Bijeenkomst

De Pasaz Srodmiejski ligt in hartje Warschau, een voetgangersgebied, een soort Lijnbaan tussen warenhuizen op een steenworp afstand van het Cultuurpaleis. Hier hebben anarchisten al weken geleden een betoging aangekondigd, voor vanmiddag, vier uur, het heeft op aanplakbiljetten in de hele stad gehangen: betoging!, tegen Walesa!, tegen de uitverkoop van Polen!, tegen het Balcerowicz-plan!, tegen de werkloosheid!De Pasaz Srodmiejski biedt tegen vieren het gebruikelijke beeld: wandelend publiek, een groepje Hare Krishna's komt voorbij, ritmisch roepend en stampend, begeleid met de gebruikelijke trom, toeters en tamboerijnen. Niemand neemt er notie van: de Pasaz is het domein van de winkelende wandelaars, vrouwen met boodschappentassen, huisvaders met kinderwagens. De straatverkopers van ijs en cola doen goede zaken, het is warm en drukkend. Uit een caravan waarin geluidscassettes worden verkocht klinkt rockmuziek.

Kwart over vier. Waar blijven de anarchisten? Van een demonstratie geen spoor. Er staan in de hoeken wat fotografen, wachtend op wat komen gaat. Maar niets wijst erop dat er wat komen gaat. Er staan in een hoek wat jongeren, sommigen hebben zwarte T-shirts aan boven hun al dan niet gerafelde jeans, meisjes met teveel oogschaduw, een paar hebben een rode halsdoek, dat moeten aanhangers van de PPS-DR zijn, de Poolse Socialistische Partij Democratische Revolutie, een radicale splinter die ook tegen Walesa en Balcerowicz is, tegen werkloosheid en tegen uitverkoop. Is dat alles? Op de lange banken zitten nog meer jongeren, kinderen nog haast, vijftien, twintig jaar oud. Zijn dat ze, de betogers? Ze giechelen wat, ze hangen wat rond, ze kopen een ijsje. Niets militants, geen zwarte zakdoeken voor de gezichten. Twintig kinderen, een schoolklas uit een sociaal wat zwakkere buurt, bezig aan een uitje in het centrum. Duiven kijken vanaf boven de weg aangebrachte sierbalken geinteresseerd op hen neer.

Half vijf. Er gebeurt niets. Er ontbrandt een korte ruzie tussen een colaverkoper en zijn leverancier, de laatste negeert zijn boze klant, laadt onbewogen kratten uit zijn auto. De kinderen met de zwarte T-shirts giebelen, het winkelend publiek weet van niets, winkelt verder.

Vijf uur. Een jongen in een blauw hemd, twintig zal hij zijn, posteert zich op straat, geeft een teken. De zwarte T-shirts en de rode halsdoeken staan sloom op, groeperen zich om hem heen. Een van hen trekt zijn schooltas open en haalt er wat lappen uit, ze worden ontrold. Spandoeken zijn het, twee, met de teksten 'Walesa is het eind van de vrije vakbonden' en 'Nieuwe regering, oude fouten'. De demonstranten giechelen onderling verder, ze doen alsof ze zich een beetje schamen, ze staan in een kringetje, velen met hun rug naar spandoeken en spreker, ze horen er eigenlijk niet bij. De fotografen zijn uit hun hoeken gekomen, er worden camera's gericht op niets, het klikt, maar ze moeten lang zoeken naar een beeld, er staan hier gewoon wat kinderen.

De aanvoerder neemt het woord, hij moet opboksen tegen de rockmuziek van de cassetteverkoper. Het gaat hem moeilijk af, hij heeft geen stem, hij kleurt een beetje en roept dat er geen verschil is tussen Mazowiecki en Walesa, al die zogenaamde meningsverschillen zijn opgeklopt om het fiasco van het plan-Balcerowicz te verdoezelen. Ze willen het kapitalisme invoeren, roept hij, en hij roept: nu is de tijd van de demonstraties voorbij, nu is de tijd voor de stakingen aangebroken, in augustus 1990 moet augustus 1980 worden herhaald. Naast hem is een boze mevrouw komen staan, ze luistert maar zegt niets, schudt alleen het hoofd. Ze is het enige publiek, afgezien van een magere jongen met een microfoon die de wijsheden van het blauwe hemd opneemt. Niemand houdt zelfs maar de pas in. Dat we hier demonstreren, roept het blauwe hemd nog, is om de ban rond Walesa te breken, Walesa is pro-kapitalistisch, dat leidt tot werkloosheid.

Hij eindigt abrupt, schrikt nog even op, de microfoon is weg maar hij heeft nog een toevoeging: Dit was geen demonstratie, roept hij, tegen de rockmuziek op, dit was een bijeenkomst. Dat was niet onze bedoeling, maar helaas, onze megafoon is stuk.