Oostduitse SPD besluit de coalitie niet te verlaten

BONN, 27 juli De Oostduitse SPD heeft vanmorgen besloten de coalitie van CDU-premier De Maiziere niet te verlaten. Dat besluit werd genomen ondanks het feit dat ook gisteren nog geen overeenstemming werd bereikt tussen CDU en SPD over de hoogte en de toepassing van de kiesdrempel bij de verkiezingen die op 2 december zullen worden gehouden.

De sociaal-democraten volgden daarmee een aanbeveling van hun fractievoorzitter in de Volkskammer, Schroder. Deze kreeg vanmorgen in zijn verdeelde fractie hulp van de vroegere partijvoorzitter Ibrahim Bohme. Ook de liberale BFD, die de coalitie eerder deze week verliet, overweegt nu weer regeringspartij te worden. De Maiziere zei gisteravond daarop te rekenen.

Een bevrijdend compromis werd gisteren bereikt onder leiding van de Westduitse minister van binnenlandse zaken, Wolfgang Schauble (CDU). Dat gebeurde in een gemeenschappelijk overleg van de Oost- en Westduitse parlementscommissies voor de Duitse eenwording. Afgesproken werd dat de DDR en de Bondsrepubliek bij de verkiezingen op 2 december een kiesgebied met een kiesrecht zullen vormen. Over de hoogte van de kiesdrempel (vijf procent of lager) en de vraag of de drempel landelijk dan wel per deelstaat zal gelden (gunstiger voor kleinere partijen) wordt in de de komende weken beslist. De afspraken worden uitgewerkt in een verdrag tussen Bonn en Oost-Berlijn. Voor de parlementaire goedkeuring daarvan komen de beide Duitse parlementen op 8 en 9 augustus terug van zomerreces.

DDR-premier De Maiziere meent dat nu 'een gordiaanse knoop is doorgehakt'. Hij hoopt en verwacht dat op 2 december een identieke kiesdrempel niet in heel Duitsland maar per deelstaat zal gelden. Volgens hem tekent die oplossing zich nu af. Dat zou betekenen dat een partij slechts in een van de deelstaten (vijf in de DDR, elf in de Bondsrepubliek) de drempel hoeft te passeren om in het nieuwe Duitse parlement te komen. Zo'n regeling gold ook bij de eerste parlementsverkiezingen, in 1949, in de Bondsrepubliek. Zij is in het voordeel van kleinere partijen die regionaal sterk zijn, zoals de communistische PDS en de conservatieve DSU in de DDR. Zij heeft als nadeel een ongelijke legitimatie van parlementariers. Voorbeeld: in een deelstaat als, Bremen zouden 27.500 stemmen nodig zijn om een drempel van vijf procent te nemen, in de veel grotere deelstaat Noordrijn-Westfalen vijfmaal zoveel. Via lijstverbindingen in deelstaten zou bijvoorbeeld ook een groep als Bundnis '90 zo een kans krijgen.

In Bonn wil de liberale FDP desnoods wel akkoord gaan met een drempel van vier of drie procent. Maar voor de Westduitse SPD is die ongelijke legitimatie nog steeds een halszaak. Haar fractieleider in de Bondsdag, Hans-Jochen Vogel, bleef erbij dat een kiesdrempel straks in heel Duitsland moet gelden. Van een lagere drempel dan vijf procent, zoals woensdag werd gesuggereerd door SPD-ondervoorzitter mevrouw Daubler-Gmelin, wilde Vogel niet weten. Ondanks deze klaarblijkelijke meningsverschillen tussen CDU en SPD over de kiesdrempelkwestie zei Vogels geestverwante DDR-collega Schroder gisteravond voor de Westduitse televisie dat hij zijn Volkskammer-fractie vandaag zou aanbevelen om De Maizieres coalitie niet te verlaten. 'De punten die wij opgehelderd wilden krijgen, zijn nu opgehelderd', zei hij.

Wolfgang Thierse, de voorzitter van de Ost-SPD, liet zich minder positief uit. Hij zei De Maizieres uitleg van de afspraken niet te willen accepteren. Volgens hem doet een kiesdrempel die per deelstaat wordt gehanteerd te zeer afbreuk aan het vereiste van een gelijke legitimatie van alle parlementariers.