Techniek speelt Vredestein weer parten

ROTTERDAM, 26 juli Het is weer de techiek die Vredestein, de enige bandenfabriek in Nederland, parten speelt. De in eigen huis ontwikkelde Automatische Personenauto Bandenbouw Machine (APBM) blijkt technisch niet goed aan te sluiten bij de produktiemiddelen van Kleber, de dochter van Michelin. Kleber ziet af van de koop van de autobandenfabriek in Enschede (boekwaarde 90 miljoen gulden). Voor de eigen produktie is het ingenieuze apparaat technisch een succes, maar het spuwde veel meer banden dan de markt vroeg. In 1988 liepen blijkens het jaarverslag de voorraden flink op waarna in 1989 de voorraden tegen een lage prijs zijn afgebouwd.

Ook grote concurrenten als Michelin en Goodyear kampen met een dalende afzet. Vredestein heeft met een produktie van ongeveer 4 miljoen autobanden per jaar in Europa (135 miljoen stuks) een marktaandeel van slechts een paar procent.

Bovendien heeft het eigen ontwerp van de bandenmachine veel geld gekost: volgens FNV-bestuurder F. Plomp, die het bedrijf kent als zijn eigen broekzak, kostte het apparaat ruim 100 miljoen gulden terwijl een gespecialiseerde fabrikant het voor een kwart van die prijs had kunnen neerzetten. Ongeveer 75 miljoen gulden teveel uitgeven komt hard aan bij een onderneming met een omzet van 300 miljoen gulden. Het verlies bedroeg vorig jaar 12 miljoen gulden.

De autobandenfabriek (1.450 werknemers) in Enschede levert ongeveer de helft van de totale omzet van het Vredesteinconcern waar in totaal 3.100 mensen werken. Bij het andere onderdeel speelt de fietsenbandenfabriek in Doetinchem een belangrijke rol. Daar waren tot eind vorig jaar ook technische problemen: de geautomatiseerde produktie van binnenbanden leverde teveel uitval.

Volgens Plomp zijn die problemen inmiddels opgelost en loopt de afzet van fietsbanden goed met ongeveer acht miljoen stuks in 1989. Plomp: 'Het gaat daar uitstekend na twee goede zomers en een fietsmarkt die in heel Europa aantrekt. De aandacht voor het milieu speelt ongetwijfeld een rol'. Ir. C. Hoogendijk, bestuursvoorzitter van Vredestein, beaamt dit. 'Er is sprake van een aanmerkelijke vooruitgang. Je merkt dat de consument waarde gaat hechten aan een goede fiets met een hoogwaardige band'. Volgens Hoogendijk is Vredestein met fietsbanden marktleider in Noordwest Europa waar het 'minstens een derde' van de markt in handen heeft. 'En in die sector hebben we niet te maken met grote concurrenten als Michelin'. Volgens Plomp loopt de verkoop van matrassen en rubberlaarzen ook 'goed'.

Alleen de regeneraatfabriek in Maastricht blijft een 'zorgenkindje'.

In 1987 werd voor ongeveer 30 miljoen gulden een nieuwe fabriek in Maastricht gebouwd, waarvan de Staat een derde betaalde. Uit oude rubberbanden wordt jaarlijks 18 miljoen kilo regeneraat gemaakt, een produkt dat moet concurreren met grondstoffen waarvan de marktprijs erg laag ligt. De omzet bedraagt 'tientallen miljoenen guldens'. Bestuursvoorzitter Hoogendijk verwacht dat de divisie Icopro (fietsbanden, laarzen en industriele rubberprodukten) het verlies van 14 miljoen gulden in 1989 dit jaar zal terugbrengen tot 'enkele miljoenen'.

Het totale concernverlies bedroeg vorig jaar 26 miljoen gulden tegen een winst van 8 miljoen in 1988 en 20 miljoen in 1987. Volgens Hoogendijk is het 'resultaat uit gewone bedrijfsuitoefenening aan de beterende hand' en nam de omzet van Vredestein de eerste helft van dit jaar met ongeveer zeven procent toe. Dat geeft volgens hem adem 'waardoor we in alle rust naar een koper kunnen zoeken voor de autobandenfabriek'.

Hij acht het 'op termijn noodzakelijk dat de fabriek aansluiting zoekt bij een andere autobandenproducent'. Met het staken van technische prestigeprojecten, zoals de produktie van koelslangen, wil Hoogendijk belangrijke besparingen bereiken. De techniek was te lang een doel op zich.