Uitkomst van Suriname-reis Pronk stond al vast

PARAMARIBO, 26 juli Het resultaat van het orientatiebezoek van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) aan Suriname stond bij voorbaat vast. Zolang Paramaribo niet serieus werk maakt van een economisch aanpassings- en herstelbeleid, kan er geen sprake zijn van volledige hervatting van de ontwikkelingshulp. Ook voor Suriname kan het nauwelijks een verrassing zijn geweest dat Pronk aan deze voorwaarde heeft vastgehouden.

De Surinaamse gesprekspartners zullen met gemengde gevoelens terugkijken op de visite uit het voormalige moederland. Bij hen overheerst de indruk dat ze te maken hadden met een bewindsman die met handen en voeten gebonden was aan de Tweede Kamer. Die sprak in maart van dit jaar uit dat Suriname hulp kan vergeten, indien economische sanering uitblijft. Een motie van de coalitiepartijen hangt nog boven de markt.

Ook Pronk heeft niet alleen wat betreft Suriname altijd de visie verkondigd dat economische aanpassing en ontwikkelingshulp niet los van elkaar gezien kunnen worden. Het is daarom merkwaardig dat uitvoering van een economisch aanpassingsprogramma niet reeds als voorwaarde voor hulphervatting is genoemd in de gezamenlijke verklaring die in februari van dit jaar in Paramaribo werd uitgegeven na afloop van ambtelijk beleidsoverleg. Uit het verslag van de besprekingen blijkt slechts dat de wenselijkheid van economische sanering uitvoerig is besproken. Minister Pronk liet zich dezer dagen tegenover de pers ontvallen 'niet te weten' of economische sanering al in februari aan Suriname als voorwaarde is voorgehouden. 'Ik was er niet bij, maar heb wel een dergelijke instructie gegeven', aldus Pronk. Een betere regie vanuit Den Haag had mogelijk veel irritaties kunnen voorkomen. Paramaribo kon nu niet geheel zonder grond beweren dat Nederland steeds nieuwe voorwaarden stelt aan de hulpverstrekking.

Minister Pronk heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat dit conflict zijn orientatiebezoek zou overschaduwen. 'Nederland en Suriname zijn het met elkaar eens dat ze het met elkaar oneens zijn', aldus Pronk. Hij sprak tegelijk het vertrouwen uit, dat de Surinaamse regering nu snel aan een aanpassingsplan werkt. Dat is voor Suriname een positief signaal naar de Tweede Kamer.

Op enkele punten hakte de minister 'knoopjes' door. De Surinamers mochten immers niet geheel met lege handen blijven staan. Bovendien was Pronk er alles aan gelegen te laten zien dat het bij hem geen botte onwil is. Op onderwijsgebied gaan nu snel enkele projecten van start (onder andere meer beurzen voor Surinaamse studenten in Nederland en leermiddelen voor de scholen). Voor de volksgezondheid worden op korte termijn plannen opgesteld. Nederland zal de verhoogde vergoeding aan het Nationaal Inkoopcentrum (voorheen Rijksinkoopbureau) voor eigen rekening nemen, waardoor de laatste tranche overbruggingshulp van 25 miljoen gulden kan worden aangewend. Verder is er de toezegging dat buiten de verdragsmiddelen om nu ook in andere gebieden dan het oorlogsgebied in Oost-Suriname humanitaire hulp en noodhulp beschikbaar komen voor behoeftige groepen.

De harde boodschap over economische sanering kan Pronk overlaten aan de Europese Commissie in Brussel. Het kwam de bewindsman uitermate goed uit dat Suriname de EG heeft ingeschakeld voor de opstelling van een aanpassings- en herstelplan. Evenzeer als Den Haag gelukkig is met het feit dat Frankrijk zich weer wat actiever bemoeit met het vredesproces in het Surinaamse binnenland.

De EG fungeert min of meer als buffer in de altijd gevoelige relatie tussen Nederland en Suriname. Het is niet de internationalisering van de hulp die Pronks voorganger Bukman bepleitte, want die wilde de verdragsmiddelen via multilaterale kanalen naar Suriname sluizen. Maar door de rol van de EG wordt wel de spanning tussen Nederland en Suriname wat weggenomen. 'De economische sanering is nu een zaak van drie partijen', zo onderstreept Pronk voortdurend. Hij kan Suriname dan zelf voorhouden dat het door de Nederlandse hulp eigenlijk in een bevoorrechte positie verkeert. Geen ander ontwikkelingsland krijgt zoveel economische steun om een saneringsplan tot een goed eind te brengen. 'De koppeling tussen aanpassingsbeleid en hulp is positief', aldus Pronk.

Tegelijk houdt de bewindsman een behoorlijke invloed op de keuze van de saneringsmaatregelen. Er is regelmatig contact met de EG. Zo bracht Ontwikkelingssamenwerking Brussel drie maanden geleden in een brief uitvoerig op de hoogte van de Nederlandse hulpvoorwaarden. Pronk zal binnenkort mogelijk ook zelf nog overleg in Brussel voeren. Door de rol van de EG wordt mogelijk ook de positie van Pronk tegenover de Kamer wat gemakkelijker. De bewindsman kan immers naar de activiteiten in Brussel verwijzen.

Suriname moet zich binnen een maand uitspreken over een eerste ontwerpplan van de EG-deskundigen. Of het bezoek van Pronk een succes is geweest, kan dus pas daarna blijken. De minister zei het zelf al.