De donor komt spoken

De niet aflatende stroom van semi-komische politiefilms waarin twee elkaar aanvankelijk hatende maten tot samenwerking en wederzijds respect gedwongen worden, heeft al heel wat ongebruikelijke koppels opgeleverd. Het duo in Heart Condition van de debuterende regisseur en scenarioschrijver James D. Parriott beantwoordt geheel aan de vereisten: een slonzige, niet erg snuggere, racistische rechercheur (Bob Hoskins), die geobsedeerd is door hamburgers en bourbon aan zijn kat voert, en een gladde, snelle maatpakken dragende zwarte advocaat van de duivel in Beverly Hills (Denzel Washington). Hoskins' wrok tegen Washington wordt verergerd doordat deze de souteneur en minnaar is van zijn ex-vriendin (Chloe Webb). Dat beide mannen samen trachten de vrouw te redden uit een netelig parket ze was getuige van de dood van een senator door een overdosis cocaine past ook nog in het stramien. Maar Parriott overschrijdt de wetten van het genre door een wel zeer bizarre vondst: Washington verongelukt op het moment dat Hoskins een hartaanval krijgt en wordt diens donor. Als spook, alleen waarneembaar voor de nieuwe eigenaar van zijn hart, wordt de kwelgeest een onafscheidbare boezemvriend.

Het is niet de enige plotwending in Parriotts scenario die grote welwillendheid eist van de kijker. De film zwalkt voortdurend van richting en toon, terwijl de misdaadintrige evenmin erg inzichtelijk afgewikkeld wordt. De stuk voor stuk respectabele en bezienswaardige hoofdrolspelers doen wat ze kunnen om hun personages geloofwaardig te maken. Webb lukt dat nog het beste, al moet daar flink wat sentimentaliteit bij op de koop toegenomen worden: in de laatste minuten van de film tovert Parriott een baby van Washington voor haar uit zijn hoge hoed. Opvallend aan de beide andere hoofdrollen is vooral dat ze wel klonen lijken van twee nog iets populairdere sterren. Hoskins imiteert de mieze misantropie van Danny De Vito en Washington speelt met verve de brutale flair van Eddie Murphy na.