen hij in dit specifieke geval aanbevelenswaard achtte, een algemeen antwoord te distilleren.

Zeker is dat hij Christopher God terug wist te geven, en hem daardoor hielp zijn ziekte onder ogen te zien en te accepteren. Kort voor zijn dood schreef Christopher in zijn 'Droomboek': 'Als, zoals de Heilige Schrift zegt, Satan vermomd als een engel van licht zal verschijnen, waarom kan God dan niet vermomd als een engel van de duisternis verschijnen? Ik begin licht in het duister toe te laten. Duisternis en licht en schaduw worden een zaak die afhankelijk is van waar de lichtbron wordt geplaatst. '