Biografie van Simone de Beauvoir; Alles draait om Sartre

Waarom zijn mensen alleen nieuwsgierig naar het leven van De Beauvoir en niet naar haar werk? zo verzucht Deirdre Bair in het voorwoord van haar Simone de Beauvoir, a Biography. Toen Bair samen met Sartre's biografe, Annie Cohen-Solal, in een forum zat kreeg zij alleen vragen over het leven van De Beauvoir, terwijl Cohen-Solal ook over Sartre's werk werd ondervraagd... Bair wilde naar eigen zeggen biografie, intellectuele geschiedenis en feministische theorie met elkaar combineren, en een intellectuele biografie van De Beauvoir schrijven. Ze herlas het oeuvre van De Beauvoir en bracht een enorme hoeveelheid materiaal bijeen: niet alleen voerde ze van 1981 tot 1986 vele gesprekken met De Beauvoir gesprekken waarin De Beauvoir keer op keer het onderwerp van haar relatie met Sartre aansneed maar ze interviewde ook tijdgenoten, vrienden en intimi, en speurde tijdsdocumenten, historische werken en kranten na. Haar werk dwingt bewondering af door de wijze waarop zij al dit materiaal tot een goed leesbaar, samenhangend geheel heeft weten te bewerken. Met nieuwe feiten komt Bair ook: zo meldt ze dat De Beauvoir een aantal artikelen schreef onder Sartre's naam en tovert ze een nieuw essay van De Beauvoir ter tafel, uit 1950, over de toekomst van de heteroseksuele liefde. Bair komt ook met de meest recente cijfers van de oplagen van De Beauvoirs boeken. Zo blijken er drie tot vier miljoen exemplaren verkocht van De tweede sekse, een werk dat De Beauvoir voor de rest van haar leven financieel onafhankelijk maakte.

Uit Bairs betoog komt De Beauvoir naar voren als een scherpe, efficiente vrouw, die niettemin haar leven lang een droom heeft gekoesterd en een illusie heeft nagejaagd: de vrouw te zijn in Sartre's leven. Sartre is in de versie van Bair een eeuwige adolescent die zijn leven lang als een grillig kind door De Beauvoir en de talloze andere vrouwen om hem heen is ontzien en verwend. (Maar ja, zei De Beauvoir tegen Bair, hij vond zichzelf ook zo lelijk, je kon hem niets weigeren of hij was diep ongelukkig geworden). De Beauvoir wordt bij Bair de onbestorven weduwe: de lijdende, plichtsgetrouwe echtgenote die haar hele leven en werk in het teken van Sartre stelde en haar eigen liefdesrelaties ondergeschikt maakte aan zijn behoefte aan haar als secretaris, manager, verpleegster en buffer tegen de boze buitenwereld.

Bair geeft geen verklaring voor het specifieke karakter van De Beauvoirs liefde voor Sartre, maar wijst meermalen op het feit dat zij Sartre nodig had voor haar eigen gemoedsrust en zekerheden. De Beauvoirs liefdesverdriet over Sartre's permanente affaires wordt door Bair tot rode draad van haar leven verheven. Maar Bair laat ook zien hoe intensief De Beauvoirs liefdesverhouding was met Nelson Algren: De Beauvoir betitelde haar Amerikaanse geliefde zelfs als haar 'echtgenoot'. Veel schokkende nieuwe levensfeiten heeft Bair voor het overige niet te onthullen (of het moest zijn dat De Beauvoir in later jaren te veel dronk en ook aan de gevolgen van overmatig alcoholgebruik is overleden). Het lijkt erop dat haar werk in dit opzicht enigszins overschaduwd wordt door de recente uitgave van De Beauvoirs brieven aan Sartre, waarin een aantal lesbische verhoudingen duidelijk naar voren komt.

