Minder en anders

ER WORDT VEEL gesproken en geschreven over een nieuwe politieke architectuur voor Europa. Vooruitlopend op de resultaten is het sloperswerk in volle gang. Na de Muur wordt nu de atoomdrempel geslecht. Beide waren symbolen van het oude, thans opgeheven evenwicht, van de wil de hevige spanningen in Europa, voortvloeiend uit het conflict tussen Oost en West, beheersbaar te houden. De atoomdrempel, de conventionele troepenmacht van de NAVO in de Bondsrepubliek, lag voor de strategie van het lenige antwoord. Hoewel die strategie uitging van het eventuele gebruik van kernwapens tegen een Sovjet-inval, moest dat gebruik zolang mogelijk kunnen worden uitgesteld. De drempel moest zo hoog zijn dat er aan beide zijden tijd voor bezinning zou zijn.

AMERIKANEN, Duitsers, Belgen en Nederlanders hebben alle om hun moverende redenen aangekondigd dat zij hun conventionele aanwezigheid in het hart van Europa drastisch verminderen. De regering van Margaret Thatcher heeft zich bij hen gevoegd met de aankondiging dat het Britse Rijnleger zal worden gehalveerd en dat ook enkele vliegbases in de Bondsrepubliek voor sluiting in aanmerking komen. De brokstukken die uit de drempel worden geslagen, moeten het eerste 'vredesdividend' opleveren vermindering van de uitgaven voor defensie. Maar iedereen weet dat verplaatsing, verschrotting, demobilisatie en inpassing van de overtollige troepen in de civiele structuur niet zonder extra offers zal gaan.

Vanzelfsprekend zullen de reducties niet onvoorwaardelijk worden doorgevoerd. Zij zullen worden ingepast in de afspraken die met het Warschaupact (lees: de Sovjet-Unie) worden gemaakt over wederzijdse en verifieerbare troepen- en wapenverminderingen, eerst in de centrale sector, vervolgens in aanpalende militaire districten. Er is alles voor om daaraan vast te houden, opdat het momentum van spanningsvermindering door militaire reductie zo lang mogelijk werkzaam kan blijven. Maar de doorbraak in de relatie tussen Bonn en Moskou maakt een einde aan het jarenlange onderhandelingsgeworstel over troepenomvang en wapentype. Het vertrek van de Sovjet-strijdkrachten uit Oost-Europa in de komende vier a vijf jaar zet hier een streep onder.

VEEL ENERGIE dreigt nu op te gaan aan het ontwerpen van nieuwe strategieen. Het 'small is beautiful' fascineert klaarblijkelijk de strategische denkers en zij die menen dat te zijn. Vage voorstellingen van kleine brandhaarden die hier en daar moeten worden geblust, doen opgeld. Etnische onrust, internationaal terrorisme en gewapende conflicten aan de Europese periferie zouden snel inzetbare 'brandweerkorpsen' noodzakelijk maken. Een Europese toekomst vol onverwachte spannende avonturen zou zich voor ons uitstrekken.

Tegelijkertijd verzetten de Europese atoommachten Frankrijk en Groot-Brittannie zich tegen ook maar de geringste vermindering van hun respectieve kernmachten. Modernisering daarvan is integendeel in volle gang. Niet denkbeeldig is dat Europa straks zit opgescheept met allerhande wapentuig waarvan niemand weet welk gevaar er mee moet worden afgewend. Het credo 'als de middelen er zijn vinden we de bijbehorende doelen vanzelf' past niet bij de politieke rijpheid waarvan Europa meent het monopolie te bezitten. We zouden meer moeten weten van de nieuwe Europese 'architectuur' alvorens er een kosten- en batenanalyse voor een nieuwe defensie kan worden gemaakt. Ook de strategen mogen van een verdiend verlof genieten.