De Eend: viriel noch een druktemaker

DEBA, 28 juli Deux-dak helemaal open en blote voeten op de pedalen. In vakantiestemming laat ik me in de slipstream van vrachtwagens naar de Portugees-Spaanse grensplaats Vilar Formoso zuigen.

De Portugezen van Citroen in Lissabon hebben snel gewerkt. Ze wilden mijn fonkelrode 2CV eerst een TT-nummerbord geven, dus belastingvrij, toen papieren op mijn naam, vervolgens overwogen ze de naam en het adres van de krant op de eigendomspapieren van de laatste Lelijke Eend, waarmee ik rondtoer, te zetten, maar voor al deze documenten had ik ook een vriend in Portugal nodig. Toevallig had ik die niet, behalve mijn vrienden van Citroen. Uiteindelijk gaven die mij een groene kaart mee en een getikte brief waarin Citroen-Portugal verklaart dat het de auto, die ik gekocht en betaald had, aan mij uitleent tot 1 november. Mooie handel. Hoewel er veel stempels op die brief staan, waggel ik met een bezwaard gemoed op de Spaanse grens af. En niet zonder reden. Vele jaren geleden had de Spaanse grenswacht in Algeciras mijn Deux Chevaux volledig gedemonteerd op zoek naar Marokkaanse hasjies. Maar het lidmaatschap van de EG heeft blijkbaar ook de meest zuidelijke douaniers mild gestemd, want een welgemeend 'buenos dias' en een geldig paspoort garanderen een ongehinderde doortocht.

Minder voorkomend zijn de Spanjaarden tegen hun EG-partner Portugal. Onmiddelijk op Spaans grondgebied wordt de prachtige efficiente Portugese heuvelroute een smal asfaltdek met vele kuilen. Portugal toont met zijn mooie weg, gericht op het oosten, dat het openstaat voor nieuwsgierigen, handelswaar en vrachtwagens uit de Europese buurlanden, Spanje daarentegen lijkt zijn buurman de economische ontwikkeling niet te gunnen gezien het beroerde vervolg van die weg, waarvoor zelfs de gemeente Beilen zich zou schamen. Met de zon loodrecht op de bol, rijd ik over de Spaanse hoogvlakte, tussen heuvels waarin Amerikaanse westerns worden opgenomen. Enkele olijfbomen geven slechts weinig schaduw aan talloze zwarte schapen. Ik passeer dorpen, die blijkbaar hun verleden ontvallen zijn, in Siete Iglesias ontwaar ik maar een kerk en in Villanueva liggen alle huizen in puin. Af en toe passeer ik op een heuvel een vrachtwagen. Ik laat me in zijn slipstream tot aan zijn achterbumper zuigen en zwaai dan met een klap naar links en met de verkregen extra snelheid passeer ik het stinkende wegmonster. Met open dak geen milieugenoegen. Dankzij de 10 kilometer extra power, die de Eend er in de loop van 25 jaar bij heeft gekregen, weet ik de ellendige situaties uit het verre verleden te vermijden, waarin de Eend een heuvel neemt, maar langzaam snelheid verliest en ingehaald wordt door een vrachtwagen, zo groot als een reus. Vrachtwagenchauffeurs blijken tijdens mijn tocht vriendelijke en voorkomende wezens te zijn vergeleken bij bezitters van BMW's, Opel Omega's, Lancia Thema's, Peugeot 604's, etc., al die auto die zo op elkaar lijken en over een turboknopje beschikken. Niets is blijkbaar zo ergerlijk voor de bezitter van een dergelijk automobiel dan op zijn tocht bergopwaarts gehinderd te worden door een langzame luis als een Eend, die heel goedhartig met een topsnelheid van 75 kilometer een truck probeert te passeren.

Eerst zet het turbovoertuig zijn linkerknipperlicht aan, alsof hij in de tussenberm gaat passeren. Mij best, zo'n daad ontsnapt mijn verantwoordelijkheid. Vervolgens knippen de grote lichten aan en worden hinderlijke signalen gegeven, die algauw veranderen in een vuurtorenverblinding. Als de arme Eend aan zijn inhaalwedloop bezig blijft en nergens heen kan, uitsluitend de keus heeft tussen zich laten verslinden door de vrachtwagen naast hem of de driftkikker achter hem, wordt een loeiende sirene aangezet. In mijn bescheiden achteruitkijkspiegeltje zwaait de vuist van de achteropligger heen en weer. Als hij mij eindelijk passeert wijst de bestuurder op zijn voorhoofd of maakt met zijn omhoogstekende vinger een obsceen gebaar. Zelfs de netste Peugeot-rijder gebruikt de grofste gebaren om zijn ongenoegen te tonen als hij in zijn snelheid gefrustreerd wordt. En helaas, hoewel ik Frankrijk liefheb, moet ik zeggen dat de allergrofste chauffeur de Franse is. Wie in een Eend rijdt heeft tijd tot nadenken. Ik ben op de snelwegen tot de conclusie gekomen, dat het niet alleen ergernis over de kortstondig opgelopen vertraging is, die van beschaafde mensen scheldende chauffeurs maakt, maar de intrinsieke symboliek van de Eend. Jongetjes in die zelfde auto's van hun woedende vaders kijken vertederd naar de Eend. De Lelijke Eend straalt zorgeloosheid uit, is een simpel vervoersmiddel, gevrijwaard van tekens van status, weelde en viriliteit. De Eend wijst de druktemaker in zijn BMW op de overbodigheid van zijn drukte, op andere waarden van het leven als rust, eenvoud en genieten. Mijn 2CV is felrood en die kleur versterkt ongetwijfeld zijn effect.

Eigenlijk blijkt mijn tocht met de laatste 2CV een dodenrit, want maar al te vaak heb ik het gevoel dat die sjacherijnige vaders mijn symbool van vrijheid van de weg willen drukken, zoals ze zonder schuldgevoel een egeltje vermorzelen onder de extra-dikke banden van hun turbokarren. Hun eenvoudige drogredenering luidt dat als iets vernietigd is het niet meer bestaat. In een rode Eend rondtoeren is ook een manier om naar jezelf te kijken als weggebruiker. Uitgeput kom ik 's avonds, met droge lippen van de angst, in Deba aan, vlak voor San Sebastian.

Dit is de derde aflevering over de teloorgang van de Lelijke Eend. De vorige verschenen op 26 en 27 juli.