Coordinatie zoek bij innen van 'vredesdividend'

BRUSSEL, 27 juli 'Het is een rommeltje', zegt een diplomaat in het NAVO-hoofdkwartier. 'Tussen de NAVO-landen wordt nauwelijks overleg gevoerd over de bezuinigingen die ze bij hun defensieuitgaven doorvoeren.'

De medewerkers van secretaris-generaal Manfred Worner vernemen de laatste weken vrijwel dagelijks in 'vrij sombere sfeer' hoe de regeringen in de zestien lidstaten van het bondgenootschap, elk op haar eigen manier, haast maken bij het innen van het 'vredesdividend'. De plaatsvervangend woordvoerder van het bondgenootschap prijst omstandig de Britse minister van defensie, Tom King, die woensdag aankondigde dat hij de Britse defensieinspanning over een aantal jaren met circa een kwart wil terugbrengen. King beloofde in een brief aan Worner 'intensieve consultatie over opties voor aanpassing van de Britse strijdkrachten aan de veranderde omstandigheden'.

En hij verzekerde dat de NAVO naar het oordeel van de regering van het Verenigd Koninkrijk 'een coherent bondgenootschap met een coherente defensie moet blijven'. Geruststellende woorden van minister King, maar hoe die coherentie moet worden georganiseerd is de vraag waarover de diplomaten in het NAVO-hoofdkwartier zich nu het hoofd breken. Als 'Koude-Oorlogsmachine' was de organisatie eenvoudig niet voorbereid op het uiteenvallen van het Warschaupact en nog minder op de aanstaande vereniging van de beide Duitslanden. De planningprocedures, tot stand gekomen tijdens de hoogtijdagen van de confrontatie tussen Oost en West, gingen onveranderd uit van een constante dreiging van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten van het Warschaupact, op het verdwijnen daarvan is de organisatie niet voorbereid.

Nederland trad in de persoon van minister van defensie Ter Beek even op als gidsland bij het doorvoeren van bezuinigingen op defensie, maar is inmiddels ruim ingehaald door Belgie (vijf procent minder voor 1991), de Bondsrepubliek (vermindering met ongeveer zes procent) en het Verenigd Koninkrijk. De Verenigde Staten volgen spoedig met verstrekkende plannen: een vermindering van de defensieinspanning met circa een kwart over een aantal jaren, waarbij bedacht moet worden dat de NAVO-verplichtingen in belangrijke mate buiten schot blijven.

Er wordt bij de NAVO, mede op Nederlands initiatief, gewerkt aan 'intensief overleg' om de bezuinigingen bij de lidstaten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Dat zou moeten gebeuren op basis van 'globale criteria', om te voorkomen dat de 'defensiebegrotingen alleen om budgettaire redenen worden uitgekleed'.

Maar de meeste criteria, zoals de door de recente Londense NAVO-top aangekondigde nieuwe strategie, moeten nog nader worden gedefinieerd.

Belangrijkste orientatiepunt lijkt vooralsnog het akkoord over vermindering van de conventionele troepen in Centraal-Europa (CFE), dat naar verwachting deze herfst in Wenen zal worden afgesloten door de 23 landen van de NAVO en van het Warschaupact. De NAVO-woordvoerder: 'Weliswaar zal CFE 1 (Conventional Forces Europe) zich beperken tot vermindering van de Amerikaanse en Sovjet-troepen en tot de belangrijkste conventionele wapensystemen (tanks, artillerie en waarschijnlijk vliegtuigen), maar bij de aantallen wapens horen ook aantallen militair personeel. Dat bepaalt de speelruimte.'

CFE 1 zal direct worden gevolgd door CFE 2, waarin in elk geval de omvang van de strijdkrachten van het verenigde Duitsland (door Kohl en Gorbatsjov al bepaald op maximaal 370.000 man) en mogelijk die van de andere landen in de centrale zone aan de orde komen. De centrale zone omvat West- en Oost-Duitsland, de Benelux en aan oostelijke kant Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. De NAVO-landen moeten overigens nog een mandaat voor het directe vervolg van CFE 1 vaststellen.

