Westduits model veredeld systeem voorkeurstemmen

DEN HAAG, 26 juli Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van vorig jaar ging het tussen Lubbers en Kok. In 1986 ging het tussen Lubbers en Den Uyl. Niet de volksvertegenwoordiging werd gekozen, maar de minister-president althans zo suggereerden de verkiezingscampagnes van CDA en PvdA. Er is een wedstrijd Feyenoord-Ajax aan de gang die alle aandacht voor de andere clubs wegneemt, zo klaagde D66-lijsttrekker Van Mierlo tijdens verkiezingsbijeenkomsten. Enkele kiezers zouden misschien wel op een kleinere partij willen stemmen, maar zien daar op het laatste moment toch maar van af, omdat de 'grote wedstrijd' moet worden beslist.

Machtsvraag

Het 'twee-stemmensysteem' dat nu wordt besproken in de door de Tweede Kamer ingestelde commissie-Deetman (die de mogelijkheden voor staatkundige vernieuwing bestudeert), kan het Ajax-Feyenoord-syndroom enigszins beteugelen. Dat is ook de gedachte achter de zogeheten 'Zweitstimme' in West-Duitsland, waar het door PvdA-fractievoorzitter Woltgens geopperde idee reeds in de praktijk wordt toegepast. Om te voorkomen dat de regionale inbreng geheel verloren gaat onder het geweld van de pure machtsvraag (wie wordt Bundeskanzler) krijgt de Westduitse kiezer twee stemmen: de eerste kan worden uitgebracht op een meestal partijgebonden districtsafgevaardigde. Hiervoor is de Bondsrepublek in 248 districten verdeeld. Per district is een zetel te vergeven. In de districten geldt het stelsel van de relatieve meerderheid: de kandidaat met de meeste stemmen krijgt de zetel, de stemmen op de andere kandidaten gaan verloren. Het is voor de kandidaten dus alles of niets, en ze zullen zich dan ook moeten profileren.

De tweede stem wordt uitgebracht volgens het lijstenstelsel, simpel gezegd: op een partij. Hier geldt de evenredige vertegenwoordiging, wat wil zeggen dat de 518 zetels die de Bondsdag telt over de partijen worden verdeeld op basis van het aantal uitgebrachte stemmen. Kortom, zoals de Tweede Kamer wordt samengesteld.

De 'regionale zetels' die een partij met de eerste stem heeft verworven, worden verdisconteerd in het aantal zetels dat de desbetreffende partij volgens de evenredige vertegenwoordiging heeft gekregen. De zetels die overblijven er kunnen in de districten maar 248 afgevaardigden worden gekozen, terwijl de Bondsdag 518 leden telt gaan pas naar de kandidaten op de landelijke lijst. Het Duitse systeem biedt de kiezer de mogelijkheid zijn stem aan twee verschillende partijen te geven. Hij kan landelijk op de CDU stemmen en op regionaal niveau zijn stem aan een FDP-kandidaat geven. Dit kan er toe leiden dat het aantal in de districten verkozen kandidaten voor een partij groter is dan het aantal verworven zetels op de landelijke lijst. In dat geval mag een partij deze zogeheten 'Ueberhangmandate', behouden wat betekent dat de Bondsdag dan met enkele zetels wordt uitgebreid. Overigens komt dit in de praktijk nauwelijks voor. De laatste keer was in 1961.

Wortels

De twee-stemmenmethode zou in Nederland eigenlijk neerkomen op een wat verder uitgewerkt voorkeurstemmensysteem. En dat is dan ook de bedoeling van CDA en PvdA die zich in de commissie-Deetman sterk maken voor een onderzoek naar het Westduitse model. 'Dit stelsel dwingt de partijen tot het presenteren van kandidaten met een grotere regionale geworteldheid. Dit kan een bijdrage zijn tot een selectieproces waarbij kandidaten iets onafhankelijker staan van hun partij en of meer geneigd zijn tot een generalistische aanpak van problemen', aldus een van de, overigens nog vertrouwelijke, concept-stukken van de commissie.

    • Mark Kranenburg