Stof opdoen

Telkens als ik op een vliegveld kom en ik hang met aarzelende hebberigheid wat rond bij de lectuurwinkel, zie ik daar het boek van Arthur Hailey getiteld Airport. Eerst had het een omslag waarop je een vliegtuig onder moeilijke omstandigheden de landingsbaan ziet naderen; nu vertoont het zes staven dynamiet, of misschien het onovertroffen volksdemocratische explosief semtex, verbonden met een uurwerk. Door de jaren heen is Airport een mooie, compacte paperback gebleven, meer dan 450 dicht bedrukte pagina's van niet al te best papier, en daarbij goedkoop zodat niets de aanschaf in de weg hoeft te staan. Ik begreep van mezelf niet waarom ik er maar omheen bleef draaien.

Gisteren na twintig jaar voor 15,50 gulden de knoop doorgehakt. Had ik dat moeten doen? Je hebt van die illusies die je beter kunt blijven koesteren tot je erbij neervalt dan over te gaan tot verificatie, maar er zijn machten die sterker zijn dan jezelf; voor je het weet heb je je hand uitgestrekt en van dat ogenblik af heb je de opdracht, er op een andere manier het beste van te maken. Oh, hurrah! I have slipped the surly bones of earth and danced the skies on laughter-silvered wings. Dat is het motto van Airport, regels lang geleden geschreven door een Canadese oorlogspiloot. Dat gevoel heb je na zo'n luit in het klein ook.

Over de afloop van Airport kan ik nog niets zeggen, maar het boek is verschenen in 1968 en heeft het tot de onvernietigbare bestseller van alle vliegvelden gebracht, dus voor zover u luchtpassagier bent hoef ik u niets te vertellen. Ik moest trouwens ook maar een klein eindje vliegen zodat ik pas op bladzijde 50 ben. Waar het mij in deze eerste fase om gaat is dat de schrijver veel stof heeft opgedaan.

Een enkele keer vraagt iemand me: zeg, waar doe jij eigenlijk je stof op voor die stukjes die je schrijft? Voor ik in Airport was begonnen, had ik er niet bij stilgestaan maar natuurlijk: iemand die schrijft moet eerst stof opdoen. Op school had je als leerling de leerstof en zo heeft de schrijver de schrijfstof. Wat we ook van Arthur Hailey kunnen zeggen, hij is iemand die bij het stof opdoen niet over een nacht ijs is gegaan. De hoeveelheid vliegveldstof op deze eerste 50 pagina's is al groter dan de bergen sneeuw die de storm heeft aangevoerd om de landingsbanen van zijn Airport onbruikbaar te maken en zo de noodtoestand te veroorzaken die hij in de komende 400 bladzijden nog nodig zal hebben.

Tot nu toe heb ik kennisgemaakt met Mel, de directeur van het vliegveld, die het goed uitkomt dat er een sneeuwstorm woedt, want hij heeft geen zin om naar huis te gaan waar allerlei sociale verplichtingen wachten die zijn vrouw zich op haar en zijn hals heeft gehaald. Hij blijft liever in de buurt van Tanya die haar rok zo aardig over haar knieen kan trekken en bovendien een verantwoordelijke positie bij een luchtvaartmaatschappij heeft. Voor zover het personeel van de luchthaven zich niet met de sneeuwstorm moet bemoeien, komt het ogen te kort om op de ontwikkelingen tussen Mel en Tanya te letten. Terwijl er een vliegtuig van een Mexicaanse maatschappij op de landingsbaan een verkeerde bocht heeft genomen en daardoor in de modder is geraakt, geeft Mel bij een gebakken ei voor Tanya een pagina lang een lezing over de aanleg van vliegvelden in verscheidene werelddelen.

Dit bedoel ik met veel stof opdoen voor je een boek gaat schrijven. Ik zeg het zonder een zweem van kritiek waarom zou je per slot van rekening iemand nog van je kanttekeningen voorzien als hij een bestseller heeft geschreven die het al meer dan twintig jaar uithoudt maar het verbaast me wel. Tom Wolfe, ook Amerikaan en auteur van een dikke bestseller, blijft in het stof opdoen bij Arthur Hailey niet achter, maar het is anders. Na de eerste bladzijden van Het vreugdevuur der ijdelheden weet je al dat pas op de laatste bladzijde de eigentijdse lijdensweg van de held ten einde zal zijn, maar je wilt weten hoe dat gaat gebeuren. Intussen leer je ook het een en ander over de speculatie in aandelen, de Newyorkse schandaalpers, het geld en de godsdienst en de topografie van Brooklyn.

Ik ga Airport uitlezen want ik wil weten of die explosieven op het omslag nog tot ontploffing komen en wie daarbij sneuvelt als het gebeurt zal het Tanya wel zijn maar afgezien daarvan vroeg ik me bij de eerste 50 pagina's al af of Nederlandse romanschrijvers ook zoveel stof opdoen voor ze aan hun turf beginnen. Ik geloof het niet. Ik geloof dat het stof opdoen in de Nederlandse literatuur uit de mode is, afgezien van het zielestof. Misschien zijn daarom de romans bij ons zo dun geworden.