Galerie

Taller

Mijn ogen zijn gevuld met dikke tranen Ja, tranen, die ik slechts met moeite stelp Zo werkt ontroering op gezichtsorganen Van elk die zich een weg heeft kunnen banen Naar Kunsthuis 13 in het fraaie Velp

Zo bezong Drs. P. ooit eens het pand waar nu, heel toepasselijk, een weemoedige tentoonstelling te zien is van Hector Vilche en Armando Bergallo (beiden geboren in 1942 in Uruguay). Al ruim 25 jaar werken zij samen onder de naam Taller (taller betekent werkplaats).

Sinds hun tentoonstelling in 1976 in het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn ze in Nederland gebleven. Vilche en Bergallo stileren een symbolische kijk op menselijke emotie vol verlangen en heimwee naar andere tijden. Wat dat betreft rijmt dat mooi in Velp met zijn sfeer van oudtantes uit Indie. Hoewel het werk recent gemaakt is, ziet het er gedateerd uit. Vooral de Tapiesachtige schilderijen van Bergallo doen artistiekerig jaren-vijftig aan. Met welgemikte verfstreken schildert hij quasi willekeurig. Zo schilderen kan nu niet meer; zijn realistische werk past meer in deze tijd. De symboliek ligt er alleen wat eenduidig en zwaar bovenop. Zonder ironie, want een geengageerd idee mag geen misverstanden oproepen, zoals te zien is in een groot, in tweeen verdeeld doek dat aan de zijkanten geflankeerd wordt door een aantal familiefoto's. Een statig familieportret is op twee manieren geschilderd in tegenovergestelde sferen, beide in verscheurde stroken. De bedoeling is duidelijk: links in warme tussentonen (aangenaam) en rechts in Mondriaan-kleuren (kil). Vilche maakt totempaalachtige houten beelden met een surrealistische ondertoon. Ze zijn vervaardigd in een elegante stijl, die een theatrale symboliek uitstraalt. Ze lijken op beelden van Henk Visch, maar zijn veel minder ongrijpbaar.

Kunsthuis 13, Kastanjelaan 13, Velp. T/m 26 augustus. Geopend do. t/m za. 11-18 uur, zo. 12-16 uur.

Badje Beek

Dagelijks worden de forellen gevoerd onder een koorddanseres van roestig staal. Daar balanceert zij onder voortdurende begeleiding van het geluid van opborrelend bronwater. Ofschoon zij niets van een theepot weg heeft, is zij onmiskenbaar gemaakt door Klaas Gubbels. De typische 'Gubbels-theepot' wordt daar niet ver vandaan door een andere acrobate in evenwicht gehouden op een grasveld tussen twee visvijvers in. Forellenkweker en bronwaterleverancier H. J. Steehouder heeft dezelfde 'recalcitrante schilders die wilden bewijzen dat zij wel degelijk in staat waren ook beeldhouwwerken te maken' na 22 jaar opnieuw toegelaten op zijn mooi tegen de heuvels gelegen terrein, om een reunie met recent werk mogelijk te maken. Geurt van Dijk, Ad Gerritsen, Klaas Gubbels en Marten Hendriks kenden elkaar van de kunstacademie in Arnhem en maakten een tentoonstelling in Badje Beek die volgens de plaatselijke kunstcriticus zo snel mogelijk vergeten moest worden. Dat is niet gebeurd. De tentoonstelling van toen blijkt nu voer voor een filosoof en kunsthistoricus, zoals blijkt uit een begeleidende catalogus.

Ad Gerritsen heeft aan de rand van een vijver twee contouren van een hoofd tegenover elkaar geplaatst. Uit de monden lijken letterachtige vormen op te borrelen. Het geheel spiegelt zich in het water, maar ook daarin verschaffen de tekens geen leesbare helderheid. Mooi in de omgeving staat een beeld van gevlochten takken gemaakt door Geurt van Dijk. Hij verbindt boerenvakmanschap met hogere sferen. De gedaantes die daaruit voortkomen, lijken geraamtes van spookachtige verschijningen. Alleen Marten Hendriks komt er enigszins bekaaid van af. Hij heeft de pech dat de restauratie van een historisch tuinhuisje niet op tijd gereed is gekomen. Zijn tekeningen hangen nu buiten aan steigerbuizen; geen ideale oplossing.

Badje Beek, Forellenhof. Voorheen zwembad Badje Beek. T/m 15 oktober. Geopend ma. t/m za. 10-17 uur, zo. 13-18 uur.

Unnatural Acts

Negen jonge beeldhouwers hebben hun werk uitgestald op een grasveld achter een voormalige school in Beuningen. Bijna allemaal zijn ze opgeleid aan de Rijksacademie in Amsterdam, waar Thom Puckey een invloedrijke docent is. Hij heeft de tentoonstelling samengesteld. Wie het werk van Puckey en andere docenten kent, zal in Beuningen allerlei elementen uit hun oeuvre herkennen. Maar het kan ook zijn dat de leerlingen hun leermeesters beinvloed hebben.

Enige voorkennis is onontbeerlijk om hun wat tobberige kunst te vatten. Die kennis kan ook de pret bederven want daardoor weet je dat de negen beeldhouwers wel erg veel vondsten van anderen overnemen. Van Theo Schepens staat een bronzen beeld met de titel: 'Only the body stays'. Het is opgebouwd uit drie trapsgewijs gestapelde ledematen. Een been staat rechtop en een arm vormt de haakse verbinding met het volgende been en zo verder. Het is een sympathiek beeld omdat de conceptuele kant een persoonlijke vorm heeft gekregen. Erik Colpaert vereert een zekere Therese. Haar naam is kwetsbaar in handgeschreven letters op een glasplaat verwerkt, die 'savonds verlicht op het gazon ligt. Paul de Reus heeft twee Eftelingachtige poppen in een heg geplaatst. Hun koppen steken er boven uit, hun monden staan wijd open, bij de ene gek (Het beeld heet 'Twee gekken') vliegt een vogel naar binnen, bij de andere naar buiten. Philip Peters schrijft in de catalogus bij dit werk: 'Het spreken van gekken lijkt op het spreken in tongen: onzin die voor de ingewijde duidelijk en klaar betekenis heeft.' De Gang/de Tuin, Kloosterstraat 7, Beuningen. T/m 9 september. Geopend wo. t/m zo. 11-17 uur.