Vrolijke Friese Rigoletto tussen sloot en ooievaar

De Friese weilanden worden bevolkt door koeien, schapen, verrassend veel katten en in de buurt van het zuidelijke Spanga door musici en operazangers. Deze zomergasten, vrienden en kennissen van regisseuse Corine van Eijk, gaven vorig jaar bij haar in de tuin een geanimeerde voorstelling van Donizetti's L'Elisir d'amore waarbij de vijver, het ophaalbruggetje, de sloot, het struikgewas en het huis een natuurlijk decor vormden. De komische pastorale was compleet toen ooievaars zich klepperend aansloten bij het koor van coloraturen.

Dit jaar staat Verdi's dramatische Rigoletto op het programma van de stichting 'Spanga, het Verona van Weststellingwerf'. De scene is verlegd van de tuin, waar slechts een kleine open tribune kon worden opgesteld, naar een weiland aan de overkant van de weg. Daar is met hulp van velen uit de wijde omgeving een tent neergezet, die waarschijnlijk het merkwaardigste operatheater uit de historie vormt.

Men stelle zich voor: een lange tent, met aan de voorzijde een tribune voor vierhonderd toeschouwers, staat over een sloot, die is afgedamd en zo de orkestbak vormt. Het publiek kijkt naar het volgende weiland: het 'podium', dat gedeeltelijk door de tent is overdekt. Links is de tent dicht, maar achter en rechts is alles open, zodat het speelvlak zich lijkt uit te strekken tot het eind van de wereld. Recht vooruit staat nog een boerderij; terzijde, slechts honderd meter verderop, nestelt hoog boven het naastgelegen weiland een ooievaar.

De zeldzame vogel is een passend en wrang symbool van vruchtbaarheid en vervulde liefde in dit decor bij deze opera over Gilda's fatale hunkering naar de ware minnaar. Haar vader Rigoletto probeert die ten koste van alles verre van haar te houden, maar vergeefs. Het verhaal mondt uit in vuige seks met de hertog, die de ridderlijke man van haar dromen wa s, waarna de wraak van Rigoletto door onvermijdelijk toeval leidt tot de dood van Gilda. In de voorstelling is door Corine van Eijk de driehoeksverhouding tussen hetverlangen naar zuiverheid, ordinaire geilheid en vaderlijke wraakzucht op pregnante en originele wijze ingevuld. Ondanks de spartaanse omstandigheden wordt strikt de hand gehouden aan een aantal verplichte conventies in een Rigoletto-enscenering, die hier zelfs realistischer zijn dan ooit. Nooit eerder waarschijnlijk was de balzaal van de hertog van Mantua zo groot, dankzij een aantal pijpen (pilaren) die tot ver in het weiland zijn geplaatst. En aan het slot had Rigoletto de zak met de vermoorde Gilda echter dan nimmer tevoren in het water kunnen gooien: de sloot naast het weiland.

Maar er is in de enscenering ook veel inventiviteit, noodgedwongen door de omstandigheden en deels weldoordacht aangebracht in de typering van de personages. Van Eijk toont een vrijere, vrolijker en lichtzinniger Gilda dan anders het geval is. En nog wezenlijker er blijft een onoverbrugbare kloof tussen Rigoletto en Gilda. De overdreven vaderlijke zorg blijkt hier een abnormale obsessie, niet gebaseerd op reele en normale gevoelens. Gilda sterft dan ook niet in de armen van Rigoletto. Die blijft een verbaasde toeschouwer en rent na haar dood radeloos weg, naar het eind van de wereld.

Die slotbeelden zijn indrukwekkend door de plotselinge schaalvergroting van het drama van dichtbij en intiem tot eindeloos ver en afstandelijk. Tevoren was er spektakel (felle bliksemflitsen die hele omgeving doen oplichten) en openlijk schunnig vermaak (de gasten op het bal beloeren het liefdesvermaak van de hertog als in een peepshow). En er is ook veel echte humor met als hilarisch hoogtepunt de verbeelding van de aria La donna e mobile, waarbij de hertog het liefdesbed uitprobeert door er zelf zeer bewegelijk op te wippen als ware het een trampoline.

Al die elementen van de voorstelling zijn uitstekend en met gevoel voor nuance gedoseerd en worden door de zangers vocaal en acterend met verve en pathos ingevuld. Overtuigingskracht en speelplezier stralen af van dit Friese vakantiewerk. Raimond Sepe is een fysiek hartveroverende hertog, Monique Krus een fijnzinnig zingende Gilda, wier fraai eindigende aria Caro nome werd ingeleid door een kwakende eend en Peter Michailov is een hartstochtelijke Rigoletto. Sander Heutick valt op als Marullo en het koor is even op dreef als het twintig mans-orkest, dat in de balscene een instrumentatie speelt waarin ook een accordeon voorkomt.

De subtiele ironie van 'Spanga, het Verona van Weststellingwerf' wordt deze tweede keer juist geaccentueerd door de kleine schaalvergroting, die men geamuseerd zou kunnen opvatten als een eerste stap naar een echt Fries Verona. Maar als er al buitenlands vergelijkingsmateriaal is voor het unieke Spanga, dan is dat het exquise en prestigieuze Engelse Glyndebourne. Dit jaar komt het publiek al met koelboxen naar het weiland om tijdens de pauze wat te picknicken. In Glyndebourne serveert de chauffeur/butler zijn master met antiek zilveren bestek gerookte eendeborst en kwarteleitjes. Het Friese Spanga ontwikkelt een eigen stijl, daar knabbelt men tussen de actes op een worteltje.

Voorstelling: Rigoletto van G. Verdi door de stichting Spanga, het Verona van Weststellingwerf o.l.v. David Levi. Met o.a.: Peter Michailov, Monique Krus, Raimond Sepe, Ulf-Maria Kuhne, Jan Merchant en Sander Heutinck. Decor: Dimitri Nicolaev; kostuums: Corine Buskop; licht: Tinus Holthuys; regie: Corina van Eijk. Gezien: 25/7 weiland to Spangahoekweg 18, Spanga. Herhalingen: 28, 31/7; 3, 5/8. Een avond met kamermuziek, liederen en opera-aria's wordt gegeven op 2/8. Reserveren: 05618-1787.