Onjuist

Bair wist van het bestaan van die brieven, maar had onder leiding van De Beauvoir slechts enkele passages daaruit mogen lezen. Haar weergave van de periode '39-'41 in het leven van De Beauvoir is daardoor gedeeltelijk onjuist. Bair concludeert ten onrechte dat De Beauvoir in deze jaren een sober leven heeft geleid, en met Sartre aan het front en later in krijgsgevangenschap, geen seksueel leven heeft gehad. Ook ten aanzien van De Beauvoirs relatie tijdens de laatste twintig jaar van haar leven met de veel jongere Sylvie le Bon, is Bair met dit al op een dwaalspoor gezet. Bair vraagt zich af of hier wel van een lesbische verhouding sprake was, en concludeert tenslotte dat De Beauvoir zich geen lesbienne voelde en het daarom ook niet was. Het lijkt er veel op dat Le Bon, met haar uitgave van De Beauvoirs brieven aan Sartre, Bair op voorhand heeft willen corrigeren. Door deze brieven is eens te meer onderstreept dat De Beauvoirs zelfbeeld enerzijds en haar doen en laten anderzijds nogal uiteenliepen. Wellicht had De Beauvoir eerder de idee van een relatie met Sartre nodig, dan die relatie zelf. En wellicht was dit haar onbewuste 'oplossing' voor de vooralsnog tegenstrijdige identiteit van de intellectuele vrouw: een 'superieure' man boven zich te weten garandeerde haar als het ware dat ze nog een vrouw was. En dit zou weer de verklaring kunnen zijn voor de heftigheid waarmee De Beauvoir elke lesbische verhouding ontkende, en verborgen hield door haar brieven aan Sartre niet te publiceren.

Bezwaarlijk wordt Bairs te geringe afstand van De Beauvoirs zelfbeeld waar het het oeuvre van De Beauvoir betreft. De Beauvoir heeft altijd beweerd dat Sartre de filosoof was, zij de schrijfster, en ze heeft het zo voorgesteld dat zij steeds Sartre volgde in zijn filosofie. Bair heeft deze bewering te serieus genomen en beschouwt het gehele oeuvre van De Beauvoir als een voortdurende hommage aan Sartre, met name aan diens hoofdwerk L'etre et le neant.

Deze benadering heeft tot gevolg dat de eigen ontwikkeling in het denken van De Beauvoir nauwelijks aan de orde komt. Zo schenkt Bair zeer weinig aandacht aan De Beauvoirs filosofische essays uit de periode '44-'47, wanneer haar filosofische creativiteit een hoogtepunt bereikt. Bair wijst op de afwezigheid van Sartre die veel tijd doorbracht bij zijn geliefde in Amerika en beschouwt deze periode in het leven van De Beauvoir als introspectief: de essays zouden volgens Bair de status hebben van een zelfonderzoek. De essays uit de periode '44-'47 (onder andere gebundeld in Een moraal der dubbelzinnigheid), markeren in feite de ommekeer van De Beauvoirs narcisme uit haar jonge jaren: De Beauvoir bezint zich op de wereld om haar heen, schrijft over politieke gebeurtenissen, tracht een ethische en politieke theorie te ontwikkelen en formuleert een aantal moraaltheoretische uitgangspunten die voor de rest van haar leven bepalend zullen zijn. De Beauvoir heeft Bair gewezen op het belang van deze essays als het startpunt voor haar eigen oeuvre (blz. 269), maar Bair blijft bij haar stelling dat De Beauvoirs filosofie ophield bij Sartre's L'etre et le neant uit 1943.

Troost

Ook De tweede sekse beschouwt Bair als een uitwerking van Sartre's filosofie, en ook dit werk zou alleen bedoeld zijn als zelfonderzoek. Bair mist zo de pointe van De Beauvoir, die (geinspireerd door de fenomenologische methode) probeerde om algemene waarheden te destilleren uit subjectieve ervaringen. Bij Bair verwordt dit alles tot narcistische zelf-fixatie. Zo beweert ze ook dat De Beauvoirs Een zachte dood het verslag over de dood van haar moeder alleen geschreven is om haar eigen verdriet te verwerken. De Beauvoir stelde zelf meermalen dat schrijven over verdrietige en angstige ervaringen andere mensen kan helpen bij soortgelijke ervaringen, omdat de woorden universeel maken wat een prive-ramp lijkt te zijn en op die manier troost kunnen bieden.

Bairs poging om een intellectuele biografie te schrijven strandt op haar uitgangspunt dat leven en werk van De Beauvoir begrepen moeten worden vanuit haar orientatie op Sartre. De eigen bijdrage van De Beauvoir, die veel meer dan Sartre probeerde een positieve ethiek te verwoorden, en antwoorden te geven op de vraag hoe te leven, is zo aan het zicht onttrokken. Ondanks alles is zij er in geslaagd om een zelfstandige carriere op te bouwen, die zij letterlijk heeft bevochten op haar emotionele neiging om zichzelf in en aan de liefde te verliezen. Haar leven en werk getuigen van een gevecht van de rede tegen het onbewuste, en het is dit gevecht dat leven en werk van De Beauvoir originaliteit en kaliber geeft.