Doden Auschwitz 'staan niet in de boeken'

ROTTERDAM, 27 juli Meer dan 45 jaar na dato is discussie ontstaan over het aantal slachtoffers dat is omgekomen in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau in het zuiden van Polen. In februari 1945, een week na de bevrijding van het kamp, stelde een commissie uit de Sovjet-Unie het dodental op vier miljoen. Het Poolse dagblad Gazeta Wyborcza meldde vorige week dat het ten hoogste om anderhalf miljoen slachtoffers gaat.

Volgens M. Goldstein, de Belgische voorzitter van het internationale Auschwitz Comite, dat bestaat uit ongeveer 15.000 Auschwitz-overlevenden, kan niemand weten hoeveel mensen in het kamp zijn omgekomen. 'Ze staan nergens in de boeken, want de mensen werden vaak de eerste dag vergast. Zelfs de historici die nu slachtoffers gaan tellen zullen de waarheid niet te weten komen.'

Er kan slechts met zekerheid worden gesproken over 'miljoenen slachtoffers', meent Goldstein. 'Het merendeel van hen was joods.'

De Pool S. Krajewski, lid van de internationale raad voor de toekomst van museum Auschwitz-Birkenau, vindt het zinvol het aantal slachtoffers vast te stellen. 'Dan kan niemand meer beweren dat de gaskamers nooit hebben bestaan. Bovendien kan dan met recht worden gezegd dat het aantal joden onder de slachtoffers groter is dan andere bevolkingsgroepen. Duizenden doden of miljoenen, dat maakt wel verschil.' De cijfers werden bekendgemaakt door Franciszek Piper, hoofd van de afdeling geschiedenis van het museum Auschwitz-Birkenau, in een vraaggesprek met Gazeta Wyborcza, het dagblad van Solidariteit. Hij meldt dat tussen de 1,1 en 1,5 miljoen mensen in het kamp zijn omgekomen, onder wie 960.000 joden. Verder bevinden zich onder de slachtoffers 70.000 tot 75.000 Polen, 21.000 zigeuners en 15.000 krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie en andere landen. De cijfers zouden zijn gebaseerd op het aantal transporten, nummers van gevangenen en statistische gegevens over Europese getto's. De archieven van het kamp zijn na de oorlog meegenomen naar de Sovjet-Unie en buitenlandse historici mochten ze tot op heden niet inkijken. Museum Auschwitz-Birkenau heeft ze nu teruggevraagd. De discussie tussen de internationale raad van het museum en het internationale Auschwitz Comite spitst zich toe op het Internationale Monument voor de Slachtoffers van het Fascisme in Birkenau. Op de negentien gedenkstenen van het monument stond tot voor kort in verschillende talen: 'Oord van martelaarschap en dood der vier miljoen slachtoffers van de nazi-moordenaars 1940-1945'.

Een renovatie-commissie, in het leven geroepen door de Poolse minister van cultuur Izabella Cywinska, verwijderde de tekst dit voorjaar. Het aantal van vier miljoen slachtoffers was historisch onjuist, zegt S. Wilkanowicz uit Krakow, lid van de internationale raad. 'Een Duitse revisionist zou gemakkelijk kunnen zeggen dat het propaganda is.' Het internationale Auschwitz Comite was verbaasd over het ongevraagd verwijderen van de tekst. 'Het is ons monument. Wij hebben samen met andere commissies begin jaren zestig het geld bijeengebracht', zegt Goldstein. Het voorstel van de raad voor een nieuwe tekst stuitte op nog meer verzet. Die kwam uit het bijbelboek Job: 'O aarde! bedek mijn bloed niet, en mijn geroep vinde geen rustplaats!' (Job 16 vers 18). Goldstein is tegen elke bijbelse en niet-historische tekst. 'God was niet in Auschwitz. Hij moet er nu ook niet komen.' Het weghalen van de tekst maakt deel uit van een herinrichting van het museum. Ten tijde van het stalinisme in Polen werd het voormalige concentratiekamp tot museum omgedoopt. In een aantal voormalige gevangenenbarakken kwamen tentoonstellingen, met voorwerpen en foto's die herinneren aan de massamoord in het kamp. Sommige exposities maken echter 'pure propaganda voor het communisme', vindt Wilkanowicz. Ze tonen eerder de triomf van Stalin en de zijnen dan het lot van de nazi-slachtoffers. Als voorbeeld noemt hij de nationale tentoonstellingen van Bulgarije en de Sovjet-Unie, die net als de meeste Europese landen en de joodse bevolking over een permanente expositie in het museum beschikken. De Poolse premier Tadeusz Mazowiecki kondigde in februari een nieuwe opzet voor het museum aan die 'recht moet doen aan de tragedie van het joodse volk en de overige slachtoffers'.

In juni werd de renovatie-commissie opgevolgd door de internationale raad, die zich met de herinrichting ging bemoeien. Deze bestaat uit circa twintig leden, van wie de helft afkomstig is uit Poolse kerkelijke en regeringskringen en de andere helft uit (joodse) organisaties uit het buitenland. De tentoonstellingen zullen nu op hun historisch gehalte worden bekeken en zonodig worden veranderd of gesloten. Er komt een nieuwe tentoonstelling voor jongeren omdat 250.000 bezoekers van de 700.000 per jaar een jeugdige leeftijd hebben. Op de volgende bijeenkomst in het najaar neemt de internationale raad een beslissing over de nieuwe tekst op de gedenkstenen.

Goldstein, die namens het internationale Auschwitz Comite in de raad is vertegenwoordigd, komt dan met een nieuw voorstel voor een tekst, waarin expliciet de joodse slachtoffers worden vermeld: 'Wij gedenken miljoenen mannen, vrouwen en kinderen, in meerderheid joden, hier in Auschwitz gesneuveld, slachtoffers van de nazi-barbarij 1940-1945.'

Zijn mede-raadslid Wilkanowicz vindt echter dat het monument is bestemd voor alle Auschwitz-slachtoffers, hoewel hij erkent dat negentig procent van de slachtoffers joods is. Wel komen in de rest van het museum meer borden met informatie over het lot van de joodse bevolking, zegt hij. Het joodse aandeel in het museum wordt versterkt, verzekert ook raadslid Krajewski. 'Auschwitz is het symbool voor de uitroeiing van de joden.'

Maar, zo voegt hij eraan toe, het is ook het symbool voor de nazi-bezetting van Polen en het lijden van het Poolse volk. 'Pools nationalisme en chauvinisme', zo reageert de voorzitter van het internationale Auschwitz Comite op de veranderingen aan het monument. 'De Polen zien Auschwitz als een Pools concentratiekamp. Zij geloven dat ze het net zo slecht hadden als de joden.'