De verlegen rug

Een meisje staat voor de klas. Ze maakt een som. Als je mee rekent zie je dat ze aan het vermenigvuldigen is. Ze maakt geen fouten, alles klopt precies. Ze houdt haar hoofd zo goed mogelijk bij het rekenen. Toch zie je dat ze zich niet helemaal op haar gemak voelt.

Haar rechtervoet heeft ze om de poot van het schoolbord geslagen. Kijk maar, hij zit er heel dicht tegen aan, alsof ze een beetje steun zoekt. Door die onzekere voet weet je ineens wat er achter haar gebeurt.

Alle ogen van de klas zijn op haar gericht. Ze twijfelt misschien of alle knoopjes van haar jurk wel dicht zijn. En zit de strik van haar ceintuur wel goed? Haar rug ziet er verlegen uit. Ze hoopt dat de som gauw af is. Dan kan ze weer gaan zitten. Gelukig voor haar, eindelijk wordt ze niet meer bekeken.

Ogen in je rug. Hoe vaak komt dat niet voor. Thuis, in de klas, overal. Als iemand je aankijkt zie je dat meteen. Je lacht, je kijkt boos of je kijkt een andere kant op.

Over je rug heb je veel minder te zeggen. Een ander denkt: ik kan zo lang naar haar kijken als ik wil. Ze ziet het toch niet. Dat is een vergissing. Als iemand lang naar je rug kijkt dan voel je dat.

Je draait je om en je kijkt terug. Meestal zal degene die je heeft bespied dan verlegen een andere kant opkijken.