Hofnar teerde te lang op reputatie van oude bolknak

VALKENSWAARD, 27 juli - Op de Markt in Valkenswaard fietst een bejaarde man met een bolknak tussen de lippen. Zo'n oude Bolknakker ziet men in het Kempendorp van 30.000 inwoners -en elders trouwens ook- nog maar zelden. De eigenaar van sigarenmagazijn Cuba zegt dat de belangstelling voor Hofnar-bolknaks matig tot nihil is. 'Alleen ouderen vragen er nog naar.'

Met het oog op een algehele ondergang van wat eens Valkenswaards trots was, heeft hij nog wat extra voorraad ingeslagen.

In de gebouwen van de sigarenfabriek aan de Bakkerstraat heerst stilte. Er hangt nog een lichte geur van sigaren. Een werknemer, die vorige week donderdag te horen kreeg dat hij met zijn 17 collega's gerust een dag eerder met vakantie kon, haalt de schouders op als hem wordt gevraagd hoe de zaken er nu voor staan. 'Dat horen we misschien nog deze week.'

Bijzonder spraakzaam is men niet. Er wordt druk onderhandeld over de verkoop van de fabriek in het Ierse Ballagredeen, volgens directeur drs. J. Pernot met verschillende gegadigden. 'Binnen een week tot anderhalf moet het rond zijn.' Bijna is met Hofnar de historie in Valkenswaard, eens het sigarencentrum van het Zuiden genoemd, begraven. Sigaren worden er in het Zuidbrabantse dorp al enige tijd niet meer gemaakt, noch bij Hofnar, die de produktie naar Ierland overbracht en in Valkenswaard alleen nog maar de verkoopafdeling heeft, noch bij Willem II, tegenwoordig onderdeel van de Ebasgroep. De nu 77-jarige Christ Janssen, die in 1976 als afdelingschef bij Hofnar vervroegd werd gepensioneerd, zegt: 'We zagen het twintig jaar geleden al aankomen. De vroegere directeur Wolters had al eens gezegd: als ge er niet met hart aan ziel aan begint, doe het dan niet want dan gaat ge er aan kapot. In plaats van echte vaklui kwamen er bij Hofnar mensen afkomstig uit de textiel en de wijn aan het roer. Die hadden onvoldoende kennis van het sigarenmaken. De wacht wisselde elke vijf jaar. En dat ging dan gepaard met gouden handdrukken. Dat gebeurde ook bij andere fabrieken. Zo gingen er veel naar de verdommenis.' Valkenswaard is een welvarend dorp. Tot in het midden van de jaren zestig verdiende het grootste deel van de werkende bevolking zijn brood in de sigarenindustrie. Bij Hofnar werkten ooit 1.000 mensen, bij Willem II 1.100. In de hoogtijdagen waren er in het dorp wel zestig bedrijven en bedrijfjes. Jan van Best was er in 1864 mee begonnen. In zijn fabriek werden merken gemaakt als Montagnard, La Brabancone, Fraternitas, Furore en Gouden Koets. Personeel van zijn fabriek, die in 1955 werd geliquideerd, vormde in 1877 de harmonie Uitspanning na Arbeid, die nog altijd bestaat. Christ Janssen is er erelid van.

Hofnar werd in 1900 opgericht door Jacobus Heesterbeek , 'Kope', zoals ze hem in het dorp noemden. Heesterbeek was een oud-werknemer van de sigarenfabriek Texas, waar hij met ruzie was weggegaan. Hij verkocht aanvankelijk zijn sigaren vooral zondags aan de kerkdeur. Die zaten in een geruite kussensloop. Hij gebruikte daarbij een rijmpje: 'Pitje-patje-poeh, wie voor een dubbeltje sigaren koopt, krijgt een pijpje toe.'

In 1920 werd de naam gewijzigd in Hofnar. Men ging reclame maken met de olijke hofnar, die een oog dichtkneep. Dat was het werk van Heesterbeeks zwager, de Antwerpenaar Louis van Schevesteen. 'Hofnar een vorstelijke sigaar' en 'Hofnar nooit fijner gerookt', luidden de slogans.

Hofnar maakte vooral bolknaks, de torpedovormige sigaar. 'Het merk Rigoletto', zegt Janssen, 'liep als een trein. Daar werden er op een gegeven moment wel een miljoen stuks per week van gemaakt. We maakten ook de Bouquet, een sigaar van 2 cent voor de wat armere mensen en de Carlton voor 8 cent, dat was de duurdere sigaar. Tot aan de oorlog was er hier in Valkenswaard geen andere industrie. Die konden de hoge lonen niet betalen', herinnert Janssen zich. Terwijl hij vertelt houdt hij een Corona onder handbereik. 'De kop er op zetten was het moeilijkste van het hele sigarenmaken. Je moest soepele vingers hebben, niet van die harde knoepers. Toen we met de harmonie eens op concours waren, vroeg een jurylid: hoe kunnen die mensen toch zo vlug vingeren op de klarinet ? Dat kwam door het sigaren maken.'

