Ethel Portnoy in Rusland; Akelige gidsen en volle restaurants

De titel is mooi, Rook over Rusland, maar de theorie klopt niet. Volgens Ethel Portnoy is roken in Rusland een 'daad van individualisme, een onafhankelijkheidsverklaring'. Ze spreekt van de 'sociale afkeuring die op roken rust'. Je bent een slecht staatsburger als je rookt. Ik begrijp haar wel: als echte verslaafde heeft ze zich doodgeergerd aan de bordjes Verboden te roken en de pinnige dames die je toeblaffen dat je je sigaret moet uitmaken.

In Rusland mag je niet roken in openbare gelegenheden en als je pech hebt vallen daar ook restaurants onder. Ook in veel huiskamers is roken verboden en ik ken mensen die hun hele leven hun eigen woonkamer verlaten om op hun eigen balkon hun eigen verslaving uit te leven. Zij doen dat omdat het zo hoort, maar ook uit een zekere hoffelijkheid omdat er een kind of een bejaarde in de buurt is. De gezondheid van kinderen is een constante bron van zorg voor Russen en hun voorzorgsmaatregelen nemen absurde vormen aan, zoals het inbakeren van baby's en de afgrijselijke bruine maillots en mutsjes die kinderen tot aan de eerste hittegolf moeten dragen als zij op straat gaan spelen. Daar komt nog bij dat het nog hier en daar als ongepast beschouwd wordt als een vrouw op straat rookt. Maar dat roken in openbare gelegenheden verboden is, heeft niks met de volksgezondheid te maken en ook niets met sociale afkeuring voor roken. Russen roken zich met liefde dood en dat zal de staat een zorg zijn. Dat je niet mag roken in openbare gelegenheden is gewoon een van die tientallen beslissingen die ooit ergens genomen zijn en sindsdien met een aan het absurde grenzende hardnekkigheid worden doorgevoerd omdat ze nooit zijn afgeschaft.

Russen hebben in de loop van de geschiedenis afgeleerd om te vragen naar het waarom van deze of gene absurde maatregel, omdat ze toch nooit een bevredigend antwoord krijgen. Als ik bij het benzinestation vertwijfeld vraag wanneer er dan weer wel benzine is te krijgen krijg ik ten antwoord: als ze het komen brengen. En dicht klapt het luikje.

Ethel Portnoy was twee jaar geleden een paar weken in Rusland en heeft haar reiservaringen nu uitgewerkt tot een boek. Het beschrijft Moskou, Leningrad en Tallinn en uitstapjes naar Jasnaja Poljana, het landgoed van Tolstoj en het woonhuis van Tsjaikowski in Klin. Twee jaar is niet lang geleden en zelfs in de veranderende Sovjet-Unie zijn duizendeneen dingen te zien die ten tijde van markies de Custine al zo waren en nog jaren zo zullen blijven. Maar waarom nou precies die dingen beschrijven die al door iedereen beschreven zijn? Hoeveel boeken vermelden niet de akelige Intoeristgidsen met hun steenkolentaalgebruik en voorliefde voor vierkante meters, hoogtes, dieptes en breedtes en aantallen inwoners, medailles en eretitels? De oninteressante programma's die ze samenstellen en de moeite die het kost om daarvan af te wijken. De musea die gesloten blijken, de restaurants die geen tafels vrij hebben en de boeken die er niet zijn.

Klikken

Portnoy vraagt zich steeds af wat iemand denkt of bezielt maar vraagt er nooit naar, en het gevolg is dat we het moeten doen met haar bespiegelingen en de antwoorden, die ongetwijfeld bepaalde stereotiepen hadden kunnen ontkrachten, moeten missen. Dan krijg je cliches als die over de chauffeur die waarschijnlijk van de KGB is: 'We hebben nu een andere chauffeur, een oudere man. Tanja lijkt nu meer ontspannen misschien was die andere kerel gestuurd om haar praatje te controleren op ideologische afwijkingen en had er daarom zoveel propaganda gezeten in de Architectuurtrip. In landen van deze aard, zo drong nu tot me door, werd het aangemoedigd te klikken over anderen. Niet zo aardig!' Het laatste is waar, maar die arme chauffeur, dat geef ik u op een briefje, heeft daar niets mee te maken. Er is hier uberhaupt niemand meer die iemand nog controleert op ideologische afwijkingen, of het moest zijn tijdens het 28ste partijcongres binnen de muren van het Kremlin. De propaganda in de architectuurtrip komt gewoon voort uit desinteresse van de dame in kwestie, die een verhaaltje afdraait en niet genoeg fantasie heeft om er iets eigens van te maken. Toegegeven, daar worden deze dames ook niet op uitgezocht en tot voor kort werden Intoeristgidsen wel degelijk op ideologische betrouwbaarheid getest. Maar men mag daarbij niet vergeten dat dit allemaal formaliteiten zijn en dat de gidse er in haar vrije tijd heel andere opinies op nahoudt.

Er is iets in de manier waarop Russen met een functie met je omgaan, dat afschrikt. Iets blaffends, iets kordaats en iets onvriendelijks. Een voorbeeld uit Portnoys boek. Ze bezoekt het Novodevitsje-klooster: 'Bent u een gelovige?', vraagt ze (de gids) op scherpe toon. 'Het interesseert me alleen', mompel ik. Het is hier niet comme il faut om gelovig te zijn.'

Inderdaad, een paar jaar geleden was dat nog zo, maar nu is het juist reuze modern en ik ben er dan ook bijna zeker van dat de gids die vraag niet afkeurend bedoelde, zeker niet ten opzichte van een buitenlander. Dat agressieve ligt gedeeltelijk aan de taal en gedeeltelijk aan het feit dat Russen gewend zijn krachtige opinies te ventileren. Niet die halfslachtige grijstinten die wij weifelaars erop nahouden, maar gewoon lekker wit en zwart. Gezegd moet dat zij daarbij lang niet altijd gehinderd worden door kennis.

Nu kun je volhouden dat dat er allemaal niet toe doet, onvriendelijk is onvriendelijk. Maar nu de Sovjet-Unie langzamerhand steeds opener wordt en Russen niet meer die enge wezens zijn waarvoor Ethel Portnoy, zoals ze zelf zegt opgegroeid in de sfeer van de koude oorlog, ze altijd heeft gehouden, nu bevredigen die observaties niet meer.