EXPOSITIE VAN PEDAGOGISCH VERANTWOORD SPEELGOED IN GOUDA; Een boot is een berg is een poort

Wie na het bezoeken van de tentoonstelling 'Vorming in vorm, idealisme in speelgoed' een willekeurige speelgoedwinkel binnenloopt, haalt opgelucht adem. Hier vindt hij tenminste weer wat hij gewoon is: my little ponies, spaceshuttles van Lego, lieftallige barbies, auto's met Shell-etiketten erop en veel plastic in felle kleuren. Hebberige kinderen jengelen, moeders foeteren. De kinderen op de tentoonstelling in het Goudse Catharina Gasthuis hadden alleen even belangstelling voor de kasten in de vorm van springbokken waarin het speelgoed lag geexposeerd. Daar klommen ze in, om meteen daarna te vertrekken naar de zaal met oude martelwerktuigen.

Het tentoongestelde speelgoed interesseerde hen nauwelijks (al kwam dit misschien ook doordat ze het niet konden aanraken). Maar de tentoonstelling is ook niet in de eerste plaats voor kinderen bestemd. Het is een overzicht van speelgoed uit deze en de vorige eeuw dat de 'levensbeschouwelijke en pedagogische ideeen' weerspiegelt van zeven theoretici en tien vormgevers. 'Vorming in vorm' wil duidelijk maken dat bij pedagogisch verantwoord speelgoed zulke verschillende eigenschappen als grootte, kleur, vorm, materiaal en constructie worden gebruikt om opvoedkundige idealen in praktijk te brengen.

Dat dit kan leiden tot nogal steriel ogend speelgoed als glad gepolijste, kleurloze houten voorwerpen en poppen zonder ingetekend gezicht, wordt wellicht het beste verklaard door de pedagoge Bladergroen, een van de op de tentoonstelling geciteerde theoretici: 'Voor ons (volwassenen) hebben de dingen gebruikseconomische, esthetische, historische en emotionele waarde. Voor het kind hebben deze zelfde voorwerpen verkenningswaarde. De belevingswerelden botsen.'

In de optiek van deskundigen als Bladergroen, Montessori of Steiner moet speelgoed voor alles eenvoudig zijn. Alleen dan kan het kind er wat mee doen, het gebruiken bij zijn eigen spel.

Pedagogisch verantwoord speelgoed lijkt hiermee tussen wal en schip te vallen. Misschien spelen kinderen inderdaad beter en langer met dit speelgoed dan met het zogeheten 'rage-speelgoed', speelgoed dat (vooral door toedoen van de televisie) korte tijd een 'must' is. Het neemt niet weg dat ze om smurfesnot en Garfield vragen. Anderzijds zullen volwassenen die iets goeds willen kopen een Lego-pakket aanschaffen, het soort speelgoed met andere woorden dat Bladergroen een esthetische, historische en emotionele waarde toedicht. Speelgoedfabrikanten weten dit en zorgen dat ze zowel de kuddegeest van de kinderen als de wat exclusievere smaak van hun ouders aanspreken. Ook in de kleding- en meubelindustrie voor kinderen wordt van deze twee walletjes gegeten. De speciale uitgave van het kwartaalblad over vormgeving Bijvoorbeeld dat de expositie begeleidt, gaat met name over deze twee markten.

De tentoonstelling in Gouda laat zien dat het ook anders kan. Hier ligt speelgoed dat slechts bij uitzondering de huiskamer haalt: een houten bootje van Bauhaus dat tegelijk een berg, een poort en een dier met stekels op zijn rug is, poppen van Kathe Kruse ('Poppen dienen een eigen karakter te hebben, daardoor zullen ze met de kinderen mee kunnen spelen. Ze moeten tijdens het spel gaan leven.') en blokken van Kurt Naef, een van de weinige speelgoedfabrikanten die (bijna) alleen maar idealistische doelstellingen hanteert en die bij het grote publiek dan ook nagenoeg onbekend is. Ook zijn er stukken die menigeen wel bekend zullen voorkomen, maar die al lang uit de handel zijn genomen of juist met hun tijd zijn meegegaan zoals het vroegere Lego, Meccano of Mecabo. Hier en daar is speelgoed tentoongesteld dat wel in de winkel ligt. De drie autootjes van Rylands ('Materialen zijn niet van zichzelf goed of slecht. Je kunt plastic eerlijk en met gevoel gebruiken') zijn te koop in de winkels van speelgoed-gigant Bart Smit. Rylands is een vormgever wiens ontwerpen inmiddels het Museum of Modern Art in New York en het Parijse Centre Pompidou hebben gehaald.

Het gaat zonder uitzondering om mooi, erg mooi speelgoed. Toch wordt de bezoeker die de moeite neemt alle kasten en de video te bekijken met daarop de uitleg van Huib de Wijs, voorzitter van de Nationale Speelgoedraad, wat neerslachtig van 'Vorming in vorm'. Hij is, zoveel wordt hem wel duidelijk, als kind niet aan zijn trekken gekomen. Nu geeft hij op zijn beurt zijn kind niet wat het toekomt en zal dat ook na dit bezoek niet doen. Het bootje van Bauhaus kost honderd gulden. Dat is de prijs van een collectors item. En ook het (eveneens dure) speelgoed van Bojesen, een van de ontwerpers van Kurt Naef, is eigenlijk te mooi. Bojesen houdt van kinderen 'die zich voor kunnen stellen dat een stok een vliegtuig is en een gevlekte steen een koe'.

Zijn speelgoed is design. Dat zou de bezoeker nog wel eens voor zichzelf kopen, maar niet voor een kind.

Dan is het geruststellend om te zien dat de kinderen op de expositie niet om het speelgoed malen. In augustus organiseert het Catharina Gasthuis een speelmiddag, om kinderen en hun ouders met het tentoongestelde speelgoed te laten oefenen. Misschien dat op dat moment de toegevoegde waarde van pedagogisch verantwoord speelgoed duidelijker wordt dan tijdens de expositie zelf, hoe overtuigend de argumenten ook klinken.