Roman van Henk Lagerwaard; Pas op je tellen

Een van de kunsten van de romanschrijver is het vernauwen van de aandacht zodat er onder het lezen geen vragen opkomen naar gegevens die hij weggelaten heeft. Romanfiguren hebben minder kennissen en minder bezigheden dan levende mensen. Zij bevinden zich in een overzichtelijke wereld die niet samenvalt met de werkelijkheid maar met delen ervan; de schrijver moet zorgen dat wij die aanvaarden.

Het is voor Henk Lagerwaard te hopen dat weinig lezers van Een stap terug zich zoals ik zullen laten afleiden door de vraag: wat staat er in de rest van het dagboek van Sara? Het fragment van twee pagina's beschrijft hoe Rijnveld de kleine zoon van Sara en hemzelf afranselde met een zweep totdat zij thuiskwam en een eind maakte aan de mishandeling en aan hun huwelijk. Dat zou voorgevallen zijn vijftien jaar voordat zij besluit tot publikatie. Als Rijnveld van haar voornemen hoort, vreest hij schade voor zijn naam en zijn psychiatrische praktijk, en dat komt er inderdaad van. Sara is een lieveling van het publiek, als hoofdrolspeelster in een sadistische tv-serie. Vele duizenden bewonderaars kopen haar boek en verguizen die ontaarde vader.

In de roman twijfelt niemand aan de betrouwbaarheid van Sara's herinnering, behalve een onbelangrijke vriendin van haar zoon. Hoe komt dat? Het nietsontziende dagboek moet toch al eerder de echtgenoot ter sprake gebracht hebben, en zou na het incident toch niet over hem ophouden? En wat er dan stond zou de lezer op twee ideeen kunnen brengen; die man lijkt meestal normaal, en die vrouw heeft een gevaarlijke tong, of pen.

Dat Lagerwaard het Nederlandse publiek voor ego-documenten goedgeloviger voorstelt dan ik zou doen, kan betekenen dat hij zich in de menselijke natuur vergist, of dat ik mij vergis. Wie zal het zeggen. Mijn indruk is dat de meeste mensen, door ervaring wijs geworden, weinig geloof hechten aan wat ex-echtgenoten over elkaar vertellen; hij heeft misschien een andere ervaring. Zo is ook zijn voorstelling van hoe een lang niet preutse lerares een brutale liefdesbrief van een leerling zou beantwoorden verschillend van de mijne. De ene lerares is de andere niet, moeten wij bedenken, maar deze Inge leek mij eerst meer mens dan wanneer zij de vroegrijpe leerling voor schut zet.

Lezers die met Lagerwaards mensbeeld geen problemen hebben, zullen ervan afgeleid worden door zijn talrijke ideeen en stijlvariaties. De niet-preutse Inge verdiept zich in de veeleisende opstelonderwerpen die zij haar leerlingen opgeeft, en laat een hele theorie zien over de onstaansgeschiedenis van de moderne mens. Wij horen bij herhaling hoe Rijnveld in zijn praktijk een patient genaamd Leurdijk ondervraagt, die hij ten slotte de nevelige eenzaamheid van het bevroren IJsselmeer op stuurt om hem zichzelf te laten vinden. Een aantal delen van hoofdstukken beschrijft afleveringen van de bloederige serie waar Sara de hoofdrol in speelt. Rijnveld denkt na over de krachtsverhouding tussen het gesproken en het geschreven woord; de vroegrijpe leerling vertelt een sterk verhaal over zijn vader die hysterisch werd in een storm op het water; Inge heeft een intense ondervinding wanneer zij als demonstrante bij een kerncentrale in de mist ligt te wachten op de ME. Lagerwaard beoefent verschillende manieren van schrijven, en verscheidene lukken hem. Het boek is dan ook afwisselend genoeg is om ons wakker en oplettend te houden. De aanvaarding door de lezer wordt alleen verstoord door de manier waarop de personen elkaar beoordelen en toespreken als hun relaties gespannen worden. Wanneer Rijnveld zich boos maakt omdat Leurdijk, een van zijn weinige overgebleven patienten, hem meegenomen heeft naar een basketball-wedstrijd waar zijn indertijd mishandelde zoon in blijkt te spelen roept hij: 'Verdwijn, snel, ga uit mijn ogen met je botte bemoeizucht, en meteen.'

Wie zou zeker weten dat zulke woorden nooit gebruikt worden op een tribune; maar zij klinken als literatuur en zetten ons aan het denken of een andere reactie niet beter bij Rijnveld zou passen.

De motivering van de titel is tweeledig. Niet alleen doet Sara een stap terug wanneer zij haar verleden uit de vergetelheid haalt; ook heeft Inge in haar studie van de geschiedenis van de mens het principe reculer pour mieux sauter herontdekt. Het is volgens haar literatuur al eens voorgekomen dat de vooruitgang mogelijk gemaakt werd door een teruggang, en misschien moet het nu opnieuw zo: 'Een stap terug, dacht Inge, een forse stap terug.'

Als zij zich voor wil stellen wat de praktijk zou zijn, raakt zij in de war en zoekt de veiligheid op van 'denk na bij wat je doet mens, pas op je tellen'.

Wijzer worden wij dan niet meteen, maar het beeld van die vrouwen met hun verschillende stappen terug blijft in de herinnering als iets grappigs en geheimzinnigs.