Effect van succes honkbalweek blijft al dertig jaar uit

HAARLEM, 26 juli Gisteravond was hij er weer, die onvervalste 'honkbalweekthriller', zoals er in Haarlem door de jaren heen meerdere zijn geweest. Voor het eerst deze week een uitverkocht stadion, 7.000 toeschouwers, en een spannende wedstrijd waarin de Nederlandse ploeg koploper Sullivans met 9-4 versloeg. De geschiedenis herhaalt zich, want al tijdens de eerste Haarlemse Honkbalweek in '61 trok een All Star Dag al zo veel enthousiaste bezoekers. Er is niets nieuws onder de zon en juist dat baart de honkbalbond grote zorgen.

De honkbalweek is al bijna 30 jaar het paradepaardje van de KNBSB, de nationale bond. Maar wat heeft het tot nu toe anders opgeleverd dan een enerverend toernooi met tophonkbal? De bezoekersaantallen en het ledental van de bond stijgen niet spectaculair. Integendeel, de KNBSB verliest leden, de clubs zitten met organisatorische problemen en als straks de competitie weer begint zit er een handjevol publiek in hetzelfde stadion dat gisteravond nog zo bol stond van emotie.

Wim Oosterhof, de man als een soort tussenpaus voor een keer de vorige honkbalweek heeft geleid, heeft daar ook geen kant en klare oplossing voor. Hij zegt dat de begroting van het evenement van 60.000 gulden in '61 nu is opgelopen naar ongeveer driekwart miljoen. 'Maar', zegt Oosterhof, 'je kunt wel een prachtige honkbalweek organiseren, als de spankracht bij de clubs ontbreekt om er voordeel mee te doen, dan zet ik vraagtekens bij het rendement ervan voor de honkballerij. Hoe fijn en spectaculair het toernooi op zichzelf ook is.'

Volgens Piet Sikma, de nieuwe organisatievoorzitter en voormalig wethouder van sportzaken in Haarlem, voldoet de honkbalweek ook deze keer weer aan alle eisen; aantrekkelijk spel, goede sfeer, veel publiciteit en redelijke weersomstandigheden. 'Maar als dan toch blijkt dat de honkbalbond niet groeit, dat er toch niet meer publiek naar Haarlem komt, dat er kortom kennelijk weinig potentieel is, dan is dat jammer. Om er wat mee te doen is echter niet onze taak.' De voorzitter van de honkbalbond Paul Moerman realiseert zich dat in de 78 jaar dat er nu in Nederland wordt gehonkbald er nooit een explosieve groei heeft plaatsgevonden. De middelgrote sportbond met zo'n 30.000 leden kampt met het probleem dat het rendement van toernooien als de Haarlemse Honkbalweek, maar ook van het wat jongere World Port Tournament in Rotterdam, maar uiterst gering is. Zelfs de organisatie van het wereldkampioenschap in '86 in Nederland heeft de bond geen extra leden opgeleverd. 'Dat is', aldus Moerman, 'een vervelend probleem. Ik realiseer me dat het roer binnen onze organisatie radicaal om moet. Er moet evenwicht in de hoofdklassecompetitie komen. Het moet niet zo zijn, net als dit jaar, dat een club met kop en schouders boven de andere uitsteekt. Daarom zijn wij voor het instellen van een topliga, met daarin geen promotie van clubs meer, maar promotie van spelers.' De KNBSB denkt daarbij aan het systeem, zoals in Amerika, waarbij de laagst geeindigde clubs in de competitie het eerst mogen kiezen uit het opkomende talent. Moerman: 'Bouw daarbij een stevige club, die gesteund door het bedrijfsleven en de media, voor spektakel kunnen zorgen, net als in deze honkbalweek. Ook op de honkbalvelden moet een sfeer komen, waarbij de mensen het idee hebben een dagje uit te zijn. Dan zal blijken dat er wel degelijk meer potentieel is in Nederland dan het publiek dat nu als een grote familie naar Haarlem komt.'