Tekenen van versoepeling Turken jegens Koerden

ISTANBUL, 27 juli De Turkse socioloog Ismail Besikci (55) is gisteren tijdens de vijfde zitting van zijn proces in vrijheid gesteld, hoewel er nog eisen lopen van in totaal 45 jaar wegens drie inmiddels verboden nieuwe boeken over het Koerdenprobleem die hij de laatste tijd had laten publiceren en die 'separatistisch' van strekking zouden zijn. Hij was dit voorjaar gearresteerd. Tevoren had de schrijver reeds meer dan twaalf jaar op soortgelijke beschuldigingen in gevangenissen doorgebracht.

De 'Turkse Sacharov' betoogde ook nu weer dat zijn motieven niet separatistisch maar zuiver wetenschappelijk waren. De beslissing, hem in vrijheid te stellen, terwijl de rechtszaak tegen hem en zijn uitgeefster doorgaat, werd door het wederom talrijk opgekomen publiek met instemming ontvangen. Om half twaalf 's nachts werd 'onze leermeester' bij het verlaten van de Sagmalcilar-gevangenis in Istanbul door zijn aanhangers op de schouders genomen.

Inmiddels is voor het staatsveiligheidshof van Istanbul een rechtszaak begonnen tegen een groepering die zich Islamitisch Koerdische Partij noemt en zich in Istanbul aan het bedrijven en voorbereiden van terreurdaden zou hebben schuldig gemaakt. Van de twintig verdachten zitten er twaalf gevangen, onder wie een normale mufti en een imam (gebedsleider). Tegen een is zelfs de doodstraf geeist. Bij de ingang van de rechtszaal demonstreerden familieleden en andere aanhangers, onder wie tientallen gesluierde vrouwen.

In de Koerdische strijd tegen de Turkse machthebbers had tot nu toe voornamelijk de marxistisch georienteerde Arbeiderspartij Koerdistan van zich doen spreken. De laatste tijd waren er tekenen dat ook deze de religie gaat inschakelen in haar propaganda. In zijn boodschap ter gelegenheid van het Koerdische Nieuwjaar (21 maart) vond leider Abdullah Ocalan zelfs waarderende woorden voor de revolutie van de vroegere Iraanse leider Khomeiny.

De guerrilla in het Koerdische zuidoosten van het land gaat intussen ongestoord door, maar sinds in april bij speciaal decreet censuur werd ingesteld blijft de informatie schaars. Tijdens een bezoek aan het gebied, waarbij op ruime schaal van helikopters gebruik werd gemaakt, verdedigde president Ozal deze week het betreffende decreet 424/425 nog eens nadrukkelijk als zijnde in het belang van de veiligheid en de nationale integriteit. Het was ook overeenkomstig de grondwet en de beperkingen waarin de uitzonderingstoestand voorziet, aldus Ozal. Het constitutionele hof echter heeft het decreet, dat zelfs niet aan het parlement is voorgelegd en dat de pers en drukkerijen ook buiten het betreffende gebied aan banden legt, met vijf tegen vier stemmen ter toetsing in behandeling genomen.

De oppositionele Sociaal Democratische Populistische Partij (SDPP) onder professor Erdal Inonu heeft het uitvoerige rapport dat zij binnen haar eigen gelederen over de situatie in het zuidoosten heeft laten vervaardigen nu openbaar gemaakt. De staat moet ophouden de burgers van deze streken te zien als verdachten en potentiele tegenstanders en als objecten van foltering en onderdrukking. Geheel nieuw is de erkenning dat taal en andere cultuuruitingen van de Koerden moeten worden vrijgelaten en dat taalonderwijs zelfs door de staat moet worden bevorderd al dient het Turks de officiele taal van de republiek te blijven en eveneens te worden bevorderd. Voor het eerst is er sprake van een 'Koerdische identiteit'. Binnen de partij is een pikante discussie op gang gekomen: moet het rapport nu in het Koerdisch worden vertaald? De rechtse, eveneens oppositionele Partij van het Juiste Pad onder oud-premier Suleyman Demirel heeft zich van het rapport gedistantieerd en houdt vast aan haar oude opvattingen over 'deze zogenaamde minderheid'. Binnen de regerende Moederland Partij (MP) echter waren de laatste tijd ook al geluiden opgegaan het Koerdisch vrij te laten. De wet die in 1982 onder militair regime is ingesteld en waarin de taal als zodanig wordt verboden, werd door een MP-kopstuk 'idioot' genoemd omdat tallozen in deze contreien alleen Koerdisch spreken.

President Ozal echter, nog steeds de officieuze woordvoerder van de MP, verklaarde onlangs dat eerst de rust moet worden hersteld en pas daarna een geleidelijke vrijlating van de taal ter hand kan worden genomen. Hij noemde het SDPP-rapport smalend 'een poging, verloren stemmen uit deze provincies terug te winnen en de Koerdische afgevaardigden die uit de partij waren gezet of gestapt in de fractie terug te krijgen'. Hoogst opmerkelijk waren recente uitlatingen van Hayri Kozakcioglu, de drie jaar geleden aangestelde 'super-gouverneur' van de, nu dertien, Koerdische provincies, die in het begin van zijn ambtsperiode nog verklaarde dat het Koerdisch 'in het geheel geen taal was'.

Thans pleitte hij voor totale liberalisatie van deze taal, die ook in regeringsbureaus gesproken zou mogen worden, en zelfs voor lokaal zelfbestuur, waarbij de bevolking haar eigen gouverneur zou kunnen kiezen. De militaire commandant, die in de praktijk de machtigste man is in het gebied, heeft hem voor deze uitlatingen al op de vingers getikt.