Toekomst van Europa vergt meer dan vriendschap

De eerste zin van de Londense verklaring van de NAVO-top klinkt als een klaroenstoot: 'Europa is een nieuw veel belovend tijdperk binnengetreden' ! Ook de presentatie van de resultaten van deze belangrijke bijeenkomst moeten de indruk van 'een veranderende NAVO' bevestigen. Het is inderdaad niet gering in vergelijking met vroegere teksten wat dit keer, vooral in politiek opzicht, op tafel is gelegd. De vroegere tegenstanders wordt de hand toegestoken. Uitdrukkelijk wordt de bereidheid tot vreedzame beslechting van alle geschillen vastgelegd evenals het defensieve karakter van de NAVO. Er is zelfs een aanbod van een gemeenschappelijke non-agressieverklaring waarin plechtig wordt beloofd niet langer elkaars tegenstanders te zijn en af te zien van de dreiging met of het gebruik van geweld tegen welke staat dan ook. Ten slotte is er nog een aantal voornemens op het terrein van wapenvermindering en de versteviging van het CVSE-proces.

Toch staan we, met alle waardering voor het bereikte, nog maar aan het prille begin van de zo hoogst noodzakelijke koersaanpassing van de NAVO aan de totaal gewijzigde omstandigheden. In het streven naar een constructieve bijdrage aan het te voeren beleid, waarbij de top een belangrijke rol heeft toebedeeld aan de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, volgen hieronder enkele kritische kanttekeningen.

De oprichting van de NAVO kan in hoofdzaak gezien worden als een noodzakelijke reactie van de Westerse landen op de dreiging van een agressief communisme, belichaamd in Stalin. Dank zij de revolutionaire veranderingen in de Sovjet-Unie en de overige landen van het Warschaupact is deze situatie radicaal veranderd. De 'dreiging' van het 'evil empire', zowel militair, politiek als ideologisch, is weggevallen. Zeker, er zijn nieuwe risico's en problemen ontstaan. Er is de dreiging van instabiliteit in de Sovjet-Unie, er zijn spanningen met minderheden en de economische en sociale problemen in vrijwel alle landen ten oosten van de Elbe nemen dramatische vormen aan. En er is Duitsland.

De vraag is binnen welk kader deze problemen het beste kunnen worden tegemoetgetreden. Waarom wordt het inzicht van 'het einde van de vijandschap' en het 'opkomen van een geest van vriendschap' niet vertaald in een nieuwe structuur, die de kern kan vormen voor een vredes- en veiligheidsorde die uiteindelijk alle 35 landen van het CVSE-proces omvat? Gemeenschappelijke veiligheid vraagt allengs dwingender om een Europese structuur. Die is ook de logische consequentie van de erkenning dat elkaar vijandige blokken nu bevriend zijn geworden. Zei de secretaris-generaal van de NAVO niet tegen president Gorbatsjov in Moskou dat hij in de Sovjet-Unie niet langer een tegenstander ziet maar een 'toekomstige partner'. En die kwalificatie houdt tegenwoordig heel wat meer in dan 'vriendschap'.

Voorlopig

Onderhandelingen tussen 35 landen in CVSE-verband vragen tijd. Vandaar dat moet worden gezocht naar een voorlopige opzet die op korte termijn kan gaan functioneren. Een oplossing die zo dicht mogelijk aansluit bij de bestaande organen en voortbouwt op de reeds ingezette ontwikkeling ligt voor de hand: laat de landen van de NAVO en het Warschaupact de kern van een veiligheidsstructuur vormen waarin de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de stabiliteit in Europa is verankerd. Bij die organen kan worden gedacht aan een raad van ministers (buitenlandse zaken/defensie), een comite van permanente vertegenwoordigers, een secretaris-generaal met een adequaat ambtelijk apparaat en instellingen voor praktische samenwerking op gebied van verificatie, risico-reductie et cetera.

Dit is heel wat meer dan de nu gedane uitnodiging aan de landen van het Warschaupact om diplomatieke vertegenwoordigers te accrediteren bij de NAVO. Deze mogen uiteraard in beperkte mate door de ramen gluren wat in de NAVO-keuken wordt bereid. In feite staan zij erbuiten, ook al worden de consultaties vergemakkelijkt.

De nu voorgestelde 'lichte structuur' van liaison-missies en de invitatie aan president Gorbatsjov en de andere Oosteuropese leiders om eens een keertje naar Brussel te komen zijn ongetwijfeld meer dan een aardige geste. Maar of dat voor het ruwe weer dat ons te wachten staat voldoende vastigheid biedt moet worden betwijfeld.

De NAVO zou in deze opzet, waarbij tegelijkertijd gewerkt wordt aan de uiteindelijke CVSE-structuur, als een 'agent of change' kunnen fungeren. Zij blijft in de overgangsfase gehandhaafd. Er is immers sprake van een veranderingsproces. Pas naarmate het vertrouwen in de nieuwe vorm van samenwerking groeit zouden wezenlijke functies van de NAVO kunnen worden overgedragen aan de nieuwe gemeenschappelijke structuur.

