De wonderlijke toevalligheid

Niets is toevallig en zelfs dat niet. De naam van de wijsgeer die zich met deze uitspraak een plaats in de Succesagenda verwierf is me ontschoten, maar dat de man gelijk had met zijn stelling werd dezer dagen weer eens bewezen. In het kader van onze speurtocht naar de samenhang der dingen waren we namelijk van plan eens stil te staan bij het lot dat de mens zo nodig een handje helpt. Nauwelijks had dit idee postgevat of tussen de ochtendpost zat een pakketje, afzender Elisabeth Bierens de Haan, bevattende haar onlangs verschenen boek Toeval of voorbestemd. Zoiets kan nauwelijks op toeval berusten; het verklaart waarom mevrouw Bierens de Haan (die dit soort dingen aan de lopende band meemaakt) het woord 'toeval' tussen aanhalingstekens plaatst. Nu hadden we de auteur ooit, zij het in een andere hoedanigheid, in levenden lijve ontmoet. We spraken toen over haar vermogen, stemmen te analyseren. Ze is namelijk 'fonosofe' van beroep; een woord dat ze ('Liggend en mediterend in een warm bad, de beste inspiratiebron voor zulke ideeen') zelf bedacht. Ze beschikt over de uitzonderlijke gave om per telefonisch consult en op basis van de stem die ze hoort adviezen te geven die leiden tot een betere geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hoewel ze de plank wel eens mis slaat ('U houdt van antieke spullen en barokmuziek', zei ze tegen mij, terwijl ik antieke spullen en barokmuziek haat), verwierf ze met haar stemontledende vermogen grote bekendheid. Ze schreef er vijf boeken over en lichtte haar ideeen toe via pers, radio en televisie. Haar zesde boek behandelt de onzichtbare hand, die de mensheid steeds in de juiste richting stuurt.

Theorie

Een nieuw onderwerp dus, maar waar de wetenschap met de handen in het haar zit kan elke aanvulling die het fenomeen boven de theorie uittilt alleen maar worden toegejuicht. Immers, zo schrijft de schrijfster, 'om de paar jaar is er een symposium van wijze mannen en vrouwen, die zich de kop breken of toeval wel werkelijk toeval is. Na zo'n samenkomst blijkt toeval dan ook 'toeval' te zijn, dat wil zeggen: alles valt je toe, en dat vindt men dan toevallig'.

Hetregelmatig bezoeken van een dergelijk symposium, ook al is het om de paar jaar, moet een frustrerende bezigheid zijn.

Het lezen van het boek van Elisabeth Bierens de Haan is daarentegen een dolkomisch avontuur en een absolute aanrader voor iedereen die met verkrampte lachspieren rondloopt. Door achter elk voorval een diepere bedoeling te vermoeden ('Mijn denkwijze is beslist een gelukkige vind ik') tuimelt de schrijfster dagelijks van de ene verbazing in de andere.

Dat was al het geval toen ze drieentwintig jaar geleden als stewardess bij de KLM werkte en door dat vliegen op grote hoogte ('Hoe hoger, des te droger de lucht') van haar astma genas. Haar collega's deden lacherig over haar rotsvaste geloof in vliegende schotels ('Terwijl ik dit fenomeen zelf met mijn eigen ogen heb waargenomen'), maar een bevriende stewardess was de scepsis voorbij en wilde graag het boek Flying Saucers Have Landed lenen. Dit pseudo-wetenschappelijke werkje van de Amerikanen Desmond Leslie en George Adamski moest in de jaren zestig de laatste twijfels met betrekking tot ufo's wegnemen.

Laat nu net op de avond dat mevrouw Bierens de Haan dit boek voor haar collega had meegenomen, op Schiphol worden omgeroepen dat met het toestel uit Amerika zojuist Adamski was geland. Met het boek in de hand repte ze zich naar de aankomsthal, waar ze nog een handtekening van de auteur wist te bemachtigen. 'Was deze ontmoeting met de grootmeester nu voorbestemd? Of denkt u aan toeval? Ik niet. Het had weer zo moeten zijn', aldus de schrijfster.

