Fiscale vervuiling

De politieke waan van de dag kan nog lange tijd wrange vruchten opleveren. Dat is het geval bij de fiscale behandeling van reiskosten. Ooit wilde het kabinet ter financiering van milieuplannen een streep halen door het achterhaalde systeem van aftrekposten voor het woonwerkverkeer. In vergelijking met de principiele bressen die de Oort-wetgeving in het fiscale systeem had geslagen, leek de afschaffing van het reiskostenforfait een vrij onschuldig onderwerp. Maar het raakte beladen met de schuld van een kabinetscrisis. Het nieuwe kabinet moest werken met een kwetsbaar compromis om de aftrek voor reiskosten in te perken. Wie meer dan 30 kilometer van zijn werk woont, zou in de portemonnee worden getroffen; ook de milieubewuste treinreizigers zouden daar het slachtoffer van zijn. Dat bleek politiek geen gelukkige gedachte, nu D66 juist op het milieuthema stemmenwinst had geboekt. Dus besloten de regeringspartijen snel om de treinreizigers buiten schot te laten. Een simpele oplossing voor een politiek probleem, de uitwerking zou later wel komen.

De wetgevingsmachine op het ministerie van financien weet elk idee in wettekst om te zetten. Ook wetsregels die het milieuprincipe vorm geven, moeten rechtvaardig zijn, zelfs voor mensen in uitzonderingsposities. Verder moeten ze uitvoerbaar en controleerbaar zijn en mogen ze niet discrimineren. De VVD vreest dat de huidige regeling ongeoorloofde discriminatie bevat tussen deeltijdwerkers (dus vooral vrouwen) en anderen. De te hulp geroepen landsadvocaat kon deze twijfel niet wegnemen. Onder de hele regeling ligt dus nog een tijdbom. De belastingrechter zal nog kunnen bepalen dat zij ongeoorloofd is.

De controle kan alleen plaatsvinden aan de hand van de plaatsbewijzen. Treinreizigers kunnen met een trajectkaart een openbaar-vervoerverklaring krijgen bij het NS-loket. Daarmee kunnen zij een belastingaftrek claimen op de jaarlijkse aangifte die zij zelf naar de inspecteur sturen. Dat is nog overzichtelijk. Veel lastiger ligt het als de werkgever de reiskosten vergoedt. Slechts een deel van die vergoeding is belastingvrij. Het andere deel beschouwt de fiscus als loon. Daarover moet de werkgever net als over de rest van het loon een belastingbedrag inhouden. Voor pendelaars die met het openbaar vervoer reizen, is een gunstiger tabel gekomen met een groter belastingvrij deel. Het voordeel ligt bij de werknemer (die netto meer in handen krijgt); de lasten liggen bij de werkgever (die de treinkaartjes moet controleren en bewaren). De werknemer loopt zijn voordeel mis als de werkgever zijn rol niet wenst te spelen. Dat is nu net wat KNOV-voorzitter Kamminga zijn leden adviseert. Naar zijn mening wegen het voordeel voor het milieu en het voordeel voor de werknemer niet op tegen de extra administratieve lasten voor de werkgever. Kennelijk wil Kamminga voortaan beoordelen of een wet de moeite van het uitvoeren wel waard is.

In het licht van de juridische situatie rond de reiskostenregelingen is dat voorbarig. De aparte tabel voor trein- en busreizigers is een uitzondering op de standaardtabel. Men moet er wat voor over hebben om voor die uitzondering in aanmerking te komen: er moet een controleerbare administratie van treinkaartjes zijn. Geen administratie, dan ook geen gunstig tarief. Zo ook is een particulier niet verplicht de nota's van zijn ziektekosten te bewaren. Wie dat niet doet, kan geen belastingaftrek claimen. De ondernemers kennen overigens ook andere fiscaal aantrekkelijke regelingen die extra administratie vergen, zoals investeringsfaciliteiten. Omdat die voor de ondernemer zelf aantrekkelijk zijn, heeft hij het extra werk er voor over.

Met de reiskostenfaciliteit ligt het anders. Het milieubelang overtuigt kennelijk niet en dus roept het KNOV na een kosten/ baten-analyse op tot een boycot van de regeling. Voor de werknemers die daarvan de dupe zijn, laat Kamminga de aloude milieuwetten van de jungle gelden: wie een vuist kan maken, zal kans zien de netto-inkomensschade op zijn werkgever verhalen; wie in een zwakke positie zit, zal het verlies moeten slikken. Juridisch is daar niets mee mis. Politiek Den Haag zal er in moeten berusten. Rest de vraag waarom het politici zo zwaar valt simpele lessen te trekken uit het verleden. Na de maatschappelijk niet aanvaarde ingewikkeldheid van de tweeverdienerswetgeving kwam er een belastingvereenvoudiging. Die is nog amper ingevoerd of men weet een nieuwe regeling te introduceren die weer een ingewikkelde rompslomp met zich brengt. Er is geen enkele moeite gedaan de bevolking van het nut ervan te overtuigen. Opnieuw dreigt de wal het schip te keren. Verliezers van dit avontuur: het milieu, milieubewuste treinreizigers en de parlementariers.

    • Aertjan Grotenhuis