Nu de politieke component in de NAVO zo sterk aan betekenis heeft gewonnen is het zaak dat deze zich ook meer doet gelden in de militaire sector. Op dit punt is er echter op de top geen doorbraak geweest. Het afstand nemen van de strategie van de 'voorwaartse verdediging' en de terugtrekking van de nucleaire artillerie was onvermijdelijk geworden. Dat kernwapens alleen 'als laatste middel' gebruikt zullen worden is weinig meer dan een fraaie verbale vondst. Was het vroeger anders? Is dit overigens het geschikte moment om daarover te spreken?

Verontrustend

Van veel grotere betekenis is dat er geen signaal is afgegeven dat wordt afgezien van de modernisering van kernwapens. Een ernstige zaak, want de voorbereidingen voor modernisering van kernwapens die bestemd zijn om uiteindelijk in Europa ook in Nederland te worden geinstalleerd zijn in volle gang. De vaststelling dat 'deze materie in Londen niet aan de orde is geweest' is verontrustend. Juist hierover zijn duidelijke uitspraken gewenst. Wat is overigens nog de zin van de Tactical Air to Surface Missile (TASM), een raket die door vliegtuigen kan worden gelanceerd, en de Sea Launcher Cruise Missile (SLCM), een kruisraket die schepen kunnen afvuren, nu niet alleen de oude dreiging is vervallen maar ook is vastgesteld dat 'Europa een nieuwe veelbelovende periode' is binnengetreden? Kloppen de berichten dat in de VS de opvolger van de Lance, de Follow On To Lance (FOTL), in volle ontwikkeling is? Een doortrekken van de in Londen uitgestippelde politieke koers houdt voorts meer in dan het bespoedigen van de onderhandelingen over vermindering van alle categorieen wapens te land, ter zee, in de lucht en... in de ruimte. Het betekent ook het stopzetten van de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. Het wordt tijd dat de verspilling van intellect en middelen aan onderzoek en ontwikkeling in de militaire sector wordt beeindigd en aan nuttiger zaken besteed.

Over de ernst van de economische toestand in de Sovjet-Unie kan, zeker na de brief van president Gorbatsjov aan de Amerikaanse president, geen twijfel meer bestaan. Het is een trieste zaak dat het Westen, als geheel, geen kans heeft gezien om met een substantieel hulpaanbod te komen. De topontmoetingen in Dublin, London en Houston hebben niet veel meer opgeleverd dan wat bemoedigende woorden en een 'studie' naar de mogelijkheden voor hulp aan de Sovjet-Unie.

Schrale troost

Het is een schrale troost dat bondskanselier Kohl en president Mitterrand niet gehinderd zullen worden bij het direct verlenen van substantiele steun. Wordt voldoende onderkend dat het Westen een vitaal belang heeft bij het slagen van het omvangrijke hervormingsproces? Hoe kan in ernst gesteld worden dat Europa een 'nieuw en veelbelovend tijdperk' is ingegaan terwijl in een groot deel van Europa chaos dreigt? Een onbegrijpelijke zaak; nog steeds worden astronomische bedragen op tafel gelegd voor militaire uitgaven onder het motto van het streven naar veiligheid. Zelfs een fractie daarvan zou nu voor het hervormingsproces in Oost-Europa en de Sovjet-Unie van doorslaggevende betekenis kunnen zijn. Dit zou een grotere reele bijdrage aan onze veiligheid kunnen opleveren dan in de tot groteske proporties opgeblazen militaire sector.

En wat de Derde Wereld betreft waar ruim 1 miljard mensen van minder dan 370 dollar per jaar moeten leven heeft de Wereldbank berekend dat zelfs 10 procent reductie van de militaire uitgaven voldoende is voor een verdubbeling van de ontwikkelingshulp.

Natuurlijk gaat het niet aan om geld in een bodemloze put te werpen. Er is een zorgvuldige analyse nodig van de mogelijkheden om op zinvolle wijze hulp te verlenen. Helaas is veel tijd verloren gegaan. Reeds jaren geleden is ook in dit blad bij herhaling gepleit voor het tot stand komen van een veelomvattend Europees samenwerkingsprogramma. Dat veronderstelt een inspanning aan beide zijden. In de kritieke fase waarin de Sovjet-Unie en andere Oosteuropese landen verkeren is zowel noodhulp (vitale consumptiegoederen) als ontwikkelingshulp een noodzaak.

Werkelijke vriendschap en een beter inzicht in het 'verlichte eigenbelang' zou hebben kunnen leiden tot de verklaring dat het Westen als geheel bereid is tot omvangrijke hulpverlening. Met een aantal concrete projecten zou direct kunnen worden begonnen terwijl de in Houston voorgestelde studie voortgang maakt.

Een belangrijke plaats verdient daarbij het voorstel van minister-president Lubbers voor een Europese Energie Gemeenschap. Als een van de weinige westelijke staatslieden heeft hij met dit voorstel zowel blijk gegeven van een brede politieke visie op de constructie van een toekomstig Europa, als de lijnen geschetst waarlangs tot een praktische samenwerking kan worden gekomen.

Of Europa 'een nieuwe veelbelovende tijd' is binnengegaan zal vooral afhangen van de consequentie en de voortvarendheid waarmee de in Londen ingezette koerswijziging wordt voortgezet.