Opec-beraad nog steeds niet eens over verhoging olieprijs

GENEVE, 27 juli De Algerijnse olieminister Sadek Boussena, voorzitter van OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, opende gisteren de jaarvergadering, aan de vooravond van het 30-jarig bestaan van het kartel, met veel gevoel voor understatement. 'Het probleem vormt onze veranderlijke prestatie waar het aankomt op uitvoering van de afspraken', sprak hij de overige twaalf ministers bestraffend toe. Hij pleitte voor 'overbrugging van de geloofwaardigheidskloof' tussen met de mond beleden intenties en het gedrag in de praktijk van de OPEC-leden.

Zijn woorden moeten na twee dagen en nachten van intensieve onderhandelingen in hotelsuites een oververmoeide Iraakse olieminister Issam al-Chalabi als muziek in de oren hebben geklonken: Irak dreigt sinds 17 juli met militaire actie tegen overproducerende OPEC-lidstaten Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Boussena constateerde dat OPEC sinds 1986 vasthield aan een richtprijs van 18 dollar een gemiddelde dat overigens zelden is betaald voor een vat olie (159 liter) op de wereldmarkt de afgelopen jaren. Inflatie had de prijs geerodeerd, zo zei hij. Boussena rekende de ministers een inflatie-correctie voor die een reele prijs van 22,70 dollar zou rechtvaardigen.

Al-Chalabi's ogen lichtten op: zo'n prijs komt dicht in de buurt van de 25 dollar per vat die Irak als ijkpunt voor zeven ruwe OPEC-oliesoorten wil doordrukken. In de loop van donderdag werd echter duidelijk dat de ministers het weliswaar eens zijn over een substantiele prijsverhoging maar dat 25 dollar 'onrealistisch' is, gegeven de overvolle opslagplaatsen, de grote voorraden, en de volle tankers die nog onderweg zijn naar de afnemers.

Een richtprijs van 20 of 21 dollar voor OPEC-olie zal tijdens de beraadslagingen van vandaag of van morgen uit de bus komen als compromis.

Dr. Subroto, secretaris-generaal van OPEC, gaf vanmorgen toe dat alleen onenigheid over de prijs de vergadering nog ophoudt. Over een produktievolume van 22,5 miljoen zijn de dertien het eens.

En aan individuele quota zou niet gemorreld worden, nu de crisissfeer is geweken en de ministers voor het oog van de TV-camera's hardnekkig een imago ophouden van Arabische broederschap.

Al-Chalabi zei gisteren dat er geen sprake kan zijn van een Iraakse militaire aanval op 'broederland' Koeweit, waarbij hij zijdelings zijn buurman, ambtgenoot Rasheed al-Emeeri uit Koeweit, aankeek.