Katholieke theologen vrezen 'onfeilbare uitspraak' paus overgeboorteregeling; Anticonceptie weer in taboesfeer

Na de encycliek Humanae Vitae (1968), de kerkelijke richtlijn over het niet geoorloofd zijn van geboorteregeling, die destijds zo'n pijnlijke inbreuk maakte op het prive-leven van veel katholieken, hield Rome zich meer dan twintig jaar betrekkelijk stil. Natuurlijk ging de discussie over deze omstreden encycliek door, maar het kerkvolk hoorde vrijwel niets meer over Romes afkeuring van hormonale anticonceptie (de pil), condooms, spiraaltjes of coitus interruptus (in de volksmond: 'voor het zingen de kerk uit'). Gelukkig beslisten velen zelf wel of zij al dan niet met die richtlijn van Paulus VI konden leven.

Zo was het niet alleen in Nederland waar de bisschoppen de encycliek slechts als een oproep tot verantwoordelijkheid in het huwelijk interpreteerden en haar niet beschouwden als een onfeilbare, dogmatische uitspraak, maar onder meer ook in Belgie. Zo stelde ook het episcopaat in Brussel in 1968 vast dat de encycliek wel tot gehoorzaamheid oproept, maar dat zij vanwege haar niet onfeilbare karakter niet tot onvoorwaardelijke instemming verplicht. Ook in de VS bestonden er grote twijfels over Humanae Vitae zoals in 1971 duidelijk werd uit de Engelstalige editie van de Osservatore Romano, de staatscourant van het Vaticaan. Daaruit bleek dat Rome ook zelf tot de conclusie was gekomen dat de encycliek niet voldoende duidelijk was en daarom betrekkelijk mild mag worden geinterpreteerd. Anno 1990 zijn er echter voortekenen dat de huidige paus, Johannes Paulus II alsnog helderheid wil scheppen over geboortebeperking en de kerkelijke bezwaren tot een regelrecht verbod wil verheffen. Dat valt af te leiden uit de onlangs gepubliceerde Vaticaanse 'Instructie over de kerkelijke roeping van de theoloog'. Deze instructie vormt een reactie op de zogeheten Keulse verklaring van begin dit jaar waarin 163 Duitstalige katholieke theologen scherpe kritiek leveren op het Vaticaan. Daarbij gaat het hen niet alleen om het beleid bij bisschopsbenoemingen en het ontzeggen van kerkelijke leerbevoegdheid aan theologen die niet onvoorwaardelijk aanvaarden wat Rome verordonneert, maar ook om het principiele punt van het gezag van de paus zelf en zijn 'leerstellige competentie'. Kritische rooms-katholieke theologen werden daarop in de Instructie in de scherpste bewoordingen gewaarschuwd. Zonneklaar is dat de paus en kardinaal Ratzinger, de voorzitter van de machtige Congregatie voor de geloofsleer, schoon genoeg hebben van de vrije theologische wetenschapsbeoefening die sommige theologen zich aanmeten en dat het Vaticaan daaraan voorgoed paal en perk wil stellen. Kardinaal Joseph Ratzinger, een hardliner waar het gaat om het kerkelijk leergezag en zijn congregatie ontwierpen daartoe een ongewoon scherp document dat door de paus werd bekrachtigd en gepubliceerd. Van theologische vrijheid is daarin geen sprake en al helemaal niet van een right of dissent of een Recht auf Dissens.

Volgens de op Hemelvaartsdag (24 mei jongstleden) uitgegeven Instructie mogen theologen bij hun werk hun geweten volgen, maar dat geweten moet dan wel volledig zijn afgestemd op de kerkelijke traditie en in overeenstemming zijn met de leer van de kerk. Als dat niet het geval is en theologen afwijkende opvattingen willen publiceren, moet er worden ingegrepen. Het zou immers de nadrukkelijke opdracht van de kerk zijn de gelovigen te beschermen tegen verwarring stichtende theologische opvattingen. De recente Instructie bepaalt namelijk dat de kerk en de theologen, hoe uiteenlopend hun talenten en opdrachten ook zijn, toch een en hetzelfde gelovige doel hebben en dat het Vaticaan daarbij het laatste woord heeft. Met als extra stok achter de deur dat de paus over bepaalde theologische en morele twistpunten ex cathedra onfeilbare uitspraken kan doen en dogma's kan afkondigen die door geen enkele katholiek in twijfel mogen worden getrokken

Een voetnoot bij de Instructie over de encycliek Humanae Vitae doet sommige moraaltheologen ernstig vrezen dat de paus ruim twintig jaar later alsnog een definitieve verbodsuitspraak over geboorteregeling wil doen. Vrije seks binnen het huwelijk is volgens Rome niet toegestaan. Niet omdat geboorteregeling de voortplanting in de weg staat, maar omdat zij op zichzelf tegen of onnatuurlijk zou zijn. Vandaar dat alle anticonceptie-methoden met uitzondering van periodieke onthouding, uit den boze worden geacht.

Voordat dit in de encycliek van 1968 werd uitgesproken gold er een minder stringente en wat meer op de bijbel gerichte leer. Zo was het Tweede Vaticaans Concilie in 1965 tot de erkenning gekomen dat bepaling van de gezinsgrootte het exclusieve recht van de gelovigen zelf is en ook dat diverse vormen van bevolkingspolitiek, mits niet afgedwongen, een noodzakelijk en gerechtvaardigd karakter kunnen hebben. Verder concludeerde een pauselijke commissie in 1967, in een tijd waarin het idee van vrije, niet door kerkelijke normen belemmerde gezinsvorming onder katholieken allang gemeengoed was geworden, dat geen enkele methode tot menselijke vermenigvuldiging op zichzelf immoreel of ongeoorloofd is.

Tegen die vrijheid kwam Humanae Vitae in het geweer. Wat mocht, was plotseling niet meer toegestaan. Felle maatschappelijke discussie en verontwaardiging was het gevolg. Met als begrijpelijke consequentie dat velen niet konden verdragen dat de kerk zo sterk ingreep in het prive-leven en haar daarom verbitterd de rug toekeerden.

Intussen hebben twintig katholieke theologen, onder wie drie uit Nederland, zich tegen het mogelijke voornemen van de paus gekeerd Humanae Vitae alsnog tot dogma te verheffen. In de verklaring van Tubingen bepleiten zij de instelling van een commissie die een onderzoek moet instellen naar de onfeilbaarheid van de paus, vooral op het punt van geboorteregeling. Volgens een van de ondertekenaars, de Nijmeegse theoloog Schillebeeckx, heeft de kerk niet het recht bindende uitspraken te doen over de morele handel en wandel van haar gelovigen. Zijns inziens kan dat niet omdat 'de ethiek nooit is geopenbaard, maar een humaniteitskwestie is'.

De paus zal zich van Schillebeeckx en andere Westerse theologen van wie hij zo'n afkeer heeft, waarschijnlijk weinig aantrekken en hun liefst het heilig kruis nageven om aan te geven dat het uit moet zijn met hun manier van denken.

Met de recente Instructie over de roeping van de theoloog willen de paus en Ratzinger de theologen eens en voor altijd laten weten wat wel en niet geoorloofd is. Met als onheilspellende consequentie dat de paus door middel van een onfeilbare uitspraak over geboorteregeling de gelovigen keihard zou kunnen duidelijk maken dat hij van hen hetzelfde verlangt als van de theologen: absolute gehoorzaamheid aan het gezag van de kerk, hoe omstreden dat gezag ook is.