Chaos dreigt in Zuid-Afrika door bevolkingsexplosie

JOHANNESBURG, 28 juli Terwijl Zuid-Afrika zich opmaakt voor ingrijpende veranderingen in het politieke systeem, wordt het geconfronteerd met een al even ingrijpende sociale aanpassing: de steden dreigen de komende jaren te worden overstroomd door een snelle toevloed van miljoenen zwarten.

Een aantal pas voltooide demografische studies toont aan dat de combinatie van een explosie van de zwarte bevolking en de scheefgroei die is veroorzaakt door tientallen jaren sociale woningbouw onder het apartheidssysteem het land rijp heeft gemaakt voor een zeer snelle verstedelijking. Tegen het eind van de jaren negentig zal de bevolking van alle belangrijke Zuidafrikaanse steden zijn verdubbeld.

Het complex van steden bestaande uit Pretoria in het noorden, de Witwatersrand (met Johannesburg als centrum) en Vereeniging in het zuiden gewoonlijk PWV genoemd zal een gigantische voornamelijk zwarte agglomeratie worden, groter dan Londen of Los Angeles. Tien jaar later zal de bevolking 16,5 miljoen mensen tellen, net zo veel als het huidige Sao Paulo. Intussen zullen zowel Durban als Kaapstad een bevolking hebben van 7 miljoen mensen, zo groot als PWV tegen het eind van de jaren negentig.

De demografen waarschuwen er evenzeer voor dat deze enorme toestroom van mensen op geen enkele wijze gehuisvest kan worden. De meesten zullen in de naar alle kanten uitgroeiende illegale nederzettingen wonen om en nabij de steden. Dit proces heeft al een aanvang genomen. Als men over een willekeurige Zuidafrikaanse stad vliegt ziet men deze oprukkende omsluiting van dicht op elkaar gepakte informele behuizing, waar honderdduizenden mensen hun toevlucht hebben gezocht tot karton, golfplaten en plastic als elementaire beschutting.

Het bekende Crossroads in Kaapstad dat de regering jarenlang probeerde te slopen met als enige resultaat dat het steeds weer verrees, is exemplarisch geworden voor iedere stad in het hele land: het is niet meer uit te roeien. Zelfs in de steden komen deze optrekjes van de een op de andere dag als paddestoelen uit de grond op elke denkbare lege plek: in achtertuinen, op golfvelden, in parken, langs de rivieroevers en zelfs op kerkhoven.

De Urban Foundation, een ontwikkelingsorganisatie gesteund door het bedrijfsleven, die het meest gedetailleerde demografische onderzoek heeft verricht, schat dat er 7 miljoen mensen in dit soort 'informele behuizing' wonen, van wie 2,5 miljoen in de PWV. Deze getallen zullen volgens waarschuwingen van de stichting in de komende vijf jaar zijn verdubbeld.

Naast deze ontwikkeling, zal een toenemend aantal zwarten naar de blanke voorsteden trekken als de apartheid wordt opgeheven, wat zal leiden tot het 'grijs worden' van de steden. Ook dit proces is al op gang gekomen, met name in Johannesburg, waar zestig procent van de mensen die in de binnenstad wonen zwart is. 'Het effect van deze twee processen zal zijn dat er een stad ontstaat die fundamenteel verschilt van alles wat Zuidafrikanen tot nu toe hebben meegemaakt', zegt Ann Bernstein, direkteur van de stichting.

Voor blanken die zijn opgevoed in een maatschappij waar apartheid bestond, die generaties lang het idee propageerde dat de steden alleen voor blanken waren en dat zwarten thuishoorden in de tribale thuislanden, zal de overgang een enorme cultuurschok betekenen die misschien zelfs groter is dan de aanpassing aan een zwarte meerderheidsregering.

Maar de grootste angst die mensen als Bernstein en andere demografen hebben, is dat de traagheid van de regering om in te spelen op een proces dat al aan de gang is, zou kunnen leiden tot overwoekering van de steden, die zullen veranderen in 'chaotische nachtmerries'. Zij zeggen dat als de snelle urbanisatie in goede banen wordt geleid Zuid-Afrika dit proces kan ombuigen in zijn eigen voordeel, en zo de zwarte bevolking kan helpen om er in economisch opzicht beter van te worden en daarbij ook de explosieve groei te stoppen.

Alle demografische studies stellen dat ook zonder de apartheid Zuid-Afrika met een urbanisatiecrisis zou zijn geconfronteerd. De apartheid heeft het alleen maar erger gemaakt door een verstoring van de spreiding van de bevolking en een inkapseling van mensen in plattelandsgebieden die nu naar de steden zullen stromen als de beperkingen worden opgeheven.

De hoofdoorzaak van dit alles is een bevolkingsexplosie. Omdat Zuid-Afrika de hoogst ontwikkelde economie en gezondheidszorg in Afrika heeft, is het sterftecijfer van de zwarte Zuidafrikaanse bevolking sneller gedaald dan het geboortencijfer. Dit verschijnsel is bekend in alle maatschappijen die de ontwikkelingsfase van Zuid-Afrika hebben bereikt, en zal voortduren totdat een verbeterde levensstandaard van de zwarten het geboortencijfer zal terugbrengen. Dan zal de situatie zich stabiliseren.

