Cliche's over kunst in stijlvolle omgeving

In 1842, het jaar waarin de Brusselse lithograaf Jean-Baptiste Madou als schilder debuteerde, verscheen ook zijn complete serie kunstenaarsprenten, Scenes de la Vie des Peintres de l'Ecole Flamande et Hollandaise (Brussel, Gerant, A. Dewasne). Dit waren geen reproducties of interpretaties van bestaande schilderijen maar oorspronkelijke litho's, waarin Madou de karakteristieken vastlegde van kunstenaars die in zijn tijd als grote meesters werden beschouwd en die nu nog steeds als zodanig gelden.

Dat de maker daarmee tegelijk een aardig beeld gaf van de (voor-) oordelen van zijn eigen tijd ten aanzien van die kunst is evident. We zien de gebroeders Van Eyck in een sobere en duistere, dus echt 'middeleeuwse' ruimte hun zuster Margaretha als madonna schilderen; een pretentieuze Rubens zit omgeven door weelderige dames achter de ezel alsof hij op theevisite is. De Hollandse marineschilder Ludolf Bakhuijzen daarentegen wijst op een stormachtig strand gretig naar een weinig degelijk ogend schuitje waarmee hij de zee op wil om de woeste baren niet alleen te trotseren, maar ook in zijn dikke tekenboek vast te leggen.

Enkele van Madou's kunstenaarsprenten vormen nu met een vijftigtal soortgelijke afbeeldingen van kunstenaars uit dezelfde tijd een kleine tentoonstelling in het Delftse museumpje Paul Tetar van Elven. Deze presentatie, die veelzeggend begint met een prent van Johan Braakensiek waarop Jozef Israels op zijn tachtigste verjaardag wordt gefeliciteerd door 'Rembrandt', is geheel samengesteld uit een particuliere collectie. Wat er vooral mee wordt geillustreerd, is dat spreekwoordelijke begrippen als Rubensiaanse weelderigheid en een huishouden van Jan Steen misschien niet uit de negentiende eeuw stammen, maar dan toch zeker wel in die eeuw op grote schaal bij een groot publiek werden verspreid en bevestigd. Dat gebeurde door middel van stijlvolle, maar ook drakerige grafiek.

Voor wie dit soort prenten niet kent, is het interessant om ze te bekijken, zeker in de omgeving waarin ze hangen: het huis van een negentiende-eeuwse meesterkopiist van werk en levensstijl van schilders van de Gouden Eeuw. De beeltenis van diens leermeester, A. B. B. Taurel (1794-1859), leraar aan de Koninlijke Academie, gegraveerd naar een schilderij door Ingres is het mooiste portret op deze tentoonstelling. Het hangt naast een aardige serie van contemporaine kunstenaars door Charles Baugniet die met weinig poespas zijn weggezet voor of in hun specialisme, bij voorbeeld op een rots in het landschap of bij een weide met koeien. Ze vormen een mooi tegenwicht voor alle historiserende beelden, waarin de morele verhevenheid van de oude schilders met behulp van veel attributen is uitgedrukt en waarbij het middelpunt van de scene vrijwel steeds herkenbaar is aan zijn palet; de ene keer koketteert hij er mee, dan weer klampt hij er zich aan vast als was het een schild.