Nabokov in Menton; Een gravin achter de deur

Van oktober 1937 tot juli 1938 verbleven Vladimir Nabokov, zijn vrouw Vera en hun driejarig zoontje Dimitri in Les Hesperides, een pension in Menton, vlakbij de Italiaanse grens. Nabokov maakte daar onder meer de opzet van De tovenaar, een op Lolita vooruitlopend verhaal dat hij in de herfst van 1939 in Parijs voltooide.

Hij schrijft over Menton in zijn autobiografie Geheugen, spreek uit 1967. In de Engelse uitgave van dat boek, verschenen bij Weidenfeld en Nicolson, staat een foto van vader en zoon die vlak voor de stenen trap van Les Hesperides is genomen.

In het uitvoerige bijschrift zegt Nabokov dat de opname in december 1937 is gemaakt. In 1959 is hij teruggegaan naar Menton. Ook Les Hesperides heeft hij toen opnieuw bekeken. Het pension zag er nog net zo uit als vroeger. Het had wel een andere directie gekregen en ook het meubilair op het bordes was vervangen.

Nabokov herinnerde zich vooral de zoemende muskieten die 'swinters verschrikkelijk waren. Hij probeerde ze dood te meppen, omdat ze hem uit de slaap hielden. 's Morgens begon hij met zijn vlindernet op een van zijn kwelgeesten te jagen. Je wist het maar nooit, misschien was het insekt buitengewoon zeldzaam.

Begin mei van dit jaar was ik voor het eerst in Menton. Zou het pension nog bestaan? Ik ging naar het gemeentehuis. De heer Oberto van het kadaster had nog nooit van Les Hesperides gehoord. Als het nog bestond zou hij het, als lid van de Societed'Art et Histoire du Mentonnais, zeker weten. Hij vermoedde dat het kort na Nabokovs bezoek in 1959 was afgebroken.

Het pension zag er op de foto solide uit. Misschien had het een andere bestemming gekregen. Soms zag ik een huis dat door het smeedijzer voor de ramen of de stenen trap sterk aan Les Hesperides deed denken. Maar bij nader onderzoek bleek dat het alleen maar in dezelfde tijd was gebouwd.

Ik schreef over mijn bezoek aan Menton in het CS van 29-6-90. In dat stuk staat niet eens meer dat ik tenslotte zelfs drie huizen met de naam Les Hesperides vond. Het eerste wordt bewoond door de dichter en Menton-kenner Louis Amoretti. Nabokov in Menton? Dat was nieuw voor hem. In elk geval had de Rus niet in Amoretti's huis gelogeerd. Dat had twintig jaar geleden nog een heel andere naam. De dichter kon mij wel het adres geven van twee andere huizen met de naam Les Hesperides. Misschien had ik daar meer geluk. Toen ik de verkeerde gevels van deze woningen zag moest ik zo langzamerhand wel toegeven dat de heer Oberto de waarheid had gesproken. Toch vergiste hij zich.

Jeugdverkeer

In de jaren dertig bestond in Nederland een club die De Vereeniging voor Internationaal Jeugdverkeer heette. Hij was opgericht door de vrouw van een Leidse hoogleraar. Haar naam is niet meer te achterhalen. Waarschijnlijk werd ze in een Baltisch land geboren, in Letland of Litouwen.

De vereniging organiseerde reizen voor middelbare scholieren die net hun eindexamen hadden gedaan. Er zullen verschillende reisdoelen zijn geweest. Een stencil met het opschrift 'reis no. 2' uit het jaar 1936 is bewaard gebleven. De reizigers vertrokken op 15 juli naar Parijs, bleven daar korte tijd en namen vervolgens de trein naar Menton.