Dit betekent dat de scherpe groei van de bevolking van Zuid-Afrika niet voor 2020 zal afvlakken. Tegen die tijd zal de zwarte bevolking bestaan uit meer dan 70 miljoen mensen, van wie 80 procent in de steden zal wonen. De blanke bevolking zal intussen teruglopen. Zoals in de economisch ontwikkelde maatschappijen in West-Europa en de Verenigde Staten zal er naar verwachting een negatief groeipatroon zijn van min negen procent per jaar.

De blanken waren gewend om in aantal te worden overtroffen door de zwarten met vier op een, nu is dat vijf op een. Tegen het eind van de jaren negentig zal dit bijna acht op een zijn, en in 2010 meer dan negen op een. In dat stadium zullen de Afrikaners, die het land de afgelopen 42 jaar hebben geregeerd, slechts 5,8 % van de totale bevolking uitmaken.

De verstoringen die zijn veroorzaakt door de apartheid hebben geen invloed op de bevolkingsgroei, maar het proces van de urbanisatie wordt er wel door versneld en de steden worden er zwaarder door belast. Gedurende de beginjaren van de blanke kolonisatie werd het grootste deel van het land van de zwarten afgepakt en de basis van hun autarkische economie werd nagenoeg vernietigd. Strenge wettelijke controle verbood deze landloze boeren naar de steden te verhuizen. Het aantal zwarten in de steden bleef daarom beperkt tot degenen die nodig waren om te voorzien in de behoefte aan arbeidskrachten van de blanke industrielen, toen de economie zich begon te ontwikkelen. Grote aantallen leefden in kleine tribale reservaten of werkten als slecht betaalde arbeiders op boerderijen van blanken.

Met de komst van het apartheidssysteem in 1948 werden deze controles verscherpt in een poging om niet alleen de stroom naar de steden te beperken, maar om de stroom in de andere richting te leiden. Het doel was om het grootste deel van de zwarte bevolking af te zonderen in de tribale reservaten, die nu thuislanden worden genoemd, zodat het grootste deel van Zuid-Afrika beschouwd kon worden als een 'blank' land.

Dr. Hendrik Verwoerd, de voornaamste architect van het plan, die premier was in het begin van de jaren zestig, verordonneerde dat de zwarten 'tijdelijke gasten' waren in de steden, die moesten worden gehuisvest in afgescheiden woonoorden die zouden verdwijnen als de zwarten zich hadden moeten terugtrekken in hun thuislanden.

Dit had twee gevolgen. Ten eerste werd de voorziening van huisvesting in de zwarte woonoorden teruggebracht en in sommige gevallen geheel gestopt. Ten tweede werden miljoenen zwarten geleidelijk teruggestuurd vanuit de steden naar de thuislanden. Tegelijkertijd maakte de mechanisatie op de boerderijen miljoenen zwarte landarbeiders werkloos en ook zij trokken naar de thuislanden omdat de wet hun verhinderde om naar de steden te gaan of zich in andere gebieden op het platteland te vestigen.

Dit veroorzaakte massale overbevolking en een ecologische verwoesting in de thuislanden, waardoor de weinige landbouw voor eigen gebruik die daar mogelijk was verminderde. Het betekende dat terwijl de bevolking van het thuisland zich uitbreidde, toenemende aantallen mensen indirect afhankelijk werden van de steden waar zij niet konden wonen, levend van geld dat hun werd overgemaakt door familieleden die daar werkten.

Toen de regering tenslotte inzag dat haar separatistische doel niet haalbaar was en zij de controlemaatregelen voor de toestroom in 1986 ophief, verplaatste de ingedamde plattelands armoede zich naar de steden waar geen huisvesting was.

In het meest recente onderzoek van de Urban Foundation wordt geschat dat tussen het einde van de controle op de toestroom en het jaar 2010 de bevolking van de grote steden met 270 procent zal stijgen. Hierdoor worden de regeerders van het land voor een grimmige keus gesteld, aldus Bernstein: 'Zullen onze steden worden overstroomd, of gaan wij het onvermijdelijke proces van groei en urbanisatie in banen leiden om het op een positieve manier te reguleren? De keus die Bernstein en de stichting voorstaan, is om van de nood een deugd te maken en de urbanisatie te verwelkomen als 'het instrument van de moderne tijd'.

In aanmerking genomen dat arme mensen in de steden meer kansen hebben dan op het platteland, stelt de stichting dat indien de verstedelijking op een goede manier wordt geleid de economische ontwikkeling van de bevolking zal verbeteren wat dan weer het geboortencijfer naar beneden zal brengen.

Met goede leiding bedoelt de stichting dat de stadsbesturen moeten stoppen met hun pogingen het tij te keren door het slopen van de bidonvilles zoals zij nu doen en in plaats daarvan leiding te geven aan hun groei.

Zij geeft de aanbeveling om 'plaatsen met voorzieningen' af te bakenen waar de stadsbesturen water, elektriciteit en toiletvoorzieningen aanbrengen en waar men de bewoners hun eigen schamele optrekje laat bouwen dat in de loop der tijd kan worden verbeterd.

De bouwers van deze bidonvilles zijn in feite de nieuwe stedenbouwers van Zuid-Afrika', zegt Bernstein. Maar zij waarschuwt ervoor dat dit concept 'lijnrecht ingaat tegen het traditionele denken van de regering over onze steden'.

En daarom staan de bulldozers gereed om uit te rukken en de krotten met de grond gelijk te maken.