Zelf rookt Janssen niet meer sinds er in de sigaren een binnenblad van papier werd gebruikt, want dat, zo vindt hij, verstoort het aroma. Tegenwoordig, zo wordt gezegd, gebruikt men weer pure tabak.

In de Oranje Nassaulaan in Valkenswaard is sinds vier jaar een museum over de geschiedenis van de sigarenindustrie. Op gezette tijden worden er nog met de hand sigaren gemaakt. Er zijn drie mannen aanwezig: een gepensioneerde inkoper van Willem II en twee oud-sigarenmakers. De twee nu 68-jarige sigarenmakers halen herinneringen op: aan de bedrijfsarts die zieke mensen gewoon naar het werk stuurde en aan de chefs die kinderen, die nog geen veertien waren, in kisten stopten als de arbeidsinspectie op bezoek kwam. 'We waren thuis met 9 man. Mijn vader verdiende 14 gulden per week. Zelf kreeg ik in 1936 als jongen van veertien 2,51 per week', zegt een van de twee.

Met Hofnar, waar begin jaren zeventig nog 600 mensen werkten, is het snel bergafwaarts gegaan. De sigarenconsumptie veranderde en liep terug. Men kwam te laat met het aanpassen van het assortiment. In 1978 al was een deel van de produktie naar het Ierse Ballagredeen verhuisd onder meer omdat daar de lonen zo'n 40 procent lager waren. In 1988 ging ook de rest er heen. De 54-jarige J. Faassen uit Waalre kwam toen na 38 dienstjaren met vijftig anderen op straat te staan.

Hij werkt nu in de 'metaal'. Faassen werkte na zijn ontslag nog een half jaar op contractbasis voor Hofnar. 'Ze vroegen me om de mensen in Ierland te helpen inwerken op de machines, die daarheen waren overgebracht. Toen in april vorig jaar mijn contract afliep, ben ik als een hond weggestuurd zonder ook maar een bedankje.' Faassen zegt dat hij en zijn collega's vijf jaar geleden al hadden zien aankomen dat Hofnar zijn langste tijd had gehad. Dat was toen de makelaar in onroerend goed H. Staals uit Eindhoven het bedrijf overnam, waarmee op het nippertje een faillissement werd voorkomen. 'We hadden toen al het vermoeden dat het niet om het voortbestaan van de fabriek, maar om de grond te doen was', aldus Faassen, een mening die algemeen in Valkenswaard is te horen. Op plek van de fabriek wil de gemeente een cultureel centrum en woningen gaan bouwen. Staals is niet voor commentaar bereikbaar. Hofnar-directeur Pernot: 'Dat weet ik niet, dat was voor mijn tijd, maar het zou kunnen.'

'Het verbaast me', zegt Faassen, 'niets dat er nu weer nieuwe problemen zijn. Ze hebben naar Ierland verouderde machines overgebracht, waar bij wijze van spreken de muizenesten nog inzaten. Ze kregen daar overheidssubsidie en belastingvoordelen. Daar zal het ze wel om te doen zijn geweest. De mensen die er nu aan de leiding zitten weten nog niet eens of een sigaar rond of vierkant is. Volgens mij hebben ze gewoon aangestuurd op een faillissement.'

Pernot: 'Dat we subsidies kregen klopt, op de rest ga ik maar liever niet in.' Nederland heeft op dit moment nog 8 sigarenfabrieken, waarvan er twee geheel zelfstandig zijn. Bij de acht fabrieken werken in Nederland 1.600 mensen. Het zijn: Henri Wintermans in het Brabantse Eersel, onderdeel van British American Tabacco, Cadena Claasen in Hapert (zelfstandig), Agio in Duizel (zelfstandig), Ebas-groep onderdeel van Svenska Tabacco, Hofnar in Valkenswaard (nog onderdeel van Stalux), Ritmeester in Veenendaal, onderdeel van het Zwitserse Burger, Oud Kampen, onderdeel van het Zwitserse Burger, Schimmelpenninck in Wageningen, onderdeel van Rothmanns.

Ze maakten in 1989 tesamen 1,75 miljard sigaren. Daarvan werden er 1,2 miljard geexporteerd. De binnenlandse consumptie was in 1989 519 miljoen stuks sigaren.

Ter vergelijking: in 1985 was deproduktie nog 2,2 miljard, werden er 1,55 miljard sigaren geexporteerd en was de binnenlandse consumptie 677 miljoen stuks.

De daling in de binnenlandse consumptie zet zich voort wat betreft de grote sigaren. Bij de kleinere is sprake van een stabilisatie. Volgens de Vereniging voor de Nederlandse Sigarenindustrie komen er niettemin steeds meer sigarenrokers, maar met z'n allen roken ze wel minder sigaren. De 'oude Bolknakkers' sterven uit, wat onder meer Hofnar de kop kost. De Vereniging zegt dat niet de indruk mag worden gevestigd dat de sigarenindustrie een noodlijdende tak van industrie is. Ondernemingen, die tijdig de bakens hebben verzet, zo wordt opgemerkt, draaien goed. Als voorbeeld wordt genoemd de Ebas-groep, waarin de merken La Paz, Elisabeth Bas, Willem II, Heeren van Ruysdael en Justus van Maurik zitten.