De groep van vier meisjes en tien jongens stond onder leiding van een ouderejaarsstudente. In Menton namen ze hun intrek in Les Hesperides, Rue Partonneaux 11. Het adres staat op een prentbriefkaart van het pension in sepia-tinten. Het moet in die jaren veel gasten uit het buitenland hebben gekregen. De taalvaardigheid van directie en personeel wordt ook op de kaart vermeld. English spoken Man spricht deutsch - Man spricht Hollandisch. Niet eerder zag ik dat een Frans bedrijf zich door middel van een tussentaal tot Nederlanders richt.

Het pension was het eigendom van Madame la Comtesse de Liniers, de weduwe van een Franse generaal, die in de Eerste Wereldoorlog was omgekomen. De gravin woonde met haar zoons Jean en Guy op de begane grond, vlakbij de zitkamer en eetkamer, die voor de gasten waren bestemd. Op de eerste en tweede verdieping bevonden zich de kamers, waar de scholieren en studenten zich met een klamboe van bruidssluiergaas tegen de muskieten beschermden.

De gravin en haar zoons van zestien en achttien leidden het pension niet afstandelijk. Ze aten met hun gasten in de tuin, vlakbij de stenen trap, of in de eetzaal, het raam van dat vertrek is rechts op de foto te zien. De gravin nam hen zelfs mee naar de huizen van adellijke vrienden en vriendinnen. Misschien dat de Baltische vrouw van de Leidse hoogleraar het eerste contact met de comtesse De Liniers heeft gelegd. In de vorige en het begin van deze eeuw verbleven veel mensen uit Rusland en andere Oosteuropese landen in Menton.

Les Hesperides was niet duur. Het was nog niet in de mode om de zomer in een badplaats door te brengen; 'swinters was het drukker in Menton. Het pension lag een halve straat van het strand, vlakbij het nieuwe casino, waarvan de gravin lid was. Ze gokte er samen met haar gasten, die op de afscheidsavond aan de speeltafel 'Tout va tres bien, / Madame la Comtesse, / Tout va tres bien, tout va tres bien' zongen, een variant op het toen populaire liedje 'Tout va tres bien, / Madame la Marquise' gespeeld door het orkest van Ray Ventura.

Ik dank deze gegevens aan mevrouw C. M. s'Jacob-des Bouvrie (leidster van een groep in 1935), mevrouw H. J. Hartong (deelneemster aan een reis in 1936) en mevrouw E. Schadee-Hartree (leidster van een groep in 1937 en 1938), die op het artikel over Menton met hun herinneringen aan Les Hesperides reageerden.

Mevrouw Hartong leende mij de prentbriefkaart die de gravin van Les Hesperides liet maken. De foto van de groep scholieren op de trap komt uit het album van mevrouw s'Jacob.

Leuning

Haar foto uit 1935 vult die van Nabokov uit 1939 aan. Het linkerdeel van de trap, dat op de prentbriefkaart schuilgaat achter een haag, is nu te zien. Ook in de jaren dertig werd het meubilair op het bordes wel eens verplaatst. Bij mevrouw s'Jacob heeft de rieten stoel een leuning, bij Nabokov niet. De mat moet van opvallend goede kwaliteit zijn. Die is in vier jaar niet vervangen.

Het belangrijkst zijn Madame la Comtesse de Liniers en haar zoons Jean en Guy, die zowel de scholieren als de familie Nabokov moeten hebben ontvangen en bediend. Ze poseren bereidwillig tussen hun gasten zoals ze dat vast op honderden foto's hebben gedaan.

Ik bel de heer Oberto op om het nieuws te vertellen. Bestaat het pension nog steeds? Dat moet hij nakijken. Ja, het is er nog, al heet het nu De zanglijster. Het is eigendom van de PTT; het personeel kan er zijn vakantie doorbrengen. Van de Comtesse de Liniers heeft hij nog nooit gehoord.

Even maak ik de gravin en haar zoons los van het Nederlands gezelschap en stel mij hun bedrijvigheid 'swinters voor achter die gesloten deur.

    • K. Schippers