Jeltsin ontketent ware bankenoorlog met Gorbatsjov

MOSKOU, 26 juli Met de ondertekening van een decreet over de Russische staatsbank heeft de Russische president Boris Jeltsin een ware bankenoorlog in de Sovjet-Unie ontketend. Het decreet is een nieuwe krachtmeting tussen Sovjet-president Gorbatsjov en Boris Jeltsin, ofwel tussen de Unie-autoriteiten en die van de grootste der vijftien Unie-republieken.

Op 14 juli vaardigde de Opperste Sovjet het parlement van de Russische republiek een decreet uit waarin alle banken op Russisch grondgebied eigendom van de Russische republiek worden verklaard en daarmee aan het gezag van de Gosbank, de centrale staatsbank van de hele Sovjet-Unie, worden onttrokken.

Volgens de resolutie wordt de Russische republieksbank, tot op heden een onderafdeling van de Gosbank, omgevormd tot de Russische staatsbank en moeten de in Rusland bestaande gespecialiseerde banken, zoals de bouwbank, de landbouwbank en de spaarbank worden omgevormd tot commerciele banken onder verantwoordelijkheid van de Russische staatsbank. Spaartegoeden blijven onaangetast en alle lopende contracten met bedrijven en instellingen zullen worden nageleefd.

Dit decreet heeft tot begrijpelijke paniek geleid bij de Gosbank, en Viktor Gerasjtsjenko, directeur van de Gosbank, stuurde op 16 juli een telegram aan alle Russische banken waarin hen te verstaan gegeven wordt de resolutie in de wind te slaan en trouw de beslissingen van de ministerraad van de Sovjet-Unie uit te voeren. Op de televisie riep Gerasjtsjenko Gorbatsjov op het Russische decreet ongeldig te verklaren, maar in de Pravda werd deze week al gewezen op de zinloosheid van zo'n stap, die de confrontatie alleen maar scherper zou maken.

De grootste klap voor de Gosbank is de Russische 'nationalisatie' van de spaarbank, die onlangs door de Gosbank is ingelijfd en de enige bank is die over grote hoeveelheden baargeld beschikt. De Gosbank had de tot voor kort onafhankelijke spaarbank ingelijfd omdat alle republieken aanspraken beginnen te maken op deze aantrekkelijke geldstroom. In feite neemt de Russische republiek met voortvarendheid de plannen voor commercialisering van het bankwezen over, die ook al door het 'centrum' zijn ontwikkeld, maar wegens tijdgebrek nog niet door het parlement van de Unie zijn behandeld. Het bankwezen in de Sovjet-Unie is van een even absurde opzet als de rest van het economische systeem. Banken zijn eerder gelduitdelers dan commerciele instellingen. In een eerste poging een echt banksysteem in het leven te roepen zijn onder beheer van de Gosbank in 1988 een aantal zogeheten gespecialiseerde banken opgezet, zoals bijvoorbeeld de woningbouwbank, die gelden uitkeert voor woningbouwprojecten, en de landbouwbank, die geld pompt in de verlieslijdende kolchozen en sovchozen (collectieve boerderijen). Omdat de banken zonder voorbehoud geld uitkeerden werd de Gosbank steeds gedwongen geld bij te drukken, waardoor de inflatie gierend uit de hand liep. Om hier een einde aan te maken heeft de Gosbank een nieuwe opzet voor het bankwezen bedacht, maar die opzet is nog niet door het Unie-parlement aangenomen. De republieken lijken nu hun geduld te hebben verloren. Ruslands beslissing is niet eens de vergaandste. De Baltische republieken zijn al volop bezig met eigen munteenheden, wat de economische verhoudingen er helemaal ondoorzichtig op zal maken.

Toch is Ruslands stap van doorslaggevende betekenis, omdat de republiek zich in een klap ongeveer de helft van de geldstroom van de hele Sovjet-Unie heeft toegeeigend. Oleg Tarasov, voorzitter van de nieuwe Russische staatsbank, verklaarde de beslissing in een interview in de Sovjetskaja Rossia als 'een van de stappen ter voorbereiding van de overgang naar een markteconomie, een de-monopolisering van het bankwezen en het afsluiten van een nieuw Unie-akkoord'.

Hij verzekerde dat alle bestaande verdragen met bedrijven zullen worden nageleefd. 'Voor de geldstroom betekent de omschakeling van de gespecialiseerde banken naar commerciele principes dat een commerciele bank strict binnen het raamwerk van haar eigen financiele middelen en de door haar aangeboorde kredietmiddelen opereert.' Dat lijkt een open deur, maar tot op heden werken de banken in de Sovjet-Unie niet volgens dit principe. Volgens Tarasov moet de Sovjet-Unie een munteenheid blijven hanteren en is de doorvoering van een uniforme financiele politiek een noodzaak, maar, zo zegt hij, dat moet gebeuren met behulp van een 'flexibel banksysteem, waarin de zelfstandige staatsbanken van de Unie-republieken (...) zich verenigen in een bankunie'. In dezelfde krant veegt Gerasjtsjenko de vloer aan met deze plannen, die hij een 'stap terug' noemt. Een uniform monetair systeem kan slechts bestaan bij de gratie van een centrale bank als een juridische persoon. De enige andere oplossing is de invoering van 15 verschillende muntsoorten, maar de moeizame financiele politiek van de Comecon-landen, die rekenden via een alleen voor hen bestaande fictieve roebelkoers, heeft de absurditeit van dat systeem aangetoond, aldus Gerasjtsjenko. Hij noemt het decreet 'economische nonsens' en veeleer ingegeven door politieke motieven. Als het decreet niet wordt herroepen zal er vanaf 1 augustus volmaakte chaos heersen op de financiele markt en het geldelijke verkeer tot stilstand komen.

Gerasjtsjenko speelt hier, om voor hem begrijpelijke redenen, paniekvoetbal. In werkelijkheid heeft de Russische republiek verklaard dat, zolang definitieve hervormingsvoorstellen bijvoorbeeld een bankwet niet zijn uitgewerkt, alle oude afspraken onverkort blijven gehandhaafd en alle verdragen zullen worden nageleefd.

De beslissing van het Russische parlement is ingegeven door de wens de decentralisatie en de hervorming van het banksysteem te versnellen en verkeerde beslissingen van de Gosbank tegen te gaan. Dat kan alleen werken als de nieuwe top van het Russische bankwezen zich verstandig en constructief gedraagt. Alles hangt daarbij af van de economische paragrafen van het nieuwe Unie-akkoord, waarvan de eerste contouren nog voor het eind van het jaar zichtbaar moeten worden.