En zo heeft ze nog veel meer wonderbaarlijke dingen meegemaakt die te denken geven. De vouwfiets van haar man werd gestolen. Diezelfde avond kijkt het echtpaar naar het Journaal, met beelden van een demonstratie in de hoofdstad. 'Voorop reed een krullebollig kereltje op een klein groen fietsje over de Dam' en jawel, dat was de gestolen fiets. Of de schrijfster, die behept is met vrees voor de tandarts (geen detail uit haar persoonlijke leven blijft ons bespaard), heeft een afspraak met haar specialist afgezegd.

Anderhalf uur later klatert een tand uit het gebit van haar echtgenoot op zijn bord. Dat komt prachtig uit, want hij kan nu mooi het gat in de agenda van de tandarts opvullen. Of ze heeft pianomuziek van Joseph Haydn ontdekt, wiens composities ze vol overgave op het klavier speelt, als een haar onbekende man zegt dat haar stem zo doet denken aan een sonate van Haydn. Of ze die opmerking niet merkwaardig vond? Geenszins, de spirituele wereld is altijd om ons heen. 'Wie daaraan twijfelt is een blinde.'

Op bezoek in een kerk in Deventer zegt ze tegen de koster dat de akoestiek zich goed zou lenen voor de vertolking van Die Hohe Messe van Handel. De man kijkt haar verbaasd aan. Hoe kon ze weten dat dit werk daar de vorige avond was uitgevoerd? Als de koster hoort dat ze daar niet van op de hoogte was, mijmert hij dat er meer tussen hemel en aarde is dan de mens vermoedt. 'Het woord 'toeval' heb ik uit mijn dictionaire geschrapt.' BestuurslidWat geeft dat toch een prettig gevoel, die spirituele alomhullende geleide-geest om ons heen, schrijft Elisabeth Bierens de Haan. Ze heeft er ook veel profijt van. Toen ze het miniatuurdorp Madurodam zou bezoeken, mocht haar spaniel Bonneke niet mee naar binnen. Ze dreigde het bevriende bestuurslid mevrouw Wezebroek van Echte in te schakelen als Bonneke buiten zou moeten blijven. Daar had het personeel niet van terug. Het hondje werd bij wijze van uitzondering tot Madurodam toegelaten. Het was bluf geweest, maar later bleek dat die mevrouw Wezebroek van Echte ('Een nicht van mijn man') ook werkelijk in het bestuur van Madurodam zit.

Koopt ze toevallig een ander ochtendblad dan ze gewend is, dan staart het portret van een vroegere buurvrouw haar aan. Koopt ze een boek van een kruidendokter, dan wordt ze de volgende dag 'toevallig' aangesproken door een mevrouw die 'toevallig' datzelfde boek heeft gelezen. Piekert ze over de te nemen reisverzekering, dan ploft juist op dat moment een ANWB-folder met het best denkbare aanbod op haar deurmat. Brengt ze met haar man een paar dagen door in het Ardennendorp Mahay, dan vertoont de televisie op de avond van terugkeer net een uitvoerige documentaire over Mahay. Het is niet te geloven. 'Wanneer men oog leert krijgen voor de boodschap van de talloze toevalligheden in het eigen leven, kan men tot de ontdekking komen dat het leven vol is van inspiraties en wonderen', vat de flaptekst de inhoud van het boek samen. Toevallig is de een daar meer ontvankelijk voor dat soort bovenwereldlijke signalen dan de ander. Wie niet in wonderen gelooft, ziet ze niet. Die zet de televisie aan en ziet een krullebol wegrijden op een vouwfiets, gevolgd door een impressie uit het Belgische oord Mahay. Die ziet niet wat daarachter steekt. Namelijk: meer, veel meer.