In het militaire hoofdkwartier SHAPE, nabij het Belgische Bergen, wordt nu hard gewerkt aan de nieuwe strategie die de NAVO-top van begin juli in Londen in het vooruitzicht stelde. Het bondgenootschap gunt zich daarbij overigens wel enige tijd. Paragraaf 14 van het Londense communique luidt: 'Terwijl Sovjet-troepen Oost-Europa verlaten en een verdrag over beperking van de conventionele strijdkrachten (bedoeld wordt CFE 1, red.) wordt uitgevoerd, zullen de structuur van de geintegreerde strijdkrachten van de alliantie en haar strategie fundamenteel gewijzigd worden.'

Het zal waarschijnlijk ten minste vier jaar duren voordat de 360.000 man Sovjet-troepen die in de DDR zijn gelegerd zijn teruggetrokken. Met de uitvoering van CFE 1 zullen ook enige jaren zijn gemoeid.

Volgend jaarDe NAVO-top stelde 'kleinere en geherstructureerde strijdkrachten' in het vooruitzicht, die 'zeer mobiel' zullen zijn zodat de leiders van de alliantie over een 'maximum aan flexibiliteit' zullen beschikken bij hun besluitvorming over de vraag hoe ze op een crisis moeten reageren. De NAVO zal ook meer op mobilisatie vertrouwen en de paraatheid van de actieve eenheden verminderen, zo besloten de regeringsleiders. Ook moet gewerkt worden aan de vorming van multi-nationale eenheden. Het is nu aan de militaire planners op SHAPE om deze besluiten in de militaire praktijk te brengen, en daarover is, zo verluidt in Brussel, niet voor volgend jaar enige duidelijkheid te verwachten.

De bestaande NAVO-planningsprocedures zijn gebaseerd op de militaire evaluatie van de dreiging die van het Warschaupact uitging. Het enige wat nu vast staat is dat die niet meer bestaat, zoals de voorzitter van het militaire comite, het hoogste militaire orgaan van de NAVO, dit voorjaar officieel vaststelde. De NAVO-commandanten is nu gevraagd een evaluatie te geven van de 'risico's' die de alliantie onder ogen moet zien.

Die risico's zijn allereerst dat de Sovjet-Unie een militaire supermogendheid blijft, instabiliteit en mogelijk desintegratie in de Sovjet-Unie, regionale conflicten en balkanisering in Europa en ten slotte de proliferatie van militaire technologie die het landen als Irak mogelijk maakt raketten te bouwen en plannen te maken voor lange-afstandskanonnen. Het opnoemen van deze factoren is gemakkelijk genoeg, maar ze in een logisch samenvattend militair concept te vervatten is een veel moeilijker opgave.

Kosten

Deskundigen bij de NAVO wijzen er bovendien op dat het vredesdividend wel eens beperkter kan uitvallen als gevolg van de aanpassingen die de alliantie zich heeft voorgenomen. De legering van kleinere eenheden, verspreid over een groter gebied (het concept van de voorwaartse verdediging is achterhaald), en verenigd in multinationaal verband vergt nieuwe en waarschijnlijk omvangrijke uitgaven op het gebied van communicatie. Verificatie van wapenbeheersingsmaatregelen, zoals CFE 1, zal eveneens de nodige kosten met zich meebrengen.

In Brussel wordt vastgesteld dat de NAVO-landen met hun bezuinigingen een voorschot nemen dat politiek verklaarbaar en ook wel verantwoord is, maar dat de samenhang ver te zoeken is. Dat kan niet anders want, zo zegt een NAVO-diplomaat, gegeven de bestaande procedures komt de organisatie ten minste twee jaar achter op de feitelijke ontwikkeling. Nauw overleg aan de hand van globale criteria lijkt voorlopig de enige strohalm voor de NAVO-planners.