Driedimensionale televisie-brillen uit de jaren vijftig

Honderden boeken, tientallen apparaten (van radio-ontvangers via microfoons tot een platensnijmachine en een filmplakpers), een paar knipselverzamelingenen curiosa als een rolcentimeter voor de AVRO-cursus Met naald en schaar, driedimensionale televisie-brillen uit de jaren vijftig, een zonneklep, een badlaken van Veronica en een tegeltje van de NCRV de lijst aanwinsten in het jaarverslag van het Nederlands Omroepmuseum roept telkens werelden op van weemoed en verlangen. Het zijn schenkingen van gepensioneerden of overledenen, maar soms slaat de museumstaf ook zelf toe. Toen het NS-station Hilversum NOS vorig jaar de nieuwe naam Hilversum Noord kreeg, was men er snel bij om een van die oude borden aan de verzameling te kunnen toevoegen.

Het wordt allemaal vlijtig gecatalogiseerd en desnoods gerepareerd door de honderd vrijwilligers, merendeels gepensioneerde omroepmedewerkers, op wier medewerking het museum draait. In de zes jaar van zijn bestaan begint het een collectie op te bouwen van materiaal waarmee in de voorgaande decennia uitermate slordig is omgesprongen archivering is nooit de sterkste kant van Hilversum geweest. Geen wonder, dat het zojuist verschenen verslag over 1989 vooral in het teken staat van de ruimtenood. In de mooie villa aan het Melkpad 34 is een min of meer permanente collectie opgesteld, maar de basis van het museum wordt gevormd door het depot, dat noodgedwongen op twee lokaties is ondergebracht: in een kelderruimte onder een van de NOB-studio's en in een voormalig technisch magazijn elders in Hilversum. Op een derde plek, in een garage aan de Nieuwe Havenweg, staan authentieke reportagewagens uit vroeger jaren. De toestand is, zoals dat heet, nijpend.

Ook in het museum zelf is het soms dringen. In het openingsjaar werden 4000 bezoekers geteld, nu zijn het er zo'n 21.000 per jaar. Vooral in de vakantieperiode kan het druk zijn. Het jaarverslag citeert een typerende opmerking uit het gastenboek: 'We komen wel een keer terug in het naseizoen, als het wat rustiger is.' Het Omroepmuseum ressorteert nu onder het facilitair bedrijf NOB, dat jaarlijks ruim vier ton van het ministerie van WVC ontvangt om het beheer over expositie en collectie te voeren. Daarnaast dragen de omroepverenigingen elk 4000 gulden bij. Het museum brengt een succesvolle serie grammofoonplaten (en geluidscassettes) uit met archieffragmenten; tot de verdere plannen behoort een videocassette met historische filmscenes over het onderwerp radio. De onontbeerlijke vereniging van vrienden publiceert het lezenswaardige kwartaalblad Aether, waarin een begin is gemaakt met het uitwerken van op geluidsband opgenomen interviews met omroepmedewerkers van weleer. Zo wordt nu in hoog tempo goedgemaakt wat de omroep decennia lang heeft laten verslonzen.